Column

Simone Overgave

Voor de Hofvijver staat een haringkraam met een rood-wit-blauwe gevel: Hollandse Nieuwe – Malse maatjes. Het is drie uur ’s nachts en het Binnenhof ligt er verlaten bij. De houten deur van de Ridderzaal lijkt nauwelijks op slot en ik trek aan de ijzeren lus, mijn vrienden weten beter en gaan op de trap zitten met een biertje van de shoarmatent die met neonletters had laten weten dat-ie nog open was.

We besluiten een stuk uit Adam in ballingschap van Joost van den Vondel te lezen. Dat klinkt wat aanstellerig, en dat is het ook, maar het is wat we voorhanden hebben, stenciltjes met een tekst uit de zeventiende eeuw. We zijn bovendien wat lyrisch gestemd, omdat we van het literatuurfestival Writers Unlimited komen (en het is ook nog volle maan).

We verdelen de rollen (natuurlijk wil iedereen de duivel zijn) en spelen met hakkelende, maar gezwollen stemmen hoe demon Belial de weerloze Eva verleidt om van de ‘eedlen feniksboom’ te eten.

Eerder op de avond hield de Vlaamse schrijfster Anne Provoost een pleidooi voor fictie die extra verzonnen is. Er verschijnen te veel romans die hun waarde verdienen met het stempel ‘echt gebeurd!’ en ‘autobiografisch’.

„Een roman lezen is als seks”, zei Provoost. Het gaat om overgave. Je moet je overleveren aan de auteur en diens verzonnen wereld. „Voor mij is de auteur, ook als het een vrouw is, altijd een man die me verleidelijk diep in de ogen kijkt en dan in mijn oor fluistert ‘I am a liar, and that’s the truth.’” Overgave is noodzakelijk voor de beleving van kunst. Toch vinden we, misschien wel sinds de zondeval van Eva, dat het weerstaan van verleiding een deugd is. Het beteugelen van verlangens wordt als een teken van beschaving gezien. Maar Provoost gelooft juist dat fictie de mens van het dier onderscheidt. Je moedwillig laten misleiden en meeslepen gaat overlevingsdrift en instinct te boven.

Ik kijk rond, naar de vele, vele cameraogen op het Binnenhof en vraag me af of Geert Wilders trots zou zijn, zou hij de beelden terugzien en horen dat wij – hangjongeren – uit cultureel erfgoed voordragen. Waarschijnlijk zou hij ons elitair vinden, linkse hobbyisten.

Mijn billen zijn bevroren van de Ridderzaaltrap en dus loop ik een stukje rond, terwijl mijn vrienden lezen hoe Adam zijn Eva berispt. Ik kijk door de ramen bij Tweede Kamer ingang 2. De kapstok in de gang is leeg, niemand hier die een sjaal vergeet. Een paar ramen verder zie ik een werkkamer: een witgelakt bureau, een koffiemok met kerstprint. Aan de rand van het computerscherm plakt een post-it. Er staat een datum op: 17-09-2013. Dat is vier maanden geleden.

Aan de muur hangt een campagneposter van de VVD: ‘Tijd dat er wat verandert.’

Ik zou ‘Wij zijn leugenaars en dat is de waarheid’ heel wat eerlijker vinden.