In het defensief gedrongen

Wat heeft de Syrische oppositie te winnen?

De overkoepelende oppositieorganisatie, de Syrische Nationale Coalitie, heeft ontzettend lang geaarzeld om deel te nemen aan de vredesconferentie. Na zijn verkiezing in juli tot nieuwe leider van de SNC zei Ahmed al-Jarba niets te zien in onderhandelingen met het regime, zolang de oppositie in een zwakke positie verkeert.

Sindsdien is de politieke oppositie alleen maar verder in het defensief gedrongen. Ze verloor niet alleen terrein aan het regime, maar ook aan moslimextremistische groepen die de opstand nu domineren.

Dat ze toch aan de conferentie meedoet, komt door de zware druk van westerse landen, die de organisatie met veel geld en advies hebben gesteund. Syrische politici kregen in Nederland en Zwitserland onderhandelingstraining.

Een grote overwinning zou het vertrek van Assad zijn maar dat is uitgesloten, net als een akkoord over een overgangsregering. De SNC zal genoegen moeten nemen met lokale wapenstilstanden, een akkoord over het toelaten van humanitaire hulp, of een gevangenenruil.

Wat heeft de Syrische oppositie te verliezen?

De SNC geniet weinig vertrouwen van de rebellen binnen Syrië, doordat het grootste deel van de politici al lang niet meer in het land is geweest. Met deelname dreigt de SNC het laatste restje legitimiteit in Syrië te verliezen. Want door aan tafel te gaan zitten met het regime, wint Assad meer legitimiteit, zo klinkt het verwijt van rebellen in Syrië. De SNC moet dus resultaat boeken. Anders zou de beslissing om naar Montreux te gaan wel eens politieke zelfmoord kunnen betekenen.