Nederland is ontsnapt aan rellen zoals in Londen 2011

‘Agenten kunnen dus alles maken!”, klonk het op 23 december vanaf de publieke tribune in de Haagse rechtbank. Even daarvoor was een agent vrijgesproken die een jaar eerder een 17-jarige jongen doodschoot op station Hollands Spoor. Rishi Chandrikasing werd gedood omdat de agent vermoedde dat hij gewapend was, wat niet zo bleek te zijn. Rishi was weggerend toen de politie op hem afkwam, een reactie die menig donkere jongen hem had nagedaan. Niet een directe bedreiging, maar het verdachte beeld dat de politie van Rishi had, leidde tot zijn dood.

Rishi bleef niet staan, omdat hij de politie wantrouwde, zoals zoveel jongens met een migrantenachtergrond uit achterstandswijken. Onderzoeken naar etnisch profileren wijzen uit dat frustraties over ongelijke behandeling door de politie leiden tot een gebrek aan vertrouwen in de rechtvaardigheid van het rechtssysteem. De vrijspraak van de agent zal dat wantrouwen voeden. De zaak doet denken aan het ‘Hollende kleurling’-arrest uit 1977, waarin de rechter een migrant vrijsprak van drugsbezit en wederspannigheid omdat er vooraf geen geldige reden tot aanhouden was. Rishi is nu lijfelijk slachtoffer, maar anders dan 35 jaar geleden is de rechter nu op de hand van de schietende agent. Deze uitspraak versterkt het gevoel van scheve verhoudingen: de politie lijkt boven de wetten te staan waar burgers zich aan moeten houden.

Na de vrijspraak liep een demonstratie tegen politiegeweld uit op een confrontatie tussen agenten en enkele demonstranten. Verder bleef het rustig. In Engeland leidde de vergelijkbare zaak-Duggan in de zomer van 2011 tot hevige rellen. Mark Duggan werd ‘rechtmatig doodgeschoten’, oordeelde een onderzoeksjury onlangs. Betrokkenen reageerden furieus. De politiewoordvoerder die het nieuws bracht, kon zichzelf niet verstaanbaar maken. Omstanders schreeuwden luidkeels ,,moordenaar’’. De verontwaardiging overstemde de officiële uitleg van de dood van Duggan.

Deze scène is symbolisch voor de problematische relatie die inwoners van achterstandswijken hebben met de overheid. Als de overheid ervaren onrecht niet serieus neemt, kan dit leiden tot heftig stedelijk geweld. Zie Parijs in 2005, zie London in 2011. In beide gevallen sloeg de vlam in de pan nadat de overheid gebrekkig reageerde op de betrokkenheid van de politie bij de dood van een jongere.

Tegelijkertijd speelden breed gedragen frustraties over het politieoptreden en de armoede in achterstandswijken een rol. Jongeren voelden zich behandeld als tweederangs burgers, die geen gelijke kansen krijgen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt. Ze worden constant door de politie in de gaten gehouden. De afstand tussen hun belevingswereld en de wereld van politici, politie en justitie is enorm. Tijdens de rellen in 2011 sprak de Britse premier Cameron van een ,,gebroken samenleving” die aan diggelen werd geslagen door relschoppers zonder sociaal besef. Maar volgens de betrokken jongeren heeft de overheid zelf geen besef van sociale verhoudingen. In hun buurt ervaren ze een gebrek aan interesse van faciliterende instanties en een overmatige interesse van controlerende instanties. Het vertrouwen in een overheid die al haar burgers evenredig representeert en respecteert is al lang verdwenen bij hen.

Zodra jongeren het idee hebben dat de wet voor hen geen rechtvaardige behandeling garandeert, wordt het in hun ogen legitiem om bestaande wetten te overtreden en eigen wetten in het leven te roepen. In Nederland en Frankrijk sprak ik jongeren die de ‘regels van de buurt’ belangrijker vinden dan nationale wetten en hun vraagtekens zetten bij het geweldsmonopolie van de politie. Ze zien de politie niet als controlerende macht die toeziet op de veiligheid van alle burgers, maar eerder als een invasiemacht die doelbewust gekleurde jongens met hoodies aanvalt. In hun ogen laten agenten zich leiden door stereotypen, zonder zelf na te denken over legitimiteit en proportionaliteit van handelen. Jongens in de buitenwijken van Parijs zien de politie als een agressieve hond. Met de baas – de rechterlijke macht – kun je een gesprek voeren, maar met de hond niet. Die kun je alleen een klap geven als hij je probeert te bijten. Zo ontstaat er een sfeer waarin een gewelddadige reactie op politiegeweld goedgepraat wordt.

De uitspraken in de zaken Rishi en Duggan helpen niet om de voedingsbodem voor rellen weg te nemen. Ze bevestigen juist de enorme afstand tussen de belevingswereld van jonge bewoners in wijken als Tottenham of Schilderswijk en die van de autoriteiten. Het spreken van ‘rechtmatig doden’ in de zaak-Duggan benadrukt deze afstand expliciet.

Als de politie niet bereid is om haar eigen handelen kritisch te beoordelen, fouten toe te geven en de frustraties van jongeren uit achterstandswijken serieus te nemen, zullen er ongetwijfeld opnieuw rellen plaatsvinden, misschien ook wel in Nederland.