Waarom bij Ajax alles lukt en bij PSV juist niets

Kolbeinn Sigthórsson (rechts) heeft Ajax op een 1-0 voorsprong gezet tegen PSV en viert dat met ploeggenoot Lasse Schøne. Foto ANP

Even zeldzaam als prachtig: van die goals waarbij de bal van eigen helft vertrekt en zonder de grasmat te raken het doel in vliegt. Zoals dat doelpunt van Robin van Persie, uit een pass van Wayne Rooney vorig seizoen in de kampioenswedstrijd van Manchester United. Volleys uit jongensdromen.

Bijna was het gisteren in de Arena zo’n feest. Met Niklas Moisander in de rol van aangever en Davy Klaassen die, indachtig de Frank de Boer-achtige pass van achteruit, zijn innerlijke Dennis Bergkamp vond. Intuïtief stak Klaassen zijn voet uit, zoog alle vaart uit de bal en schoot zo uit de heup in het zijnet. De Boer en Bergkamp, nu coach en assistent-trainer van Ajax, moeten er iets in herkend hebben, iets van dat magische moment op het WK 1998 tegen Argentinië.

Die hete julidag in Marseille was PSV-trainer Phillip Cocu er ook bij. Misschien gingen zijn gedachten ook terug naar toen, maar waarschijnlijk naar het recente verleden. Waarom Bryan Ruiz, begaafde aanvaller en huurling van PSV, toch niet met een puntertje in de eerste helft de openingsgoal maakte, zodat niemand het daarna ooit nog over zijn huurprijs (naar verluidt 1 miljoen euro) zou hebben. Over spits Jürgen Locadia, die de grootste kans had, maar miste.

Kansen missen zit tussen de oren. Lichamelijk onvermogen heeft vaak een psychische oorzaak. Maar is het omgekeerde ook waar? Is succes het gevolg van mentale fitheid? Geslaagde acties duiden op geestelijke rust, totale controle, optimale concentratie en ‘in het moment’-zijn. Ajax had dat gisteren, PSV niet.

De enige goal in het duel tussen koploper Ajax en wankelmoedige subtopper PSV was al net zo’n moment waar willen en kunnen één werden. De pass op maat van Moisander. De kunstzinnige assist van Lasse Schøne, die de bal ineens uit de lucht voorgaf. En de afronding van Kolbeinn Sightórsson met het hoofd: subliem in timing en richting.

Tjokvol vertrouwen

Prachtig voetbal. Maar waarom dat nu juist Ajacieden overkomt, in een verre van vlekkeloze wedstrijd? Heus niet alleen door de Brazuca, de WK-bal die gisteren in de Arena voor het eerst gebruikt werd en waar Ajax al een maand mee traint. Maar misschien wel omdat de landskampioen voor het eerst in jaren de winter in ging als koploper. Ajax zit tjokvol vertrouwen in eigen kunnen. Voor negativiteit lijkt geen plaats.

Dan lukken acties zoals die van gisteren. De bal vollerend van voet tot voet tot hoofd. Net zoals vroeger op het plein het spelletje ‘tienen’ gespeeld werd, waarbij de bal voor het afronden de grond niet mag raken. Mooi was die tijd.

Het hoofd moet leeg, gevolgen van een eventuele misser – seizoen verloren? basisplaats kwijt? – moeten uit de gedachtewereld van een voetballer. Vrij zijn. Bal en ik, net als op training. Maar doe het maar eens, in de eerste wedstrijd van 2014, terwijl de psychologische impact van 2013, jubileum- en rampjaar tegelijk voor PSV, nog een plaats moet krijgen. „De vastigheid ontbreekt in de afronding”, aldus Cocu. „Dat is het hele seizoen al het verhaal.”

En dat is een triest verhaal. De vraag of het seizoen nu verloren is, omzeilde hij. Maar het leek hem duidelijk dat het „niet aan ons is om over de titel te praten”. Om er aan toe te voegen dat hij, in zijn prille carrière als hoofdcoach, „nog nooit het woord kampioenschap in de mond” heeft genomen. Het is, en blijft, een seizoen van bouwen aan een jonge ploeg. Zo was het in september, toen alles goed ging. En in november, toen alles fout ging. En nu nog steeds.

Wie gelooft in het noodlot dat getart kan worden, geeft misschien Memphis Depay de schuld. De PSV-aanvaller schoot na een uur een vrije trap, vijf meter van de zijlijn, ineens met een wreeftrap op doel. Hij kan dat wel, maar nu niet. Over en naast, hoog en ver. Vier minuten later was stond het 1-0. En kon er een potloodstreep door het seizoen van PSV.

PSV presenteerde zich goed, vond Cocu. Hij realiseerde zich de waarde van wat zijn ploeg gisteren in de eerste helft liet liggen. Kansen voor Locadia, eentje voor Ruiz. „Het is niet alleen de goal die je maakt. Het is ook de stand die iets doet met je. En met je tegenstander.”

Nu deed PSV niets aan het sterke gemoed van Ajax, dat wel degelijk onder druk stond in de eerste helft. Maar Ajax bleek onverstoorbaar, en in de fijne motoriek van de spelers toont het zich de mentale kampioen. Zie de poort van Nicolai Boilesen door de benen van Ruiz, of die van Viktor Fischer bij PSV-back Santiago Arias. Of Ricardo van Rhijn die in één beweging een pass controleert en een tegenstander voorbij spurt. In die koppies zit het goed.