Column

Marcel Zaalprijs gewonnen, pipo

Er was een tijd dat ik verslaafd was aan een gokkast met het thema Egypte, daarvan stonden er een stuk of tien schuin achter de ingang. Drie farao’s moest je hebben, dan kreeg je vrije spelen. De eerste dagen kreeg ik soms wel negen farao’s, met een karakter als het mijne kom je dan snel weer terug. Het liefst zo vroeg mogelijk, want er moest ook nog gewerkt worden.

Met wat soortgenoten ongedurig een filtersigaret roken, als een beer op een gloeiende plaat. Wachten tot de medewerker in zo’n feestelijk Holland Casino-pak de draaideur ontgrendelde. Dringen, jas op hangen, pasje laten zien, gaan zitten en voor je het wist was het avond.

Farao’s moest ik hebben.

Drie farao’s, hoe moeilijk kon het zijn?

Kut-farao’s.

Het dieptepunt waarvan je wist dat het ooit zo komen kwam toen ik op een knop drukte, er een sirene afging en het zwaailicht op mijn gokkast begon te flikkeren. Naast me sisten ze tegen me.

„Zaalprijs gewonnen, pipo.”

Er kwamen er meteen wat om me heen staan. Het kon maar zo om een paar duizend euro gaan. Een mevrouw bleef maar herhalen dat ze dagen, nee wekenlang op de kruk had gezeten waar ik op zat.

De zaalprijs, normaal veel geld of desnoods een televisie of een auto, bleek die dag een paashaas van melkchocolade. Het ding van een halve meter hoog kwam in een kartonnen doos met van dat doorkijkplastic aan de voorkant zodat ik hem goed aan kon blijven kijken. De medewerker die hem bracht en die ook wel wist dat dit geen hoofdprijs was zei „smakelijk eten”, en daarna iets in de trant van „veel plezier ermee”.

Als je zelfs bij geluk zoveel pech hebt, kun je beter een andere hobby nemen.

Gistermiddag was ik weer even terug tussen de wachtende verslaafden voor de draaideur, die ze bij Holland Casino vaste klanten noemen. Ik liet ze een persbericht zien waarin het concern een aantal maatregelen aankondigde die de boel rendabeler moesten maken. Er gingen banen verloren door op onrendabele uren onrendabele tafels te sluiten, het bedrijf ging vaste klanten meer aandacht geven en er werd meer werk gemaakt van ‘de aankleding’.

Een oudere vrouw vertaalde het hangend boven haar looprek even voor me. ‘Aankleding’, daarmee bedoelden ze ‘rookruimtes’, dat wist ze zeker.

„Wat er eigenlijk staat is dat je ’s middags alleen nog maar kunt blackjacken met fiches van twintig euro, dat gokverslaafden een gratis drankje krijgen en dat je op meer plekken mag roken.”