Een homo was progressief, seks kon niet

Acteur Martijn Apituley (65) hoorde eind jaren tachtig verhalen over de verschrikkelijke eenzaamheid van homo’s die hun vrienden verloren aan aids. Dat was de werkelijkheid die hij kende. Voor de camera’s van TROS-soapserie Medisch Centrum West bestond er een andere realiteit. Die van verpleger Guus Tolhuis, een „homo zonder problemen”. Ja, Guus Tolhuis had een vriend. Maar Apituley kan zich zelfs niet herinneren dat hij zijn vriend in de serie aanraakte. Laat staan dat er werd gekust. „Het was misschien progressief om het woord homo hardop uit te spreken in een soapserie, maar het moest allemaal wel binnen bepaalde kaders blijven”, zegt Apituley.

Verpleger Guus werd in 1989 in de serie geïntroduceerd als „gewone, normale homo”. Daar was de tijd rijp voor, zo besloten de programmamakers. Het resultaat was dat uiteindelijk niemand meer stilstond bij de homoseksualiteit van het personage.

„Hans Galesloot, de hoofdschrijver van de serie, vroeg mij om hulp”, zegt Apituley. Of de acteur niet wat ideeën kon bedenken voor nieuwe verhaallijnen. Apituley leverde twee blaadjes vol cases aan, met verhalen die hij hoorde van vrienden. Over jonge jongens zwalkend door de Amsterdamse Reguliersdwarsstraat, op zoek naar een partner voor één nacht. Over het leven dat niet altijd leuk was. „De schrijver kon er niets mee”, zegt Apituley, nog steeds vol ongeloof. „Hij zei: ‘Ik kan niet fantaseren als het over mannen met elkaar gaat’.” Apituley noemt het een zwaktebod. „Als iemand zoiets zegt dan ben je uitgeluld. Discussie gesloten.”

Zijn rol maakte hem een bekende Nederlander. De acteur herinnert zich vooral nog de momenten op de Albert Cuypmarkt. Hij knipt met zijn vingers en zet een lage stem op: „‘Jij bent bekend!’, hoorde ik dan.” Er waren dan twee opties. Hij deed of hij het niet hoorde of hij deed alsof hij het niet was. Apituley werd nooit aangesproken als homo. In die zin heeft de serie het volgens hem wel „aardig gedaan”. „Mijn homoseksualiteit in de serie werd geen stempel.”

Toen Apituley werd gecast wist hij dat het voor een homorol was. „Ik heb voor een homorol gekozen. Ik dacht: dat is mooi, dat is goed. Je ziet dat we het er twintig jaar naar dato nog steeds over hebben.” Voor Apituley was het nooit een drempel, zegt hij. „Voor anderen blijkbaar wel.” Op welke manier? „Die drempel is zelfcensuur. Een soap heeft vaak niets met werkelijkheid te maken. De filmwerkelijkheid is roze of zwart-wit. Alles mag, zo lang er maar niemand wegzapt.”

Na drie jaar Medisch Centrum West moest er iets met Guus Tolhuis gebeuren. Geen kijker wist meer dat hij homo was. „Zijn vriend werd in elkaar geslagen en de relatie ging uit. Zoals het gaat in soaps, alles gebeurde tegelijkertijd. En toen raakte ik nog verliefd op een meisje ook.” Dat Guus eindigde met een vriendin is flauw, vindt Apituley. Hij kijkt dan ook met gemengde gevoelens op zijn rol terug: „Het script was een beetje halfhalf. Zo is het karakter Guus Tolhuis uiteindelijk ook gebleven.”