Jetski’s uit de achtertuin

Voor sommigen heeft het ondernemerschap een groot nadeel: je moet aangifte doen van je winst. Reden voor een Brabantse jetskidealer om vol te houden dat hij geen ondernemer was, en de contante verkoop van 170 jetski’s vanuit zijn achtertuin te ontkennen.

De man schrijft zich in 2002 in bij de Kamer van Koophandel als ondernemer, maar bij een boekenonderzoek in 2005 blijkt dat hij in 2000 en 2001 al voor 1,2 miljoen euro aan jetski’s, trailers en watersportartikelen heeft verkocht aan particulieren. Hiervan heeft hij geen administratie bijgehouden en geen aangifte gedaan, omdat hij in die tijd ook een bijstandsuitkering kreeg. De contante betalingen werden geboekt bij de importeur.

Voor het gerechtshof Den Bosch voert de man aan dat hij in die tijd geen ondernemer was en dat de showroom en werkplaats naast zijn woonwagen alleen maar dienden als stalling. Maar op basis van getuigenverklaringen („Hij wilde geen facturen op naam”, „Alle betalingen gebeurden contant”) en luchtfoto’s komt het hof tot de conclusie dat de man zelf de jetski’s verkocht, gebruiksklaar maakte, de fabrieksgarantie regelde en ook het onderhoud verzorgde.

Omdat dit alles volgens het hof geldt als „het met een organisatie van kapitaal en arbeid deelnemen aan het economisch verkeer met het oogmerk winst te behalen”, was de man ook in 2000 en 2001 wel degelijk ondernemer en had hij zijn winst moeten opgeven bij de Belastingdienst. Hij moet ruim 77.000 euro aan inkomstenbelasting afrekenen.