Opsteker onderweg naar het WK

Ineens stond er een hechte hockeyploeg. Een groep jongens die onderling iets te vieren had. Natuurlijk, het was geen wereldtitel, en de Hockey World League in het kille New Delhi valt in het niet bij olympisch goud. Maar onderweg naar het WK in Den Haag maakt het Nederlands elftal zichtbaar een groeispurt.

„De grote winst is dat we als groep volwassener zijn geworden”, zei aanvoerder Robert van der Horst na de afgetekende zege (7-2) in de finale tegen Nieuw-Zeeland. „We zijn deze winter met elkaar in verbinding gekomen. Dan kun je van iedereen winnen.”

De ploeg van bondscoach Paul van Ass rekende in India in één week tijd af met drie hindernissen die in de loop der jaren steeds hoger leken te worden. Voor het eerst sinds de Spelen van Athene (2004) won Nederland cruciale duels van Australië (twee keer) en Duitsland. De eindzege betekende de eerste prijs sinds de Europese titel van 2007.

„Voordat je kunt winnen verlies je een hoop”, zei tweevoudig olympisch kampioen Stephan Veen, sinds een half jaar bestuurslid tophockey binnen de KNHB. „Dat heb ik ook meegemaakt. Het gaat erom hoe je met dat verlies omgaat. Als team is Nederland de afgelopen weken echt sterker geworden, in de organisatie en mentaal. De vechtlust druipt eraf.”

De basis voor de metamorfose werd gelegd tijdens het EK in België, afgelopen zomer. Daar belandde Nederland op een dood spoor toen de ploeg in de halve finale keihard werd afgeserveerd door Duitsland (5-2). Dat veranderingen onontkoombaar waren werd nog pijnlijker duidelijk toen Nederland op een doordeweekse novemberavond in Naaldwijk door België van het kunstgras werd geveegd (6-2). „We zijn een andere weg ingeslagen”, erkende Van der Horst in Delhi, de gouden medaille om zijn nek. „Dit is een bevestiging dat we op de goede weg zijn.”

Het getuigde van collectieve groei dat de selectie zelf het voortouw had genomen. „We hebben in de voorbereiding goed met elkaar gesproken”, zei routinier Marcel Balkestein. „De basis moet elke wedstrijd zijn dat we voor elkaar door het vuur gaan.” Er moest meer ‘met het hart’ worden gespeeld, spelers moesten elkaar meer aanspreken op hun verantwoordelijkheden, en ‘de ondergrens’ moest omhoog.

Bovendien drongen zij bij de bondscoach aan op meer defensieve zekerheden. Toen Van Ass in 2010 was aangetreden als opvolger van Michel van den Heuvel beloofde hij af te rekenen met het risicoloze geschuif in de jaren ervoor. „We speelden te veel om niet te verliezen”, zei hij. Van Ass predikte energiek, avontuurlijk en flitsend hockey, het liefst bekroond met vijf doelpunten per wedstrijd. Een paar tegengoals hoorden erbij.

Van die instelling was in India alleen in de finale tegen Nieuw-Zeeland nog iets te merken. De rest van het toernooi speelde Nederland, met name tegen Australië, bij vlagen als pure counterploeg. „We schamen ons er niet voor ons terug te trekken”, erkende Balkestein. „We moeten gewoon realistisch zijn. Zeventig minuten aanvallen gaat niet goed.”

Onder de nieuwe afspraken komen creatieve spelers als Constantijn Jonker, Seve van Ass en met name Robbert Kemperman veel beter tot hun recht. „Hij gaat richting de beste spelers van de wereld”, zei Van der Horst over Kemperman, die net als bij het EK in Boom opnieuw werd uitgeroepen tot beste speler van het toernooi.

In aanloop naar het WK in Den Haag is de toernooizege in New Delhi vooral een morele opsteker voor Nederland, dat al tien jaar jaagt op de onbetwiste koplopers Duitsland en Australië. In alle euforie zou het kortzichtig zijn de ploeg meteen uit te roepen tot favoriet voor de wereldtitel. Het is nog zeer de vraag of het gat met Duitsland en Australië nu is gedicht. „Dit biedt geen enkele garantie voor het WK”, bleef ook Van Ass voorzichtig. „Australië en Duitsland zullen hun huiswerk doen.”

Zij zullen zich bovendien belangrijk versterken. In Den Haag zal de Duitse bondscoach Markus Weise wél beschikken over een as met Max Müller, Moritz Fürste en Christopher Zeller. En Ric Charlesworth van de Kookaburras zal op het WK zeker gebruik maken van de diensten van aanvoerder Jamie Dwyer, Fergus Kavanagh, Chris Ciriello en Matthew Swann – te samen goed voor bijna zevenhonderd interlands. Zij kregen vorige week rust.

Maar spelers en technische staf van het Nederlands elftal houden zich vast aan de groei die zij als team hebben doorgemaakt. „Je moet eerst leren winnen voordat je een grote titel kunt pakken”, weet Van Ass. „Tot dit weekeinde hadden we drie finales gespeeld, en verloren. Ik ben hier blij mee. Maar er zit nog veel rek in deze groep.”

Extra druk verwacht hij niet, na de toernooizege in Delhi. „Het neemt juist wat druk weg. We weten nu dat we de topploegen kunnen verslaan. Dat maakt ons sterker.”