Massale marteling Syriërs op beeld

Vlak voor de opening van het vredesberaad over Syrië vandaag in het Zwitserse Montreux is materiaal opgedoken dat sterke aanwijzingen bevat dat het bewind van president Bashir al-Assad sinds 2011 ongeveer 11.000 gevangenen heeft laten martelen en executeren.

Het is voor het eerst dat er zulk voor het regime belastend materiaal op een dergelijke schaal naar buiten komt en het zou er, althans in theorie, toe kunnen leiden dat Assad en zijn medewerkers worden aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden. Assad en de zijnen hebben altijd ontkend dat ze zich bezondigden aan systematische martelingen en executies.

Tegelijkertijd maakt de nieuwe onthulling volgens deskundigen de toch al kleine kans op het slagen van de vredesconferentie nog geringer. Assad, verwachten analisten, zal zich nog krampachtiger aan de macht vastklampen dan hij al deed en het verzet zal geen akkoord willen sluiten met een ‘oorlogsmisdadiger’.

Het nieuwe materiaal is afkomstig van een overgelopen Syrische fotograaf die werkte voor de militaire politie. Tussen maart 2011 en augustus 2013 moest hij naar eigen zeggen de lijken van gedetineerden fotograferen, soms wel vijftig per dag. De fotograaf, die om veiligheidsredenen met de naam Caesar wordt aangeduid, smokkelde op USB-sticks 55.000 foto’s van naar schatting 11.000 gedode gevangenen mee en gaf die aan de Syrische Nationale Beweging, een verzetsorganisatie die door Qatar wordt gesteund.

Daarop schakelde Qatar een Londens advocatenkantoor in dat op zijn beurt drie voormalige aanklagers bi j het Joegoslavië-tribunaal en het Sierra Leone-tribunaal benaderde. Ook werden er forensische experts ingeschakeld. De drie gerenommeerde juristen kwamen na een uitgebreide ondervraging van ‘Caesar’ tot de conclusie dat zijn foto’s en getuigenis met elkaar overeenstemmen en zeer overtuigend zijn. Ze stelden daarop een rapport van 31 pagina’s samen dat gisteren openbaar werd gemaakt via het Britse dagblad The Guardian en het Amerikaanse televisiestation CNN.

Bij de meeste slachtoffers ging het om jonge mannen. Velen zagen er uitgemergeld uit en vertoonden sporen van marteling. Dikwijls zat er nog bloed op hun lichaam en bij sommigen waren de ogen verwijderd. Anderen waren kennelijk gewurgd of geëlektrocuteerd.

Volgens ‘Caesar’ wilden de autoriteiten de foto’s hebben ten bewijze dat orders tot executie waren uitgevoerd maar ook om een doodscertificaat te kunnen opstellen zonder dat de familie het lichaam van hun geliefde nog hoefde te zien. Hij maakte zijn foto’s in een militair hospitaal, nadat de gedetineerden in de gevangenis aan hun einde waren gekomen. Zelf zegt hij nimmer een executie of een marteling bijgewoond te hebben. De familie kreeg te horen dat het slachtoffer aan een hartaanval of ademhalingsproblemen in het ziekenhuis was bezweken.