Column

Andrew

Dit is een raar verhaal. Het begint zonnig en het eindigt in misère. Niet omdat ik het zo wil, maar omdat dat de loop van het leven is. Het begon ermee dat we van alle kanten werden opgeroepen meer vertrouwen te hebben in de mensheid. Niet somber zijn, maar vol bewondering voor de burgers die zich ‘bekommeren om hun medemens’; niet uitgaan van de slechtheid in de mens, maar beseffen dat empathie en zorg voor de zwakkeren ‘een sterk evolutionaire basis’ hebben. Mijn hart sprong op toen ik de berichten las. Want laat deze boodschap nu mijn boodschap zijn! Ik weet hoe liefdevol de mens is. Ik heb er ooit onderzoek naar gedaan.

Om licht en helderheid te scheppen ruimde ik alvast mijn werktafel op en zo stuitte ik op twee foto’s die ik vorig jaar maakte in een Duitse Konditorei. Foto’s van twee brieven die de bakker had ontvangen. In de ene brief dankte Elisabeth, koningin van Engeland, de bakker voor een kerststol. In de andere brief dankte prof. dr. Rita Süssmuth, Bundesministerin für Jugend, Familie, Frauen und Gesundheit, de bakker voor een taart.

Wat een vreugde straalde af van deze brieven! Het portret op de taart leek echt sprekend op haar, jubelde prof. dr. Süssmuth. En liet de kundigheid waarmee de taart was gemaakt niet onomstotelijk de kracht zien van de ‘duale opleiding in het handwerk’? De brief van Buckingham Palace was minstens zo extatisch, want daarin stond te lezen dat Hare Majesteit en Zijne Koninklijke Hoogheid niet alleen verrukt waren van de stol, die hen was nagezonden naar Sandringham House, maar dat ze er ook terdege van opkeken dat vroeger bij de bakker thuis een schilderij van Queen Victoria had gehangen.

Liefde hing in de lucht. Fluitend ging ik de stapel boeken te lijf die me in de loop van een jaar boven het hoofd was gegroeid en ik sloeg een postuum uitgegeven essaybundel op van schrijver en criminoloog Herman Franke. Precies op die plek waar hij schreef dat een wereld zonder criminaliteit ‘een gevaarlijke obsessie’ is. Criminaliteitsbestrijding maakt meer kapot dan criminaliteit, schreef hij. Wil je het kwaad in de wereld uitbannen door het te bestraffen, dan neemt het kwaad hand over hand toe.

Ik neuriede wat. Intussen peinzend over de brief van Buckingham Palace. Want wie, peinsde ik, schrijft die brieven? Andrew F. Farquharson, stond eronder. ‘Assistent to the Master of the Household’. Ik probeerde me een voorstelling van Andrew te maken. Was hij een ironicus die de extase rondom de kerststol extra aanzette, of meende hij wat hij schreef en was hij inderdaad innig dankbaar namens de koningin? Ik besloot op zoek te gaan naar Andrew en vond hem online al gauw terug.

In 2002 had Andrew F. Farquharson, Assistent to the Master of the Household, een brief geschreven aan de Cheddar Gorge Cheese Company in het Engelse Somerset om te bedanken voor de toezending van een kaas. „De koningin heeft me gevraagd u te bedanken voor zo’n verrukkelijk geschenk”, schreef hij. „En ze vond het interessant te horen dat er indertijd een vergelijkbare kaas is gemaakt voor Queen Victoria.” De wereld straalde. Ik hield van Farquharson en van al die middenstanders.

Uit de bundel van Franke viel een krantenknipsel. „Het streven naar rechtvaardigheid is de grootste onrechtvaardigheid”, stond er. Kennelijk had ik dat citaat bewaard omdat het strookte met de waarschuwing van Franke. Je kunt als maatschappij geobsedeerd raken door slechtheid en onrechtvaardigheid en proberen die met geweld te lijf te gaan, maar daar wordt de samenleving alleen maar slechter van. Wees voorzichtig, zei het knipsel, oordeel van geval tot geval. Vergenoegd las ik verder. Bericht uit The Guardian, 21 februari 2000. „Gisteren rezen vragen over de koninklijke veiligheid toen een keukenbediende op Sandringham, Norfolk, werd ontslagen nadat ze kennelijk tegen het overige keukenpersoneel had gezegd hoe gemakkelijk ze de koningin zou kunnen vermoorden door haar eten aan te lengen met cyanide.”

Keukenbediende Monica Traub werd op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief schreef Andrew F. Farquharson, Assistant to the Master of the Household, dat de opmerking over het eten moest worden gezien als hoogst ernstig wangedrag. Zelf toonde Traub zich tegenover de pers diep verslagen. Dit was haar droombaan geweest en nu was ze alles kwijt. „Now I’m left with nothing.” Het lag niet aan die domme Monica Traub, het lag niet aan die fatsoenlijke Andrew F. Farquharson. Het lag aan de tragiek van het samenleven, waarin alleen al de gedachte aan het kwaad wordt bestreden met kwaad, zodat iedereen met niets achterblijft. En zo hield ik tot slot nog steeds van de mensheid, maar nu met een zekere weemoed.