Davos laat de crisis al achter zich

Is het een vrijblijvende wederzijdse schouderklop van de machtigen der aarde, of is het een gezamenlijk moment van oprechte contemplatie en diepgaand discours? Het World Economic Forum, dat vandaag begint in het Zwitserse plaatsje Davos, is van oudsher alle twee tegelijk. 2.762 al dan niet zelf benoemde kopstukken uit het internationale bedrijfsleven, van universiteiten en overheden strijken neer voor vijf dagen van ontmoetingen en discussie over wereldproblemen.

Wat in 1971 begon als een select gezelschap is geleidelijk uitgegroeid tot een enorme bijeenkomst met een inmiddels rijke traditie. Al op het vliegveld van Zürich, in de rij voor gereserveerde bussen die op en neer rijden naar Davos, heerst doorgaans al de sfeer van een reünie.

Oude bekenden begroeten elkaar, en pakken de draad op van gesprekken die ze een jaar eerder zijn begonnen – in Davos of in andere trefpunten, waar ook ter wereld, waar de kosmopolitische mens uit de hogere lagen van politiek en economie zijn soortgenoten tegen het lijf loopt.

Eenmaal in het bergdorp blijkt dan dat deze soort, wel spottend aangeduid als ‘de Davos-mens’, de doorgaans besneeuwde straten goeddeels heeft ingenomen. Met pasjes voor het Congrescentrum om de nek, en over de schouder een tas met het beeldmerk van het World Economic Forum, verplaatst men zich met de stevige pas en gedecideerde blik die in New York of Shanghai gewoner zijn dan in een vriendelijk wintersportplaatsje.

De Davos-mens is overigens al jaren niet meer de Amerikaanse of Europese blanke man van middelbare leeftijd met een glanzend cv en/of dito bankrekening. Het aantal deelnemers uit Afrika, de Arabische wereld en vooral Azië is sterk toegenomen, net als het aantal vrouwen.

Voor veelbelovende young global leaders is uitdrukkelijk plaats ingeruimd. En vertegenwoordigers van vakbonden, niet-gouvernementele en mensenrechtenorganisaties worden ook uitgenodigd voor dit forum dat bovenal een vijfdaagse internationale netwerkmarathon is.

De dress code is een compromis, dat fraaie combinaties oplevert in een hybride stijl die het best omschreven kan worden als boers-chique: zakelijk boven de enkel of kuit, praktisch daaronder, denk aan stevige stappers, bergschoenen, moon boots – want de bankdirecteur in zijn stijlvolle maatpak of de minister in haar smaakvolle ensemble moeten wel door de sneeuw en modder naar hun volgende afspraak kunnen baggeren.

Het formele deel van het Forum vindt grotendeels plaats in een veelheid van zalen en zaaltjes in het Congrescentrum in het hart van het dorp. Vanaf ’s morgens vroeg tot het eind van de middag wordt daar gesproken over de toestand in de wereld van geld en politiek, wetenschap en technologie, en de ontwikkelingen zowel in rijke als arme landen.

Ondertussen waaieren deelnemers ook uit naar de vele hotels en restaurant in het dorp, voor informele bijeenkomsten, lunches, recepties en feesten – vaak gesponsord door grote bedrijven, soms opgeluisterd door de aanwezigheid van sterren uit de wereld van film en muziek. Daar gaat het netwerken door tot laat in de avond, of zelfs diep in de nacht.

Wie meent de belangrijkste wereldproblemen te bespreken, staat bloot aan kritiek. Want heeft het World Economic Forum wel altijd de vinger aan de pols van de planeet? Vaak niet: het forum, dat te boek wil staan als een bijeenkomst van visionaire politieke, intellectuele en zakelijke leiders, sprak vaak over de thema’s van morgen zoals die zich vandaag voordeden.

Begin 2007, toen het al rommelde op Amerikaanse woningmarkt, beklaagde econoom Nouriel Roubini zich er over, dat hij in Davos de enige was die bij zijn weten waarschuwde voor een mogelijke Amerikaanse recessie.

Acute zorg

Begin 2008, zes maanden voordat het bankroet van Lehman Brothers de financiële crisis blootlegde, noemde het World Economic Forum de onrust op de financiële markten wél als een zaak van „acute zorg”. Maar met mate, want „terwijl sommigen ons kritiseren voor ons optimisme te midden van de doemgedachten, mogen we onze positieve houding nooit inruilen voor irrationeel pessimisme”.

Het thema van dat jaar: The Power of Collaborative Innovation. Dat bleek een jaar later, toen de wereldeconomie inmiddels tegen een betonnen muur was gebotst, toch bijzaak geworden.

Na een aantal jaren vol financiële crisis, de mogelijke val van de euro en de crisis in het Midden-Oosten lijkt het thema van dit jaar weer vooruit te kijken: Reshaping the world. Nu de wereldeconomie voorzichtig uit het dal kruipt, probeert Davos de krachten ontwaren die de wereld, ten goede of ten kwade, vorm gaan geven. Daarbij gaat het om globalisering, de technologische revolutie en de veranderingen die zij wereldwijd teweegbrengen – van generatieconflicten tot de verhoudingen in de economie en de internationale politiek.

De risico’s zijn in een apart rapport in kaart gebracht: oude bekenden als klimaatverandering en begrotingscrisis, maar ook het risico dat het hele internet wordt platgelegd, de relatief hoge werkloosheid – met name onder de jeugd – én toenemende inkomensverschillen.

Dat lijkt pessimistisch, maar het economische herstel speelt daarbij luid op de achtergrond. Anders dan in 2008, toen het World Economic Forum nog niet genoeg met de crisis bezig was, maant het nu om van de weeromstuit juist niet te veel achterom te blijven kijken: „De internationale gemeenschap blijft gericht op crisis, in plaats van dat zij strategisch wordt gedreven door de aankomende transformatie in de wereld, de regio’s en het zakenleven.”

Die waarschuwing zou best wel eens op zijn plaats kunnen zijn.