Weer partner voor Westen

Wat heeft het regime-Assad te winnen met deelname aan de conferentie?

Het Syrische regime heeft al in mei vorig jaar aangekondigd te willen deelnemen aan een internationale conferentie in Genève over de toekomst van het land. Het voelde zich gesterkt door recente successen van het regeringsleger aan verschillende fronten, mede dankzij strijders van Hezbollah en de Iraanse Republikeinse Garde die in Syrië meevechten.

Sindsdien heeft het regime van president Assad nog meer terrein veroverd, geholpen door het feit dat de rebellen met elkaar in gevecht zijn geraakt.

Met deze sterke onderhandelingspositie heeft het regime vooral veel te winnen op de conferentie: het is weer een gesprekspartner voor het Westen en wint door zijn aanwezigheid aan internationale legitimiteit.

Een groot verschil met de afgelopen jaren. De VS herhaalden keer op keer dat Assad geen rol had in het toekomstige Syrië. Contacten met het regime waren uit den boze.

Dat het Westen weer voorzichtig contact zoekt met het regime, komt doordat Assad meewerkt aan de ontmanteling van het gifgasarsenaal en doordat de opstand wordt gedomineerd door met Al-Qaeda verbonden extremisten. Ook zijn Europese jihadisten betrokken zijn bij de strijd. Europese landen maken zich zorgen dat die jihadisten na terugkeer aanslagen zullen plegen.

Wat heeft hij te verliezen?

Weinig. De foto’s die nu zijn opgedoken van executies van rebellen, vestigen weer de aandacht op het wrede regime. Het zet Assad onder druk om concessies te doen, maar tegelijk zal de oppositie geen akkoord willen sluiten met een ‘oorlogsmisdadiger’.