Donderovatie voor zingend acteur Boesch

Even waande je je terug bij de les Duits. „Hoe ziet u Schuberts Schöne Müllerin in verhouding tot Goethes Werther?” En: „Waarom kunt u zich met de protagonist identificeren?” („Nou, ik was 16, ze heette Doris en ze wou me niet.”)

Ziedaar de lezing door Florian Boesch en pianist Malcolm Martineau na afloop vanSchuberts liedcyclus Die schöne Müllerin. Het klinkend antwoord op de vraag hoe spontaniteit in een uitvoering werkt, was het hoogtepunt. Eén couplet, drie verschillende uitvoeringen. „Ik leef in een voortdurende State of Flux”, verwoordde Martineau – die de cyclus zaterdag met bariton Thomas Oliemans in wéér een totaal andere interpretatie uitvoerde. „Dat kameleontische maakt het juist interessant.”

Boesch vestigde zelf vooral de aandacht op zijn andere visie: de jonge molenaar pleegt volgens hem geen zelfmoord. Maar het unieke aan zijn uitvoeringsstijl schuilde vooral in zijn theatrale benadering overall. Boesch is een zingend acteur – met een prachtstem als gereedschap. In een zin als Ja, ist das eine Wörtchen (uit Der Neugierige) sloeg je stijl achterover van de vocale schoonheid. Maar verder werd je vooral meegesleept door het verhaal, waaraan tempo en expressie alle in extreme mate ten dienste werden gesteld. Zo werd de puls van een couplet in Wohin? volstrekt uit elkaar gereten, omdat ook de tekst daar het ruisen van het beekje ter discussie stelt. En waar de molenaarsdochter in Am Feierabend allen ‘goedenacht’ wenst, hoorde je haar dat eerst (engelachtig) zelf doen, om haar groet daarna wrokkig nagesproken te horen worden door haar aanbidder, die (arme kerel) een privégroet had verkozen.

Zijn dat details? Nee. In lied is dat de essentie. Boesch brengt oude kunst als nieuw en bracht daarmee een uitverkocht (!) Muziekgebouw tot extase. Wat een verademing .