Turkije, Iran, Israël

Turkije heeft zijn buitenlandse koers het afgelopen jaar scherp bijgesteld. Na het begin van de Arabische opstanden in 2011 haalde het de banden aan met de sunnitische Moslimbroederschappen en verwante partijen die in Egypte en Tunesië aan de macht kwamen, en steunde het voluit de Syrische rebellen tegen Assads regime. Er werd gesproken van een ‘sunnitische as’, met Turkije als drijvende kracht. De relaties met Assads steunpilaren Iran en Irak, de facto een shi’itisch blok, verslechterden.

Maar dit beleid werd een fiasco. Assad bleek veel taaier dan verwacht, extremisten onder de rebellen kregen de overhand, en het Egyptische leger greep opnieuw de macht. Turkse kritiek op Kairo leidde meteen tot de uitwijzing van Ankara’s ambassadeur.

Mede doordat er sprake is van lichte dooi tussen de Verenigde Staten en Iran zoekt Ankara nu weer toenadering tot Teheran. Premier Erdogan wordt deze maand in Iran verwacht, president Rohani is van plan in februari Ankara te bezoeken. Zelfs wordt Turkije nu door Israël beschuldigd van hulp aan Iran om de sancties tegen zijn omstreden nucleaire programma te ontduiken. Ook heeft Ankara de betrekkingen met het overwegend shi’itische bewind in Irak nu weer aangehaald.