Voetje voor voetje tot elkaar

Wat wil Frankrijk van Nederland? En wat verlangt Nederland eigenlijk van Frankrijk?

Voor het eerst in veertien jaar brengt een Franse president vandaag een bezoek aan Nederland. Dat staat voor François Hollande, na een turbulente week waarin zijn privéleven en zijn economische hervormingsagenda streden om de meeste aandacht, in het teken van wat enigszins obligaat „het verstevigen van de wederzijdse relaties” heet.

Maar dit gevleugelde diplomatieke mantra klinkt minder hol dan gewoonlijk. Sinds het bezoek van Jacques Chirac in februari 2000 zijn de Europese verhoudingen gekanteld. Door de dertien nieuwe EU-lidstaten en de invoering van de euro is het soortelijk gewicht van Nederland in de unie afgenomen, terwijl ‘Parijs’ de EU steeds minder makkelijk naar zijn evenbeeld kan modelleren. In 2005 stemden beide landen die aan de wieg van de Unie stonden tegen het grondwettelijke verdrag voor meer politieke integratie.

Een belangrijk jaar voor Europa

Hollande, die vanmorgen in Den Haag ontvangen werd door koning Willem-Alexander en premier Rutte, probeert aan het begin van een belangrijk EU-jaar – met verkiezingen, een Europese banencarrousel en verdere economische integratie via de Bankenunie – nieuwe Europese verbonden te smeden om tegenwicht te bieden aan Duitsland of het op Europese vervreemding afstevenende Verenigd Koninkrijk.

Nederland kiest in de optiek van de Fransen in EU-verband iets al te graag de zijde van de Duitsers en de Britten. Binnen de eurozone zat Nederland onder het vorige kabinet lange tijd in het Duitse kamp van de harde bezuinigers, dat van de vermaledijde austérité, terwijl de regering van Hollande liever naar Keynesiaans recept met overheidsbestedingen de economie aanzwengelde om verlies van kennis en werkgelegenheid te beperken.

De verschillen kwamen nog eens aan de oppervlakte toen een jaar terug minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) met steun van Duitsland kandidaat was om voorzitter te worden van de Eurogroep. „I don’t speak French”, liet hij zich ontvallen toen hij de Franse pers in de armen liep. De Fransen waren diep gekrenkt, maar ze wilden hem sowieso al de weg versperren. Niet zozeer om de taal of omdat ze een eigen gegadigde hadden, ook om ideologische redenen.

De Fransen hebben een zekere bewondering voor de ‘Bataafse’ handelsgeest. Nederland behoort economisch tot de grootste landen van Europa en ook in de Franse diplomatie staat handelsbevordering tegenwoordig op het eerste plan – ook in dit geval trouwens om de kloof met het beter concurrerende Duitsland te dichten. Niet Frankrijk, de tweede economie van Europa, maar België is na Duitsland de belangrijkste Nederlandse handelspartner. Een legertje grands patrons reist daarom vandaag in het kielzog van Hollande mee om zaken te doen.

Dat zijn behalve usual suspects als Air France KLM-topman Alexandre de Juniac of bestuursvoorzitter Jean-Marc Janaillac van vervoersbedrijf Transdev (voorheen Veolia), bijvoorbeeld ook de bazen van cosmeticaproducent l'Oréal (die in de Nederlandse chemische industrie een belangrijke toeleverancier heeft), Total (olie) en Danone (eigenaar van voedingsmiddelenconcern Numico).

Nederlandse handelsgeest

Maar die handelsgeest gaat in Nederland gepaard met ‘ultraliberalisme’, heet het in de media. Of je in Frankrijk nu links bent of rechts: de vloek van het liberalisme is de grootste vijand van de immer naar protectionisme neigende uitdijende staat. Adviseurs van Hollande probeerden deze „karikatuur” van de economische tegenstellingen de laatste dagen te relativeren. Andersom hekelden zij ‘le French bashing’ in Nederland: weinig begripvolle kritiek op al wat clichématig Frans zou zijn.

Nederland heeft voor de hervormingsgezinde vleugel van Hollandes Parti Socialiste onder de sociaal-democraat Wim Kok in de jaren negentig laten zien te kunnen bezuinigen en hervormen met behoud van een genereus sociaal zekerheidsstelsel. Dat wil Hollande ook. Vooral in eigen kring, waar zijn ‘sociaal-liberale’ aankondigingen gewantrouwd worden, kan Nederland als voorbeeld dienen.

In de grote persconferentie waarin Hollande afgelopen week een „versnelling” van zijn ‘sociaal-democratische’ hervormingsagenda, een intensievere „sociale dialoog” aankondigde en een drastische verlaging van de overheidsuitgaven beloofde, noemde de president „andere landen die dat gedaan hebben (…) landen die die sociale traditie hadden”. „Ik denk vooral aan landen in Noord-Europa”, zei Hollande. „Zij zijn er dynamischer en meer solidair uitgekomen.”

Maar de toenadering komt ook van Nederland zelf. Meteen na het aantreden van Frans Timmermans (PvdA) als minister van Buitenlandse Zaken, ging de uitnodiging aan Hollande de deur uit. Hollande heeft koning Willem-Alexander vandaag voor een tegenbezoek uitgenodigd. Het was Timmermans die „uit puur eigenbelang” als Kamerlid pleitte voor toenadering tot Frankrijk om „Nederland uit het groeiende Europese isolement te halen”, schreef hij 2011 in de Volkskrant.

Voor Timmermans is Frankrijk een „onmisbare schakel tussen Noord en Zuid”. De Nederlandse bijdrage aan de door de Fransen begonnen operatie in Mali is daar op dit moment een van de meest tastbare gevolgen van - en volgens ingewijden bovendien nu de smeerolie in het diplomatieke verkeer. Een meer strategische samenwerking in Europees verband van de twee grondleggers van de EU, die beide met felle anti-Europese sentimenten kampen, is voor Parijs en Den Haag een volgende.