Een klinkend raadsel van muzikaal raffinement

Claudio Abbado in 2002 Foto Reuters

Geconcentreerde blik. Expressieve gebaren. En dan die aristocratische glimlach als de basgroep in Beethoven precies zo klinkt als hij moet klinken.

In Nederland moesten we het al vijftien jaar doen met concertregistraties van Abbado. Daarvan zijn er gelukkig talloze, om blijvend te ondervinden hoe mysterieus perfectie kan zijn – ook als je die ziet en hoort ontstaan.

De gisterochtend thuis in Bologna overleden dirigent Claudio Abbado was hier niet vaak live te zien. Voor het Concertgebouworkest stond hij, na wat concerten in de jaren zestig, in 1978 voor het laatst. In de jaren negentig was hij hier met de Wiener en Berliner Philharmoniker. Maar zijn langverwachte terugkeer dit najaar moest al door ziekte worden afgezegd.

Het samenvatten van Abbado’s meesterschap is zo moeilijk omdat zijn kunst in essentie non-verbaal was. Praten deed hij weinig, maar met zijn extreem expressieve fysiek en mimiek bereikte hij toch in alle denkbare opzichten (balans, ritmiek, kleur) en stijlen (klassiek, romantiek, modernisme, opera) wat hij wilde bereiken.

Een dirigent, vond Abbado, is een symfonisch coördinator die die honderd individuen binnen een orkest moet overtuigen van zijn ideeën. Niet door dwang, wel door van hen overtuigde medestanders te maken.

Dat dat soms een ingewikkeld proces was, schrikte Abbado niet af. Hij was degene die erin slaagde de Berliner Philharmoniker na het 38-jarige era onder Von Karajan naar een nieuwe tijd te loodsen. Musici prezen zijn stille kracht, zijn frisheid en zijn openheid voor nieuwe inzichten. Abbado: „Maar het alternatief, op je strepen staan als je inziet dat iemand anders gelijk heeft, is toch gewoon dom?”

Abbado (Milaan, 1933) groeide op in een muzikaal gezin. Hij studeerde piano, directie en compositie maar besefte dat hij één vak moest kiezen om goed te worden. Het werd dirigeren.

Hij leidde de grootste orkesten en operahuizen en was chef van La Scala (1969-1986), het London Symphony Orchestra (1979-1986), de Wiener Staatsoper (1986-1991) en de Berliner Philharmoniker (1990-2002). Daarnaast stichtte en leidde hij, ook ten bate van zijn artistieke verversing, een keur van orkesten (European Union Youth Orchestra, Mahler Jugend Orchester, Mahler Chamber Orchestra, Lucerne Festival Orchestra en Mozart Orchestra). Die excelleerden alle in de kamermuzikale kwaliteit van het samenspel. Abbado hechtte aan het begeleiden van talent. Zijn assistenten, onder wie de Amsterdamse opera- en NedPhO-chef Marc Albrecht, koesteren hem als een vader. Hij schreef ook een kinderboek over muziek.

De documentaire Die Stille nach der Musik (1996) bevat een onthullend gesprek tussen Abbado en acteur Maximilian Schell, die dirigeren vergelijkt met ‘macht’. Abbado, immer beleefd, wil er niet aan. Muziek draait niet om macht. Waarom dan wel? „Liefde, respect, tolerantie en communicatie.”

En dat is precies wat je hoort in zijn uitvoeringen – ijzersterk van zijn eerste opnames uit de late jaren zestig tot en met de recente prachtopnames met het Orchestra Mozart.