Of vrienden voor heel even?

Illustratie Roel Venderbosch

Aan de allianties in het Midden-Oosten is geen touw meer vast te knopen. Vroeger was de kaart simpel: de bondgenoten van de Sovjet-Unie tegenover die van de Verenigde Staten. Ook na het wegvallen van de Sovjet-Unie in 1989 bleef die tegenstelling bestaan.

Een scherpe scheidslijn liep tussen de radicalen – landen als Syrië, Libië, Algerije, Irak en Jemen – en de zogeheten gematigde bondgenoten van het Westen. Dat waren met name de Arabische koningen plus Egypte, dat zich onder president Sadat van Moskou afkeerde. En Israël natuurlijk.

De Amerikaans-Britse invasie van Irak, die het bewind van Saddam Hussein ten val bracht, maakte in 2003 een einde aan die overzichtelijke tweedeling van vrienden en vijanden van het Westen. Het besluit van de Amerikaanse bezettingsautoriteiten om de macht in Irak te verdelen conform de sektarische getalsverhoudingen, bracht een overwegend shi’itische regering in Bagdad aan het bewind.

Het betekende ook dat een oude vijand van het shi’itische Iran plaatsmaakte voor een vriend. En wat betreft de streng-sunnitische heersers in het Golfgebied, betekende dit dat de gevreesde en verketterde shi’ieten naast Syrië een nieuw bruggenhoofd hadden gekregen in de Arabische wereld. Dus ging Saoedi-Arabië heimelijk sunnitische extremisten steunen die in Irak gewapenderhand het werk van zijn Amerikaanse vrienden probeerden teniet te doen. Deze steun heeft bijgedragen aan het huidige Al-Qaeda-offensief waartegen Iran en de VS nu allebei – maar apart – premier Maliki’s regering helpen. Al-Qaeda is beider vijand.

De ‘Arabische Lente’ en het chaotische vervolg daarop hebben het breiwerk van allianties in het Midden-Oosten in een onontwarbare knoedel veranderd. Een vriendschap vandaag kan morgen een vijandschap zijn. Zie het triomfantelijke bezoek aan Kairo van de Turkse premier Erdogan die in september 2011 als een ster werd ontvangen en er na de verkiezingsoverwinningen van de Moslimbroederschap nauwe banden aanknoopte. Zijn conservatief-sunnitische AK-partij dacht het voorbeeld te kunnen zijn voor een democratischer bewind in Egypte.

Vriend, vijand, nu weer vriend

Nog geen twee jaar later greep het Egyptische leger met Saoedische steun opnieuw de macht en werd de Moslimbroederschap gebrandmerkt als een terroristische organisatie. Erdogans kritiek werd door Kairo als onduldbare inmenging bestempeld en bestraft met de uitwijzing van de Turkse ambassadeur. Nu zoekt Turkije weer toenadering tot het shi’itische Iran, ook al is dat zijn tegenstander in de oorlog in Syrië. Sektarische gevoelens hebben niet altijd de overhand. Economisch belang is soms een machtiger drijfveer.

Na 2011 hebben de VS hun van oudsher actieve rol in het Midden-Oosten gereduceerd. De buitenlandse politiek is nu strikt gericht op verdediging van Amerikaanse kernbelangen, onderstreepte president Barack Obama in september in zijn rede tot de Verenigde Naties. De oude bondgenoot Egypte is geen kernbelang meer, de Syrische oorlog evenmin. Steun voor de sunnitische oppositie in Syrië is overgelaten aan bondgenoten Turkije, Saoedi-Arabië en Qatar. Het regime van Assad kan rekenen op Iran, Hezbollah en Rusland. De Amerikaanse rol blijft beperkt tot inspanningen een vredesconferentie te organiseren.

Politieagent

Iran en zijn omstreden nucleaire programma vormen wél zo’n kernbelang. De huidige inspanningen van de VS om deze kwestie vreedzaam te regelen – omdat een nieuwe oorlog voor Obama ondenkbaar is – hebben al tot nieuwe grote onrust in het Midden-Oosten geleid. Naaste bondgenoten Israël en Saoedi-Arabië moeten niets hebben van het interim-akkoord dat vandaag van kracht wordt.

Maar in het Golfgebied zelf is er ook verzet tegen de starre Saoedische opstelling. De heerser van Dubai riep op tot opheffing van de sancties tegen Iran: „Daarvan zal iedereen profiteren.” Toch zijn de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan Dubai deel uitmaakt, een van de beste bondgenoten van Saoedi-Arabië. Maar Dubais economisch belang weegt zwaarder dan zijn trouw aan Saoedi-Arabië of zijn sektarische voorkeuren.

Een definitief akoord tussen de Verenigde Staten en Iran zou kunnen leiden tot een nieuwe, ingrijpende herschikking van de Midden-Oosterse allianties. Voor de islamitische revolutie van 1979 stond het Iraanse regime immers bekend als politieagent van de VS in de Golf. En de toenmalige sjah was ook een bondgenoot van Israël. Zo’n herschikking is nu ondenkbaar. Maar op termijn is niets uitgesloten.