Hemmerechts’ Michelle Martin

Een boek is voor de helft van de schrijver die het schreef. De andere helft is van de lezer. In zijn hoofd wordt het voltooid. In de hoofden van veel Belgen wordt een boek voltooid dat zij nog niet hebben gelezen: De vrouw die de honden eten gaf , de nieuwe roman van Kristien Hemmerechts. Het onderwerp is de zaak-Dutroux, met in de hoofdrol een personage dat ontegenzeggelijk is gebaseerd op Michelle Martin, Dutroux’ vrouw en medeplichtige. Zeer velen vinden het onverdraaglijk dat dit boek bestaat.

Het boek is faction, Hemmerechts boetseerde het op grond van feiten waar ze literair op door associeerde. Ze maakt het de lezer niet makkelijk. Zich verplaatsend in de denkwereld van Martin koos ze voor de ik-vorm. Gevolg: wie dit leest ‘wordt’ Martin. Wordt de monsterlijke vrouw die kindermisbruik en -moord faciliteerde.

Hemmerechts raakt België in een nationaal collectief trauma: Dutroux die ongestoord jonge meisjes ontvoerde en misbruikte tot ze stierven. Zijn vrouw die, toen hij was opgepakt, wel zijn honden ging voeren maar de twee meisjes in de kelder liet verhongeren.

Ik wil haar begrijpen, verklaarde Hemmerechts. Het is ook precies waarom dit boek belangrijk is.

Begrip is nog geen vergiffenis. Begrip ondermijnt wel het demoniseren. Demoniseren is een zwaar verdovend middel. Bijvoorbeeld tegen de gedachte dat Michelle Martin haar straf uitzat, vrijkomt en ons confronteert met het feit dat iemand als zij weer ‘gewoon’ ingezetene van België kan zijn.

De tijd begint de wonden te helen, het trauma stolt. Wat er is gebeurd, wordt niet werkelijk vergeten, maar de catastrofe wordt hanteerbaar gemaakt door de daders voor te stellen als baarlijke duivels. Houdt ze opgesloten, dan zijn we weer onder ons. Dat is naïef en dit boek is dan ook, behalve een roman, een anti-vergeetboek. Het rijt de herinnering open.

De unieke macht van de kunst is dat de kunstenaar de vrijheid heeft de werkelijkheid te interpreteren en zo tot grotere helderheid te komen. Hemmerechts’ roman stelt dusdoende vast dat een onmens ook een mens is. Niks aan te doen, hoe bedreigend het ook is: het ondenkbaar wrede is wel degelijk voorstelbaar.

Is dit boek een provocatie? Zeker. Dat de nabestaanden zich ertegen keren, is begrijpelijk. Maar de rest van België kan het zich net zo min als wie dan ook permitteren om weg te duiken in dezelfde blinde kramp. Het collectieve bewustzijn is zwaargewond door de zaak-Dutroux. Wil het genezen dan zal het de kwetsuren moeten reinigen. Niet door ze weg te duwen maar door hun oorzaken te erkennen. Daar kan de literatuur een voorname rol in spelen.