Een sterke vrouw moet het land redden

Catherina Samba-Panza, een 59-jarige jurist en zakenvrouw die het afgelopen half jaar burgermeester was van de Centraal-Afrikaanse hoofdstad Bangui, moet haar land gaan redden. Een vrijwel onmogelijke taak, vrezen waarnemers. Maar als iemand de christenen en moslims in het door haat verscheurde land ertoe kan bewegen hun bloedvergieten te stoppen, dan is het deze „sterke” en „opmerkelijke” vrouw, zeggen ze ook.

Het parlement van de CAR koos Samba-Panza gisteren tot nieuwe leider van het land. Tot opluchting van veel inwoners van Bangui en van buitenlandse diplomaten en hulpverleners. Onderzoeker Peter Bouckaert van Human Rights Watch noemt de benoeming van Samba-Panza („een moedige stem voor vrede, verzoening”) een stap in de goede richting.

Samba-Panza moet de wederopbouw van de Centraal-Afrikaanse Republiek ter hand nemen, opdat er volgend jaar democratische verkiezingen kunnen plaatsvinden. Maar voor alles moet er een eind komen aan het geweld. Moet de dreiging van een genocide, waarvoor de VN heeft gewaarschuwd, worden afgewend en moeten de ruim 900.000 ontheemden naar huis kunnen.

Na haar benoeming deed ze „een dwingende oproep” aan de christelijke milities én de islamitische strijders de wapens neer te leggen. „Vanaf vandaag ben ik de president van alle Centraal-Afrikanen. Het lijden van de mensen moet voorbij zijn.”

Samba-Panza, moeder van drie kinderen, werd geboren Tsjaad. Haar vader kwam uit Kameroen, haar moeder uit de CAR. In Parijs werd ze opgeleid tot bedrijfsjurist, in eigen land zat ze in de directie van de lokale dochter van het verzekeringsconcern Allianz en richtte ze later haar eigen assurantiebedrijf op. Maar ze heeft zich ook altijd ingezet voor mensenrechten. En ze is wars van corruptie, zeggen waarnemers. Tien jaar geleden speelde ze een belangrijke rol bij de destijd opgezette nationale dialoog voor verzoening. Nu moet ze opnieuw slagen.