Eurosonic: muzikaal is Europa wel één

Tijdens het Eurosonic-festival, afgelopen week, bruiste de binnenstad van Groningen van livemuziek. In zaken, kerken en studentenverenigingen speelden muzikanten uit alle Europese landen, van Bulgarije en Griekenland tot Verenigd Koninkrijk en Scandinavië. Aan het aanbod – met 120 optredens per avond was Eurosonic dit jaar weer zo’n 15 procent groter – was het niet af te zien, maar de Europese muziekmarkt is nog altijd in beroering. Dat bleek overdag, tijdens paneldiscussies in meerdere zalen tegelijk in de Oosterpoort. Hier draaiden de gesprekken om begrippen als verdienmodel en innovatie. Minister Jet Bussemaker van OC&W, hield een speech waarin ze behalve haar eigen punkverleden en liefde voor Joy Division en Talking Heads, ook de maatschappelijke overeenkomsten noemde tussen begin jaren tachtig en het heden: recessie en werkeloosheid. Ze roemde de Do it yourself-mentaliteit van de punkbeweging en vroeg zich af „Hoeveel meer punk nog had kunnen bereiken als er destijds internet was geweest”. Om de nadelen van internet, zoals illegaal downloaden, te bestrijden, onthulde Bussemaker een nieuwe website, ‘The Content Map’, die jongeren moet motiveren om legale streaming-services en koop-sites te gebruiken.

Tijdens panels over Shazam (een app voor muziekherkenning) en streaming-service Spotify werden gelijksoortige mogelijkheden gepresenteerd, beide gericht op een gediversifieerde manier van inkomsten genereren. Zo is Spotify tegenwoordig gekoppeld aan Songkick (een app voor concertinformatie), zodat de Spotify-gebruiker in een oogopslag kan zien wanneer zijn favoriete band optreedt en kaartjes kan kopen. Dat klinkt zinvol, want zoals bij de bijeenkomsten bleek: het Nederlandse publiek geeft vergeleken met tien jaar geleden de helft minder uit aan muziekdragers, maar besteedt twee keer zoveel aan livemuziek.

Meermaals werd er gehamerd op het belang van het analyseren van elektronische data. De piek in streamingcijfers blijkt bijvoorbeeld nogal eens samen te vallen met liveoptredens. Koos Groenendijk, manager van het Nederlandse rapduo The Opposites, vertelde dat The Opposites daar op inspeelt door na afloop van belangrijke optredens de liveopnamen op Spotify beschikbaar te maken.

Goed nieuws was de voor de achtste achtereenvolgende keer gegroeide export van Nederlandse muziek. De waarde daarvan steeg in 2012 met 30 miljoen, tot een totaalbedrag van 130 miljoen – waarvan tachtig procent bestaat uit opbrengsten uit livemuziek, en twintig uit rechten. De groei is goeddeels te danken aan het internationale succes van André Rieu en aan de dancesector. Grote aanwinst voor dance is de toegenomen interesse in Noord-Amerika, waar de Nederlandse dj-top floreert in onder meer Las Vegas.

Maar ook het succes van de dance kent zorgelijke kanten. Bij het organiseren van danceavonden ondervinden de clubs (Tivoli, Paradiso) concurrentie van zelfstandige initiatieven. Exclusieve feesten in loodsen en fabriekshallen trekken meer publiek en zijn ook voor de artiesten interessanter, waardoor de clubs hun bezoekersaantallen zien teruglopen. Zoals de programmeur van het dancefestival 5 Days Off het zei: ‘Het is nu het hele jaar door 5 days off’.

Zaken en zorgen van overdag werden ‘s avonds vergeten bij de optredens in de stad. Bijvoorbeeld bij de Griekse Larry Gus die zijn gruizige house met klopboorachtige hoofdbewegingen onderstreepte. Of bij de pruttelige jazzdance van Klangkarussell, die hun status als ‘one hit wonder’ (met Sonnentanz) hadden uitgebreid tot avondvullende act met aantrekkelijk live-beeld. Of bij de Duitse reggae van Milky Chance, dat inmiddels een hit heeft met het zomerse Stolen Dance.

Europa rockt, dreint, rapt en experimenteert. Europa tikt, dreunt en danst. De verenigde staten van Europa, bleek in Groningen, verkeren muzikaal in topconditie.