Bananen

Ze blijven binnensijpelen, de jeremiades over mijn onheuse bejegening van de banaan, een paar afleveringen terug. Een zetmeelbal en bovendien geen fruit, was mijn mening – en dat is hij goeddeels nog steeds. Er zit in vergelijking met ander fruit weinig vitamine C in en ze zijn melig. Knap van die marketingmensen, daar niet van.

Ze blijven binnensijpelen, de jeremiades over mijn onheuse bejegening van de banaan, een paar afleveringen terug. Een zetmeelbal en bovendien geen fruit, was mijn mening – en dat is hij goeddeels nog steeds. Er zit in vergelijking met ander fruit weinig vitamine C in en ze zijn melig. Knap van die marketingmensen, daar niet van.

Een banaan is wel degelijk fruit, luidt de redenering van de banaanadepten, want het is een vrucht. En in ander fruit zit ook geen vitamine C – ja, zo lust ik er nog wel geen. Fruit moet fris zijn, meen ik, een combinatie van zuur en zoet. Fruit is, nou ja, fruitig.

Nog een veelgehoord argument ‘á decharge’: in bananen zitten ook veel goede mineralen en sporenelementen. Vast, maar in praktisch álles zit wel iets goeds, dus dat is ook niet echt doorslaggevend. Ik bedoel: selenium en calcium loop je in de halve schijf van vijf tegen het lijf. Als je een tekort hebt aan chroom en chloor, dan kauw je eerst maar eens goed op de dop van je pen, voor je daar in klimt. En je geeft je kinderen trouwens ook helemaal geen fruit mee naar school om ze voor een vanadiumtekort te behoeden.

En nu het boetekleedgedeelte. Ik heb me grondig ingelezen en ik had nooit gedacht dat zoveel fruit inderdaad zo weinig vitamine C bevat. Appel? Nóg minder dan banaan. Dat hele ‘an apple a day…’ is dus een beklijvende, maar wel een loze kreet. Peer? Voor de vitamine C hoef je het niet te doen. In groente en kruiden zit veel meer ‘C’ dan in het meeste fruit. Onder andere uit boerenkool, broccoli en spruitjes gutst het zowat – je moet het alleen niet te lang koken.

En dus in peterselie. Dat eten we nooit in grote hoeveelheden, wordt gezegd, dus om daar nu je behoefte uit te halen. Maar in de Arabische keuken heb je gerechten zat waarin dat in industriële hoeveelheden verwerkt zit. Zoals tonijntabouleh.

Overgiet de bulghur met kokend water en laat volgens voorschrift weken.

Hak de bosui in ringetjes en alle kruiden fijn. Snijd de tomaatjes in kwartjes en de komkommer in blokjes.

Doe alles in een mooie schaal, schenk er olijfolie overheen en citroensap, pers een knoflookteen fijn en doe erover.

Schud goed om en doe er dan het uitgelekte blik tonijn bij en schud nogmaals om.

Serveer met Turks brood of gekookte rijst.

Tonijntabouleh: standaard blik tonijn 100 gram bulghur 2 bosuitjes half bosje basilicum bosje munt bosje peterselie 150 gram kerstomaatjes halve komkommer knoflookteen citroen olijfolie peper en zout