Terecht staande ovatie voor Ives’ ‘Concord-sonate’ door John Snijders

Dit jaar is het 140 jaar geleden dat Charles Ives werd geboren. Zestig jaar geleden overleed de Amerikaanse componist. En het Nederlandse ensemble dat zijn naam draagt, het Ives Ensemble, viert zijn dertigste verjaardag. Hoe vier je zoiets tegenwoordig? Met een muziekmarathon. In drie concerten in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam werden de bezoekers ondergedompeld in Ives’ rijke klankwereld. Zijn vernieuwende muziek werd tijdens zijn leven weinig gespeeld. Nu wordt Ives beschouwd als ‘avant-gardist avant la lettre’: hij gebruikte al vooruitstrevende technieken zoals polytonaliteit voordat anderen daarmee aan de slag gingen.

Tijdens de ‘marathon’ werden alle facetten van zijn kunstenaarschap belicht. In het eerste concert, met onder meer zijn Tweede vioolsonate en Trio op het programma, was vooral aandacht voor het volksmuzikale karakter – Ives putte rijkelijk uit de fanfaremuziek en religieuze liederen en was een meester in het combineren van stijlen. De vioolsonate, een knap stuk, klonk nog wat ongepolijst. De eerste violiste had vaker problemen met zuiverheid in de hogere posities; de schokkerige streken vielen op in Ives’ veelgehoorde The Unanswered Question, waarin gedragen, ‘tonaal’ spelende strijkers te maken krijgen met een solotrompet die een ‘atonaal’ thema speelt, en blazers die daar op reageren.

Niet alle stukken leken even goed voorbereid. Het intense Tweede strijkkwartet, een beproeving, kreeg een heldere vertolking, maar in het derde deel ebde de energie weg. Oorstrelend mooi was de contrapuntische Set of Three Short Pieces. Het laatste concert was er een voor piano solo, de Concord-sonate, door ensembleoprichter John Snijders. De sonate is na bijna een eeuw na haar voltooiing (1919) nog steeds een kluif. De titel verwijst naar het stadje waar het transcendentalisme ontstond. Ives noemde de delen naar schrijvers en denkers uit die beweging, die de inherente goedheid van mens en natuur centraal stelde. Wie zich op de notentekst stort, wordt geconfronteerd met een ogenschijnlijk ondoordringbare maalstroom van lijnen en akkoorden, die de speler en luisteraar alle lucht weg lijken te nemen. Des te indringender zijn de etherische, langzame passages. Het is bewonderenswaardig hoe Snijders zich door de muziek worstelde, en hoe natuurlijk hij de noten liet klinken, met een terechte staande ovatie tot gevolg.

Als de concerten iets duidelijk maken, is het dat je Ives niet alleen intellectueel moet benaderen. Voor componist Louis Andriessen was Ives een voorbeeld. In de pauze werd hij over zijn muzikale held ondervraagd. „Ives maakte geen onderscheid tussen hoge en lage muziek”, zei hij. „Hij haalde de hiërarchie uit de noten.”