Mannenkleren met harde en felle kleuren

Uit de collectie van (van links naar rechts) Kenzo, Givenchy, Louis Vuitton en Lanvin. Foto’s Peter Stigter

De digitale wereld. Daaraan dacht Lucas Ossendrijver, de Nederlander achter de mannenlijn van Lanvin, toen hij begon met zijn collectie voor najaar 2014. Hoe we op internet gemeenschappen vormen met mensen die we niet kennen, hoe we ons er presenteren. „Verbergen we wie we zijn, of benadrukken we onze persoonlijkheid juist?”

Het was een idee dat op verschillende manieren in zijn collectie terugkwam: ieder model had een uitgesproken outfit aan – een pleidooi voor een persoonlijke stijl – met kleuraccenten (roze of hardblauw geverfd geitenbont, groene sneakers) die leken op de onnatuurlijke kleuren die van een scherm kunnen oplichten. Op een aantal kledingstukken waren opzettelijk platte applicaties van gezichten en handen aangebracht, zoals op een computerscherm alles tweedimensionaal is.

Maar boven alles liet Ossendrijver zondagochtend kleren zien die plezier in mode uitstraalden. Elk kledingstuk was even bijzonder – van de ruime jas van meerdere lagen wol, een als kimono gesneden trenchcoat, een vederlicht colbert waarvan de revers net wat verder dan gebruikelijk van de hals afstonden tot een smalle, glanzende broek met een naar achter weglopende brede witte verticale sportieve streep. „Iedereen in de mode heeft het over luxe, maar voor mij is luxe iets anders dan een vicuña jas”, zei hij. „Het is fantasie, creativiteit.”

Louis Vuitton zocht de luxe wel in de vicuña, de zachte, en even zeldzame als kostbare wol van de gelijknamige kameelsoort die in de Andes leeft. Ontwerper Kim Jones had er een blouson van gemaakt, een reiskostuum, een ochtendjas, ‘loungepants’ en tunieken (die laatste twee zelfs in ‘extreme vicuña’). De collectie was grotendeels in blauw, grijs en camel gehouden, kleuren afgestemd op de nieuwe, geblokte, blauwe logotassen voor mannen. Maar ook bij Vuitton was de lol in mannenmode te vinden, in truien en jassen in een bijna lichtgevend blauw, eerdergenoemde loungebroeken en tunieken, die er bij elkaar gedragen uitzagen als zachte onesies, en grote jassen met brede horizontale strepen.

Digitale invloeden eveneens bij Kenzo: met de computer bewerkte ruitprints, zeer felle tinten paars en geel. Maar de show viel vooral op door de vrije manier van combineren: over klassieke pakken werden vesten, truien en korte jacks gedragen. Schoenen waren, net als bij veel andere huizen, lomp, kleurrijk en gedessineerd.

Een andere grote hit op de catwalk was de sweater. Zowel in Milaan als Parijs waren er weinig merken die er niet mee kwamen. Givenchy was een paar jaar geleden de eerste en zette er weer stevig op in, met bont- of baskbetbalprint. Basketbal was ook het uitgangspunt voor de rest van de collectie: op broeken waren met banden de lijnen van het veld aangebracht, op jacks en shirts met biezen of ritsen de vormen van de bal.

De najaarscollectie van Paul Smith was een ode aan Doors-zanger Jim Morrison, die in december 70 zou zijn geworden. Perzische tapijten op de catwalk, gympen met pailletten of een tapijtprint, smalle leren broeken en wijde suède tunieken.