Voornaam portret is discussie waard

Het zijn de belangrijkste portretten van Nederland. Overheidsinstanties zijn niet verplicht om het staatshoofd met zijn staatsieportret aan de muur te hebben, maar het hangt in alle overheidsgebouwen. Of je nou trouwt of wordt opgepakt, je ziet het. Uiteraard heeft iedere kunstenaar het recht om de koning af te beelden, maar een echt staatsieportret is het pas als het met een officiële opdracht is gemaakt. In 1816 schilderde Charles H. Hodges het eerste staatsieportret, van koning Willem I. De afgelopen decennia wees de Rijksvoorlichtingsdienst (RVD) de kunstenaars aan. Waarom viel in 1981 de keuze op onder meer Herman Gordijn en Marte Röhling voor de portretten van de nieuwe koningin? Niemand die het weet. Zonder toelichting waren ze er ineens en zo eens in de tien jaar waren er net zo plotseling nieuwe, als de portretten aan verversing toe waren.

In 1995 kon worden geraden dat de persoonlijke smaak van het staatshoofd van invloed was. Toen kreeg de schilder Carla Rodenberg de opdracht voor een staatsieportret, naar verluidt op persoonlijke aanwijzing van koningin Beatrix.

Met de staatsieportretten van de nieuwe koning Willem-Alexander is een ander pad ingeslagen. Het gebeurt voor het eerst niet verholen. Het Mondriaan Fonds, jaarlijks goed voor de verdeling van 26 miljoen euro subsidievoor beeldende kunst en cultureel erfgoed, mocht de opdracht organiseren. Vorige week wees het fonds drie kunstenaars aan om het officiële staatsieportret te maken. Strokend met het onvermoeibaar streven van dat fonds om de relevantie van kunst te accentueren, werd ingezet op een transparante aanpak: iedereen mocht inzenden. Het verkoos vaker het wedstrijdmodel – voor de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië 2013 en voor de Prix de Rome – en dat pakte goed uit. De kunstwereld houdt er niet van, die vreest competitie. Maar daar is het Mondriaan Fonds niet bang voor. Terecht. Juist het staatsieportret is het waard om bediscussieerd te worden. Hoe meer Nederlandse belastingbetalers zich erbij betrokken voelen, hoe beter. Met Rineke Dijkstra, Iris van Dongen en Femmy Otten koos de jury voor een gevarieerd trio. Meesmuilende kritiek dat dit een veilige keuze zou zijn, gaat voorbij aan het karakter van zo’n portret. Het moet voldoen aan de symboolfunctie ervan. Het moet de waardigheid van het staatshoofd benadrukken. En het dient aansprekend te zijn, toegankelijk voor een groot publiek. Daarbij moet de kwaliteit van het kunstwerk buiten kijf zijn. Deze drie kunstenaars bewijzen dat toegankelijkheid noch eisen van een opdrachtgever de creativiteit hoeven te schaden.

Koning Willem-Alexander was niet betrokken bij zijn staatsieportretten. Hij heeft de voorstellen als eerste mogen zien, maar nádat de jury zijn keuze had gemaakt. Laat het een traditie worden.