Het Filmfestival Rotterdam barst morgen los - 12 tips van filmcritici NRC

Survivalfilms en Europese cinema: het zijn twee van de thema’s waar het Internationale Filmfestival in Rotterdam (IFFR) zich dit jaar op richt. Morgen gaat het festival van start dat tot 2 februari duurt. Hieronder vind je een flinke lijst met films die de moeite waard zijn. De openingsfilm dit jaar is Her, de nieuwe film

Survivalfilms en Europese cinema: het zijn twee van de thema’s waar het Internationale Filmfestival in Rotterdam (IFFR) zich dit jaar op richt. Morgen gaat het festival van start dat tot 2 februari duurt. Hieronder vind je een flinke lijst met films die de moeite waard zijn.

De openingsfilm dit jaar is Her, de nieuwe film van Spike Jonze (Being John Malkovich, Where the Wild Things Are, Adaptation) met Joaquin Phoenix en Scarlett Johansson. De film gaat over een man die een bijzondere relatie krijgt met een nieuw geavanceerd computersysteem. Het systeem vormt een geheel eigen identiteit op basis van de voorkeuren van de gebruiker. Langzaam maar zeker wordt hij verliefd op deze Samantha. Her tracht de risico’s aan te kaarten van intimiteit in een digitale wereld.

‘How to Survive’ op het witte doek

Geïnspireerd door de vele survivalfilms die recent verschenen besteedt het IFFR onder de noemer ‘How to Survive’ aandacht aan het genre. Overleven in de gevangenis is een survivalgenre op zich. In het Britse Starred Up maakt een explosief gewelddadige tiener het zo bont, dat hij tussen de volwassenen wordt opgesloten. Daar ontmoet hij zijn meerdere: zijn eigen vader.

Het Australische Canopy is een survivalfilm pur sang. Een neergestorte gevechtspiloot slaat zich in 1942 door de Maleisische jungle en sluit een woordloos verbond met een Maleisische bondgenoot om te overleven.

Duitse ecohorror is te vinden in Blutgletscher. Een groep milieuonderzoekers raakt hoog in de Alpen in het nauw wanneer een gletsjer een goedje drupt dat uiteenlopend dna recombineert tot gruwelmonsters. Het wordt een heel lange nacht.

Europa sombert, maar de Europese cinema bloeit

Een Grand Tour over het Europese filmcontinent tijdens het IFFR leert ons dat de Europese cinema er goed voor staat, aldus filmrecensent Raymond van den Boogaard. Om te beginnen op het vertrekstation in Parijs: Gare du Nord.

Gare du Nord is de helft van een tweeluik dat in augustus op het Filmfestival Locarno z’n wereldpremière beleefde. Het bestaat uit de speelfilm Gare du Nord en de documentaire Géographie humaine, die afgelopen december al op het IDFA werd gepresenteerd. Een klassiek voorbeeld van hoe de som groter dan de delen kan zijn.

Film en docu geven een intrigerend beeld van het leven op en rondom het Parijse Noordstation, een doorgangsstation dat, hoe langer we er met Simons hoofdpersonen blijven hangen, ook een eindstation blijkt.

NRC-recensent Dana Linssen over de film:

“Gare du Nord is een hypnotiserende, labyrintische film, waarin het helemaal niet vreemd is dat er op een gegeven moment haast onmerkbaar bovennatuurlijke of magisch-realistische elementen in sluipen. Dat kan ook niet anders. Het station is zo’n cultureel significante plek. Zo belangrijk voor de filmgeschiedenis. En als locatie te zien in zoveel Franse films.”

In La jalousie schildert oude meester Philippe Garrel met minieme middelen een beeld van een generatie die zich verliest in armoede en materieel bepaald opportunisme. In de hoofdrol Louis Garrel, zoon van de regisseur. De hoofdpersoon is artistiek bezig, probeert een vrij man te zijn, en probeert het kind uit zijn stuk gelopen huwelijk niet de dupe te laten worden. Maar zijn nieuwe vriendin ruilt hem moeiteloos in voor een ander die wél een auto heeft, en geld om vaker in restaurants te eten.

Sacro GRA van Gianfranco Rosi is de documentaire die in Venetië verrassend de Gouden Leeuw won: een onconventioneel portret van de rondweg om Rome en de marginale bewoners in de omgeving. De andere kant van La grande bellezza. Rosi laat het leven in de maatschappelijke marge aan de rondweg om Rome zien – armoedig en uitzichtloos. Gelatenheid en absurdisme strijden om voorrang.

Ida van Pawel Pawlikowski speelt zich af in het communistische Polen van de jaren zestig. Een in het klooster opgevoede wees vraagt zich af of de wereld buiten het klooster haar perspectieven biedt. En komt tot een heldere conclusie.

In El Futuro van de Spanjaard Luis Lopez Carrasco kun je volgens Van de Boogaard een uur lang meestal niet precies verstaan wat de bezoekers van een zo te zien enorm leuk feestje precies tegen elkaar zeggen. Het feestje vindt plaats in het jaar 1982, en het is overduidelijk dat zij de toekomst gretig tegemoetzien, met vitale energie en plezier – ondanks de zwarte teksten van de voortdurend te horen Spaanse punkbands uit de jaren tachtig.

Links kwam in deze periode aan de macht in Spanje, in de persoon van premier Felipe González, die zijn land in 1986 de Europese Unie zou binnenleiden. In 1982, op dat feestje van de film, is alles nog helemaal oké: de benauwenis van de dictatuur onder Franco is voorbij, heel Spanje stort zich met overgave in de moderniteit op alle gebieden – levensstijl, media, muziek, seks, politiek activisme.

‘Het optimisme is voorbij’

Maar toch. Waar je ook kijkt: overal lijkt het optimisme over de toekomst toch vooral een zaak van eergisteren, is de observatie van Van den Boogaard: “Het zijn veelal prachtige films, maar het feest waarover ze het hebben is grondig voorbij.”

Neem Finsterworld van de Duitse Frauke Finsterwalder. Van den Boogaard:

“Een in Oost-Duitsland gesitueerde zedenschets waarin jong en oud zich vreugdeloos wentelen in materiële welvaart en het aangapen van natuurfilms op de televisie alle andere vormen van zinvolle menselijke uitwisseling lijkt te verdringen. Geld maakt niet gelukkig, ook al biedt het de mogelijkheid om nare gedachten, aan de concentratiekampen uit de nazitijd bijvoorbeeld, te verdringen.”

Desillusie is ook het thema van de Oostenrijkse film Oktober November van Götz Spielmann, waarin een succesvolle actrice ervaart dat haar leven haar geen voldoening schenkt en zij zelfs niet de dochter van haar stervende vader is. Slechts het bewust niet uitspreken van de waarheid redt nog enigszins de schone schijn van maatschappelijk functioneren.

Wrede Mexicanen in Heli

Heli was de verrassing van het filmfestival van Cannes: de Gouden Palm voor beste regie ging naar de Mexicaan Amat Escalante (34). Filmredacteur Coen van Zwol sprak met Escalante. Van Zwol:

“In zijn film werkt de jongeman Heli samen met zijn vader in een autofabriek om zijn vrouw, baby en 12-jarige zusje Estelle te onderhouden. Zij wordt verliefd op een veel oudere tiener, een soldaat in opleiding. Als hij een zakje coke steelt bij zo’n rituele drugsverbranding waarmee de Mexicaanse overheid bewijst dat ze iets doet tegen drugs, belandt de familie plots middenin de Mexicaanse drugsoorlog.”

De film bevat een afschuwelijke scène waarin een penis in brand wordt gestoken, maar deze valt geheel binnen de extreme parameters van de Mexicaanse drugsoorlog. Escalante:

“Het blijft me verbazen dat niemand ervan opkijkt als er in het eerste kwartier van Batmanfilm The Dark Knight zo’n twintig mensen sterven. Wanneer je geweld mooi brengt, met veel slowmotion en fonteinen van bloed, is alles prima. Toon je gruwelijk lijden waar je moeilijk naar kan kijken, dan is iedereen geschokt en noemen ze het exploitatie.”