Aangifte om smaad tegen rector islamuniversiteit

Nederlandse alevieten hebben aangifte gedaan tegen de rector van de Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR). Rector Ahmet Akgündüz zou zich schuldig hebben gemaakt aan belediging, smaad en het aanzetten tot haat. Dit zegt de landelijke alevitische federatie Hak Der.

Het hoofd van de IUR is in opspraak sinds deze krant in oktober 2013 schreef dat hij ‘antiwesterse waarden’ verspreidt. In een pamflet stelde Akgündüz dat de demonstraties tegen de Turkse regering van vorige zomer het werk zijn van „goddelozen”, „mensen met een westerse levensstijl” en „moskeevijandige architecten”. Tegenstanders noemt hij vijanden van hun „religie en vaderland”.

In een eerdere publicatie schreef de rector dat een dialoog niet mogelijk is met andersgelovigen zoals alevieten. „Wat zij slachten, kan men niet eten”, aldus Akgündüz. En: „Onze dochters kunnen wij niet aan hen ten huwelijk geven.” Akgündüz is zelf soennitisch.

Volgens Fetti Killi, voorzitter van Hak Der, zijn deze uitspraken in strijd met de wet. „In feite zegt hij dat alevieten onrein zijn en sluit hij ons uit van dialoog. Met uitsluiting creëer je een basis voor geweld”, aldus Killi, tevens fractievoorzitter van de PvdA in Amersfoort. Hij verwijt Akgündüz verder dochters het recht op eigen partnerkeuze te ontzeggen. Killi: „Deze man zit op een positie waarmee hij anderen kan vergiftigen met zijn gedachtegoed. IUR-studenten gaan met deze opvattingen de samenleving in. Dat moeten we niet willen.”

De uitspraken liggen gevoelig omdat geweld tegen alevieten in Turkije nog vers in het geheugen ligt. In 1993 richtten radicale islamieten een bloedbad aan op een alevitisch festival in de stad Sivas. Volgens Killi draagt de IUR-rector bij aan een onverdraagzaam klimaat, waardoor het geweld jegens alevieten zou kunnen oplaaien.

De politie heeft de aangifte opgenomen en zal deze onderzoeken. Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn voor de Rotterdamse universiteit. Minister Asscher (Integratie, PvdA) dreigde vorig jaar de accreditatie van de universiteit in te trekken als Akgündüz niet zou terugkomen van zijn uitspraken. Maar onderwijsminister Bussemaker schreef vorige week aan de Tweede Kamer dat zij de accreditatie niet kan intrekken zolang de onderwijskwaliteit niet in het geding is. Pas bij een aangifte of gerechtelijke veroordeling kan Bussemaker iets doen, schreef ze.