In koppies van de Ajax-spelers zit het wel goed

Bryan Ruiz wordt op de huid gezeten door Thulani Serero. Op de achtergrond Viktor Fischer. Foto Proshots

Even zeldzaam als prachtig: van die goals waarbij de bal van rond de middellijn vertrekt en zonder de grasmat te raken het doel in vliegt. Zoals dat doelpunt van Robin van Persie, uit een pass van Wayne Rooney vorig seizoen in de kampioenswedstrijd van Manchester United. Een volley uit jongensdromen.

Bijna was het gisteren in de Arena zo’n feest. Met Niklas Moisander in de rol van aangever en Davy Klaassen die, indachtig de Frank de Boer-achtige pass van achteruit, zijn innerlijke Dennis Bergkamp vond. Intuïtief stak Klaassen zijn voet uit, zoog alle vaart uit de bal en schoot zo uit de heup in het zijnet. De Boer en Bergkamp, nu coach en assistent-trainer van Ajax, moeten er iets in herkend hebben, iets van dat magische moment op het WK 1998 tegen Argentinië.

Die hete julidag in Marseille was PSV-trainer Phillip Cocu er ook bij, maar zijn gedachten gingen gistermiddag waarschijnlijk terug naar een recenter verleden. Waarom Bryan Ruiz, begaafde aanvaller en huurling bij PSV, toch niet met een puntertje in de eerste helft de openingsgoal maakte tegen Ajax, zodat niemand het daarna ooit nog over zijn huurprijs (naar verluidt één miljoen euro) zou hebben. Zorgen over spits Jürgen Locadia, die de grootste kans had, maar miste.

Kansen missen zit tussen de oren. Lichamelijk onvermogen heeft vaak een psychische oorzaak. Maar is het omgekeerde ook waar? Is succes het gevolg van mentale fitheid? Geslaagde acties duiden op geestelijke rust, totale controle, ‘in het moment’-zijn. Ajax had dat gisteren, PSV niet.

De enige goal in het duel tussen koploper Ajax en wankelmoedige subtopper PSV was al net zo’n moment waarin willen en kunnen één werden. De pass van Moisander. De kunstzinnige assist van Lasse Schöne, die de bal ineens uit de lucht voorgaf met de subtielste voetbeweging van de middag. En de afronding van Kolbeinn Sigthórsson met het hoofd: subliem in timing en richting.

Maar waarom dat nu juist Ajacieden overkomt, in een verre van vlekkeloze wedstrijd? Heus niet alleen door de Brazuca, de WK-bal die gisteren voor het eerst gebruikt werd en waar Ajax al een maand mee traint. Maar misschien wel omdat de landskampioen voor het eerst in jaren de winter in ging als koploper. Ajax zit tjokvol vertrouwen in eigen kunnen.

Dan lukken acties zoals die van gisteren. Het hoofd moet leeg, gevolgen van een misser – seizoen verloren? basisplaats kwijt? – moeten uit de gedachtenwereld van een voetballer. Vrij zijn. Bal en ik, zoals op training. Maar doe het maar eens, in de eerste wedstrijd van 2014, terwijl de psychologische impact van 2013, jubileum- en rampjaar voor PSV, nog een plaats moet krijgen. „De vastigheid ontbreekt in de afronding. Dat is het hele seizoen al het verhaal”, zei Cocu.

PSV staat nu veertien punten achter op Ajax. De vraag of het seizoen verloren is, omzeilde Cocu. Het leek hem duidelijk dat het „niet aan ons is om over de titel te praten”. Om er aan toe te voegen dat hij het woord kampioenschap nooit in de mond heeft genomen. Het is een seizoen van bouwen aan een ploeg. Zo was het in september, toen alles goed ging. En in november, toen alles fout ging. En nu ook.

Wie gelooft in het noodlot dat getart kan worden, geeft Memphis Depay de schuld. De PSV-aanvaller schoot na een uur een vrije trap, vijf meter van de zijlijn, ineens met een wreeftrap op doel. Hij kan dat wel, maar nu niet. Over en naast, hoog en ver. Vier minuten later was er die triptiek van Moisander, Schöne en Sigthórsson, stond het 1-0 voor Ajax en kon er een potloodstreep door het seizoen van PSV.

PSV presenteerde zich goed, vond Cocu. Hij realiseerde zich de waarde van wat zijn ploeg gisteren in de eerste helft liet liggen. Kansen voor Locadia, eentje voor Ruiz, Depay was dichtbij de 1-0. „Het is niet alleen de goal die je maakt. Het is ook de stand die iets doet met je. En met je tegenstander.”

Nu deed PSV niets aan het sterke gemoed van Ajax, dat in de eerste helft wel lang onder druk stond. Maar Ajax bleek onverstoorbaar, de mentale gesteldheid vertaalde zich naar de fijne motoriek van spelers. De poort van Nicolai Boilesen door de benen van Ruiz, of die van Viktor Fischer bij PSV-back Santiago Arias. Of Ricardo van Rhijn die in één beweging een pass controleert en een tegenstander voorbij spurt. In die koppies zit het goed.