Raad gecharmeerd van Circle Line

Volgens de Raad voor Cultuur daagt het Circle Line-plan van Jaap Polak de musea in Nederland uit tot nieuwe strategieën. De Amsterdamse kunsthandelaar pleitte anderhalve week geleden in het Cultureel Supplement van deze krant voor een herverdeling van de nationale kunstschatten. Door te schuiven met collecties kunnen tien gespecialiseerde musea van wereldklasse worden geformeerd, die volgens Polak het beste in provinciesteden, in een ring door Nederland kunnen worden gesitueerd: een culturele Circle Line, met als startplaats Amsterdam. Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur, noemt de Circle Line „een vernieuwende visie”.

Ook diverse museumdirecteuren reageerden enthousiast op het voorstel van Polak. Gerard de Kleijn van Museum Gouda schreef een notitie hoe de Circle Line in vijf jaar tijd gerealiseerd kan worden. Dat voorstel stuurde hij op aan Daalmeijer. Een lid van de Raad voor Cultuur heeft deze week een gesprek met De Kleijn over zijn notitie. Daalmeijer: „De Raad voor Cultuur is een groot voorstander van samenwerking tussen musea en ook van collectiemobiliteit. Dat hebben we vorig jaar ook in ons museumadvies Ontgrenzen en verbinden al geschreven. Het idee van Jaap Polak stimuleert terecht de discussie die na ons advies wordt gevoerd en daagt de musea uit tot nieuwe strategieën.”

De Kleijn noemt de Circle Line de meest belovende en opgewekste bijdrage aan het cultuurdebat. „Nu eens niet een jammerklacht over kaalslag, maar een sprong vooruit, gebaseerd op eigen kracht.” Het aantrekkelijke van het plan, zegt De Kleijn, is dat de musea zonder politieke bemoeienis aan de slag kunnen. „Waar een wil is, is een Circle Line.”

De Circle Line kan in vijf jaar tijd worden gerealiseerd, zegt De Kleijn. De Nederlandse Museumvereniging moet volgens hem de regie nemen en kandidaat-musea uitnodigen een bidbook in te zenden. Provincies die een halteplaats in de Circle Line willen bieden, dragen jaarlijks 500.000 euro bij aan de exploitatie van het desbetreffende museum. Er moet een uitgekiend marketingplan komen en bij lastige kwesties beslist de voorzitter van de Raad voor Cultuur.

De Circle Line vergt een cultuuromslag, zegt De Kleijn, en is eerder een mentale dan een logistieke of financiële uitdaging. „Polak heeft een voorzet gegeven. Het is aan de museumsector om te scoren.”

Collega Ad Geerdink van het Westfries Museum is het daarmee eens. „Hoog tijd dat we vanuit een helikopter naar de Collectie Nederland kijken.” Amsterdam kan volgens Geerdink de toeristenstroom langzamerhand niet meer aan. Daarom is het volgens hem „tijd voor een grotere rol voor het achterland”.

Geerdink zou het Westfries Museum graag uitbouwen tot het Nationale VOC-museum, zoals Polak in zijn Circle Line-plan voorstelde. „Dat zou een geweldige boost voor Hoorn betekenen.”

Met een aantal VOC-topstukken uit het Rijksmuseum en de Amsterdam, de replica van het VOC-schip van het Scheepvaartmuseum, zou het bezoekersaantal van zijn museum direct van 40.000 naar 100.000 bezoekers per jaar gaan, verwacht Geerdink. „Hoorn is een parel, veel mensen weten de stad alleen niet te vinden.”

Jaap Polak is blij met de enthousiaste reacties. De kunsthandelaar heeft deze week een gesprek met het Rijksmuseum. „Nee, niet over de Circle Line. Ik wil het museum een plan voorleggen voor een herinrichting van het Museumplein.”