Republiek van de haat kiest een nieuwe president

Op straat in Bangui, de hoofdstad van de al maanden door religieus geweld geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), werd gejuicht toen president Michel Djotodia anderhalve week terug zijn aftreden aankondigde. Gisteren voltrok zich een andere scene in Bangui. Twee moslimmannen werden op straat gelyncht door een woedende menigte. Hun lijken werden met autobanden in brand gestoken.

De gruweldaad tekent de huidige onzekere situatie in de CAR. De christenen, zo’n 80 procent van de bevolking, waren anderhalve week geleden blij af te zijn van de gehate leider van de zogeheten Séléka, een alliantie van islamitische groepen en bendes die sinds vorig jaar maart aan de macht was in de hoofdstad. Maar met Djotodia’s vertrek keerde de rust nog niet terug. In de hoofdstad Bangui, zoals de lynchpartij van gisteren duidelijk maakt, maar vooral in het noorden en noordwesten van het land. In die afgelegen regio’s, waar geen of nauwelijks vredestroepen zijn, houden christenen nu klopjachten op moslims.

Onderzoeker Peter Bouckaert van Human Rights Watch noemt de situatie in de CAR onveranderd „kritiek”. „Het momentum is verschoven. Tot september waren de gewapende Séléka-milities de belangrijkste plegers van wreedheden. Nu zie je dat christenen op grote schaal wraak nemen. In steden waar de Séléka-milities zijn vetrokken, blijft de moslimbevolking onbeschermd achter. Grote zorgen maken we ons over de Peuhl, islamitische nomaden die met hun kuddes een gemakkelijk doelwit zijn”.

De vraag is of de CAR vandaag een nieuwe start maakt. In Bangui stemt het interim-parlement over de benoeming van een nieuwe leider, het liefst iemand zonder gewelddadig verleden die wel in staat is het geweld te stoppen. En in Brussel besluiten de EU-ministers van Buitenlandse Zaken over het sturen van een vredesmacht, mogelijk van duizend man, ter ondersteuning van de al aanwezige Franse en Afrikaanse militairen in het land. De EU-troepen zullen worden gestationeerd op en bij het vliegveld van Bangui, waar tienduizenden ontheemden zitten. De Franse en Afrikaanse troepen kunnen dan elders in het land worden ingezet.

„Genocide is een woord dat wij nog niet in de mond hebben genomen. Maar dat er op grote schaal schendingen plaatsvinden, staat vast. De christelijke milities maken geen onderscheid, ze nemen wraak op de moslimbevolking in haar geheel”, zegt Bouckaert.

Coördinator Karline Kleijer van Artsen Zonder Grenzen, vrijwel de enige organisatie in de CAR die er gezondheidszorg verleent, schetst een soortgelijk beeld. „Er leeft een enorme haat onder de mensen. En er zijn heel veel wapens. De boosheid, de haat, is nog lang niet voorbij”, zegt ze. „Met geloof heeft het niets te maken. Men vecht niet voor Allah of voor God. Christen of moslim is een identiteit die de tegenstanders elkaar geven. Men is uit op wraak en het is nog veel te vroeg om te kunnen zeggen of die spiraal van geweld ophoudt”.

In het hele land, zo groot als anderhalf keer Frankrijk, zijn meer dan 900.000 mensen op de vlucht geslagen. Bijna 500.000 inwoners van Bangui verblijven in geïmproviseerde kampen. Daar zijn ze, met de aanwezigheid van de buitenlandse troepen, redelijk veilig. Maar elders vrezen grote groepen mensen nog steeds voor hun leven.

In Bossangoa, driehonderd kilometer ten noorden van Bangui, zijn zo’n 30.000 inwoners gevlucht naar een katholieke missiepost. Twee kilometer verderop zitten 9.000 moslims bij elkaar. Niemand durft naar huis terug te keren. „Bossangoa is volledig verlaten. De meeste aandacht gaat uit naar Bangui. Daar is het sinds drie dagen iets rustiger, maar elders op het platteland blijft de situatie onveranderd slecht. Honderdduizenden zijn aan hun lot overgelaten en proberen te overleven”, zegt Karline Kleijer van AZG. „De CAR is altijd al een arm land geweest. De kindersterfte was er altijd al hoger dan elders. Nu is er deze crisis in een crisis bijgekomen”.

Het Internationale Rode Kruis zei gisteren de afgelopen twee dagen de lichamen van vijftig slachtoffers te hebben begraven in het noordwesten. „Veel mensen zijn gevlucht en verstoppen zich in de bush”.