Beste grondwet van Midden-Oosten

Tunesische parlementariërs debatteren over de nieuwe grondwet. Een van de pijnpunten is het strafbaar stellen vantakfir: het beschuldigen van een andere moslim van afvalligheid. Foto’s AFP

De Tunesische grondwet moest eigenlijk op 14 januari worden goedgekeurd: de derde verjaardag van de val van dictator Ben Ali. Op dezelfde dag vond ook in Egypte een referendum plaats over een nieuwe grondwet. De symboliek was evident: twee landen die aan de bakermat lagen van de Arabische Lente, maar die sindsdien een heel ander parcours hebben afgelegd, krijgen bijna gelijktijdig een nieuwe grondwet.

De Tunesische parlementariërs waren er uiteindelijk niet op tijd uit: de verwachting is dat de grondwet vandaag of later deze week wordt goedgekeurd. Maar het contrast met grote broer Egypte kon niet groter zijn.

Daar waar in Egypte president Morsi is afgezet door het leger – en de Moslimbroederschap nu als terroristische organisatie geldt – hebben de Tunesische fundamentalisten vrijwillig afstand gedaan van het premierschap. Ali Larayedh maakt plaats voor Mehdi Jomaa, die een regering van technocraten gaat leiden in afwachting van nieuwe verkiezingen.

De nieuwe Tunesische grondwet wordt bejubeld als de meest democratische, meest seculiere ooit in de Arabische wereld. De goedkeuring van de Egyptische grondwet daarentegen wordt vooral gezien als legitimatie van de coup door legerleider Al-Sisi vorig jaar.

Het meest opmerkelijke aan de Tunesische grondwet is dat hij geen melding maakt van de shari’a, de islamitische wetgeving. In plaats daarvan stelt artikel 2 dat Tunesië „een burgerlijke staat is, gebaseerd op het burgerschap, de wil van het volk en de suprematie van de wet”. (Kleine contradictie: artikel 1 stelt nog wel dat islam de staatsgodsdienst is.)

Heeft zich in Tunesië dan een mirakel voltrokken? „De Tunesische grondwet is zeker beter dan de Egyptische, maar hij is lang niet zo goed als hij had kunnen zijn”, zegt Zaid Al-Ali, een Iraaks grondwetsspecialist die de processen in beide landen op de voet heeft gevolgd.

De verschillen tussen beide landen zijn groot en dat wordt weerspiegeld in de manier waarop hun grondwetten tot stand zijn gekomen. In Tunesië heeft het leger zich nooit met de politiek bemoeid, waardoor een Egyptisch scenario niet tot de mogelijkheden behoorde.

In beide landen wonnen de fundamentalisten de eerste vrije verkiezingen. Maar in Tunesië besloten de salafisten niet mee te doen aan het democratisch experiment, waardoor het fundamentalistisch blok er nooit de absolute meerderheid had. Ennahda, de Tunesische variant van de Moslimbroederschap, moest vanaf het begin meer water bij de wijn doen.

Toch is niet alles pais en vree in Tunesië. Vorige zomer stond het land aan de rand van de afgrond: twee linkse politici, Chokry Belaid en Mohammed Brahmi, waren vermoord en veel seculieren legden de schuld daarvoor bij Ennahda. De volkswoede daarover, en de coup in Egypte, dreven de zaken op de spits. Het seculiere kamp – altijd al veel sterker en radicaler dan dat in Egypte – voelde zich machtig.

„Sommige Tunesische seculieren dachten: waarom compromissen sluiten met de fundamentalisten als we ze ook gewoon kunnen elimineren zoals in Egypte”, zegt Al-Ali. „Het ging zover dat ze dreigden mij in het gezicht te slaan omdat ik suggereerde dat een compromis toch verkiesbaar was.”

De situatie raakte zo gespannen, dat het parlement maandenlang niet bijeenkwam. Uiteindelijk is de oplossing te danken aan Rachid Ghannouchi, de leider van Ennahda, en Beji Caid Essebsi, de bejaarde leider van Nidaa Tounes, de seculiere partij die aan kop staat in de peilingen. Zij bereikten ondanks hun verschillen het compromis dat nu zijn beslag krijgt: ruim een jaar na de oorspronkelijke streefdatum voor een nieuwe grondwet.

Maar de problemen zijn nog niet van de baan. Ironisch genoeg zijn het de seculieren die nu kritiek krijgen omwille van artikel 6. Dat maakt takfir (het beschuldigen van afvalligheid van een andere moslim) strafbaar. Volgens mensenrechtenorganisaties zet artikel 6 de deur open voor andere beperkingen van de vrijheid van meningsuiting.

De fundamentalisten zijn ook boos over het takfir-artikel: zij willen ter compensatie een amendement dat het beledigen van de godsdienst strafbaar maakt. Het is een van de discussies die de goedkeuring van de grondwet momenteel ophoudt.

In het algemeen lijden beide grondwetten onder het feit dat de politici te weinig hebben geluisterd naar de deskundigen, zegt Al-Ali. Daardoor blijven zij ondermaats in vergelijking met andere moderne grondwetten, zoals die van Kenia of Zuid-Afrika. Cruciaal in een moderne grondwet is een beperkingsclausule: die moet verhinderen dat de politici achteraf wetten aannemen die de principes van de grondwet ondergraven. „In Tunesië hebben we de politici na een jaar kunnen overtuigen om zo’n clausule op te nemen. In de Egyptische grondwet zegt artikel 65 wel dat de vrijheid van meningsuiting absoluut is, maar we zien elke dag dat dit in feite gewoon niet waar is.”