Spanning tussen drie zussen in een zomerhuisje

Onderkoelde ironie: Kitty Courbois, Sigrid Koetse enIngeborg Elzevier als zussen in een zomerhuis inLa Paloma.Foto Ben van Duin

‘De zon heeft al best kracht’, zegt zus één, „en het is pas begin mei”. Zus twee gromt alleen maar even, want ze probeert een boek te lezen. Maar zus één is nog lang niet klaar met het bespreken van de weersomstandigheden en blijft dus nog even doorgaan. De ene platitude na de andere produceert ze. Tot zus twee haar maant om nou eens rustig te gaan zitten. En dan komt er wéér zo’n gemeenplaats: „Zo lang de boel niet aan kant is, zit ik niet lekker”.

Zo’n opening lijkt La Paloma, de komedie die Bert Edelenbos schreef voor Kitty Courbois, Ingeborg Elzevier en Sigrid Koetse, niet meteen onder spanning te zetten. Maar het is het soort gezever waarop, dramaturgisch gezien, alle zegen rust. Hoe langduriger en hoe stoïcijnser het wordt gedebiteerd, hoe beter het is.

Edelenbos schiep drie zusters in een zomerhuisje in een bos. Althans: het zijn er eerst twee. En dan komt zus drie, die ze al heel lang niet meer hebben gezien, hun evenwicht verstoren. Al gauw blijkt dat ze het en en ander voor elkaar te verbergen hebben, en dat er ook nog gevaar van buiten dreigt – die zomerhuisjes moeten misschien tegen de grond, om plaats te maken voor lucratieve bungalows.

Veel greep heeft de schrijver echter niet op die plotelementen. Ze worden ietwat onhandig uitgeserveerd en brengen niet heel veel te weeg. Met een – ook figuurlijk – uit de lucht vallend onweer is het zo ongeveer afgelopen. Een echte catharsis heeft deze komedie niet.

Veel beter is Edelenbos in de onderkoelde ironie waarmee hij zijn dialogen levensecht weet te maken. Met zinnetjes als: „Je krijgt mij niet op een ladder. Ik krijg al hoogtevrees op dikke sokken”.

Dat zijn bovendien teksten waarmee deze drie actrices feilloos op de lach mikken zonder nadrukkelijk koddig te doen. La Paloma is, zo bezien, eerder een staalkaart van hun talenten dan een doortimmerd stuk. Waarbij des te meer opvalt hoe verschillend ze zijn. Sigrid Koetse is de onbetwiste diva van het stel, met een klassiek soort allure. Ingeborg Elzevier is de comédienne die maar haar wenkbrauwen hoeft op te trekken om komisch te zijn. En naast hen is Kitty Courbois misschien wel de modernste, omdat ze haar woorden zo vaak iets ambivalents meegeeft. Zo zorgt Edelenbos ervoor dat ze alle drie de rol hebben die hen het best past.

En regisseur Gerardjan Rijnders heeft zich bij die werkwijze, zo te zien, graag aangesloten. Hij laat de drie speelstijlen naar hartelust naast elkaar bestaan, zonder naar een eenheid te streven die waarschijnlijk alleen maar geforceerd zou lijken.

Een vierde figuur, in een kleinere rol, is een door Niels Quist gespeelde kleinzoon. Hij straalt, naast deze drie theaterveteranen, iets ongemakkelijks uit. Maar zo gek is dat niet, voor een jongeman die zich met zijn houding nog niet goed raad lijkt te weten.

La Paloma speelt zich af tussen neerhangende doeken vol groen gebladerte. En als de voorstelling begint, horen we zelfs even een vogeltje fluiten. Alsof we ons echt in camping Licht en Lucht bevinden, samen met de drie nieuwste zusters van het Nederlandse toneel.