Depressie door een te actief afweersysteem

De depressiviteit die vaak optreedt bij mensen met reuma, multiple sclerose (MS) en de ziekte van Crohn, heeft een lichamelijke oorzaak. Het overactieve afweersysteem dat met deze auto-immuunziekten gepaard gaat, verstoort het beloningssysteem in de hersenen en heeft ook effect op een hersengebied dat negatieve emoties onderdrukt. Dat is de belangrijkste conclusie van onderzoek bij proefdieren, waarop farmaceutisch onderzoeker Floor van Heesch afgelopen week in Utrecht promoveerde.

Van Heesch hoopt dat haar onderzoek ertoe bijdraagt dat er meer oog komt voor de lichamelijke oorzaken van depressie. Lang is gedacht dat patiënten neerslachtig werden van het lijden aan een chronische ziekte, zegt de promovenda.

„Men ging er altijd vanuit dat afweercellen niet in de hersenen kunnen komen en er dus ook geen effect kunnen hebben. Maar mijn onderzoek laat duidelijk zien dat stoffen die door de cellen van het afweersysteem worden gemaakt wel degelijk de hersenen bereiken en daar de hersenwerking beïnvloeden.”

Slaperige ratten

Voor haar onderzoek spoot Van Heesch ratten en muizen in de buikholte met een liposaccharide (LPS), een stof die een sterke reactie van het immuunsysteem oproept. Door deze prikkeling maakt het lichaam veel cytokines aan, stoffen die afweercellen activeren. Maar hoge concentraties cytokines in het bloed hebben ook effect op de afbraak van neurotransmitters, de boodschapperstoffen van zenuwcellen in de hersenen, ontdekte Van Heesch.

„De cytokinegolf die gepaard gaat met ontstekingen veroorzaakt ook ziektegedrag. Je voelt je lusteloos en hebt minder zin om te eten. Dat zagen we ook bij de proefdieren, ze vielen af en werden slaperig.”

Uit eerder Deens onderzoek kwam naar voren dat mensen die vaak infecties hebben, een groter risico lopen op een depressie. Ook bij auto-immuunziekten komt het vaker voor. Vier op de tien reumapatiënten kampen met depressieve klachten, en een kwart van de MS-patiënten. Het onvermogen van deze patiënten om plezier te beleven is mogelijk terug te voeren op een verminderde gevoeligheid van het beloningscentrum in de hersenen.

Van Heesch combineerde die twee gegevens door bij de ratten en muizen te onderzoeken wat er veranderde aan hun beloningscentrum na toediening van LPS. Dat bleek raak: de drempelwaarde die nodig was voor het activeren van het beloningscentrum steeg prompt met het opkomen van de afweerreactie.

Depressie door ontsteking?

Met een experimenteel medicijn dat nog niet op de markt is, kon Van Heesch het effect van het immuunsysteem op het beloningscentrum verminderen. Dit middel remt tegelijkertijd de heropname en afbraak van drie belangrijke neurotransmitters, dopamine, serotonine en noradrenaline. Volgens Van Heesch is het „de moeite waard” om te proberen deze mensen met heropnameremmers te behandelen. Omdat de drievoudige heropnameremmer nog niet is geregistreerd zou dat kunnen door een combinatie van pillen te slikken: een serotonineheropnameremmer (SSRI) en een noradrenaline- en dopamineheropnameremmer (NDRI). Dit zijn beide antidepressiva.

Een intrigerende vraag is of het ook andersom werkt: zouden mensen met depressieve klachten misschien een onderliggende ontsteking kunnen hebben? „We weten dat zelfs een kleine verandering in iemands immuunsysteem al gevolgen kan hebben op het gedrag”, zegt Van Heesch. „Ik verwacht wel dat het zo zou kunnen werken, maar het is nog iets wat verder zou moeten worden uitgezocht.”