‘Zij ontbijt het liefst samen, maar ik ben een avondmens’

Sander van der Borch: „Ik ben niet zo van de regelmaat, Linda juist heel erg.” Foto David Galjaard

‘Rendabel na een jaar’

Linda: „Ik werkte bij een pr-bureau toen we in 2004 onze eerste dochter kregen. Nadat ik deeltijd was teruggekeerd, zag ik de mooie projecten aan mijn neus voorbij gaan. Toen ben ik voor mezelf begonnen als communicatieadviseur. Ik werk eigenlijk alleen in het onderwijs.”

Sander: „Dat zou je willen, ja.”

Linda: „Ja, ik heb nog wat andere opdrachtgevers, maar ik merk dat ik onderwijs het leukst vind: schoolbesturen, adviesbureaus, communicatietrainingen. Het doel is mooier dan bij corporate clubs, die geld verdienen en alleen maar nog meer willen.”

Sander: „Ik ben in 2007 ook voor mezelf begonnen. Ik ben bioloog en werkte bij een internationaal organisatieadviesbureau. Na zes, zeven jaar dacht ik: is dit het? Ik heb tijdens mijn studie altijd al internationaal gezeild en kreeg via-via de kans manager te worden bij een zeilteam. Vanuit daar heb ik besloten zeilfotograaf te worden, voor organisaties, teams en kledingmerken. Ik heb mezelf vier jaar gegeven de fotografie rendabel te maken, maar dat was het al na een jaar.”

‘Dat geneuzel met bonnen’

Linda: „Financieel vond ik het wel spannend dat we beiden eigen baas zijn. Het heeft heel goed uitgepakt.”

Sander: „Het scheelt dat we vanuit onze kracht ergens mee zijn begonnen, uit passie. We moesten niet ergens weg. Als het was mislukt, had ik niet gedacht: ik kan geen kant meer op. Dat gevoel heb ik nog steeds.”

Linda: „Alleen de administratieve kant van ondernemerschap valt ons tegen. Dat geneuzel met bonnen. Toch denk ik dat we het goed bijhouden. We hebben ook een accountant.”

Sander: „In je hoofd ben je altijd met werk bezig. Het is moeilijk dat uit te zetten. En we hebben geen vaste pensioenopbouw. Ik probeer nu zoveel mogelijk te sparen. Zelfstandigen zorgen slecht voor hun toekomst. Ik heb er wel eens zorgen over. Maar het komt allemaal wel goed.”

Linda: „Sander hamert ook meer op maatregelen voor de toekomst dan ik. Mijn vader is overleden op zijn 66ste. Ik vind: we moeten nú leven. Maar ik zie ook de nood van een pensioen in.”

Sander: „Ach, die kinderen zorgen later toch gewoon goed voor ons...”

Linda: „Ja, dat denk jij!”

‘Je moet je er weer tussen vechten’

Sander: „Ik ben veel in het buitenland. Vorig jaar ben ik zes keer in San Francisco geweest voor de America’s Cup. Nu is het even rustig, in februari begint het zeilen weer bij de Caraïbische eilanden.”

Linda: „Thuis is het in mijn eentje met de kinderen alleen maar makkelijker als Sander weg is. Pedagogisch heb je alleen je eigen behoefte en programma, dat hoef je met niemand af te stemmen.”

Sander: „Je merkt, ik voel me heel gewenst als ik terugkom.”

Linda: „Nou, je moet je er wel weer een beetje tussen vechten, de eerste drie dagen. Ik ben het dan zo gewend alleen te doen. Maar daarna is het weer netjes op elkaar afgestemd.”

Sander: „Weg voor werk is heel relaxed, je hebt alleen de foto’s om je druk over te maken. Maar ik vind het heerlijk weer thuis te komen. Gelukkig kan ik met FaceTime en Skype de gezichtjes zien wanneer ik wil. Dat maakt de stap van thuiskomen na een paar weken ook minder groot.”

Linda: „We zien alles hier: zijn appartement, het uitzicht, het mediacentrum. En andersom houdt Suzanne de iPhone boven de pan om te laten zien wat we hier eten.”

Sander: „Als ik het vergelijk met een vaste baan, doe ik nu meer met de kinderen dan toen. Ik geloof wel dat het de band hechter maakt. Zodra ik thuis ben, deel ik het helemaal zelf in.”

Linda: „Ja, dan ben je echt huisman.”

Sander: „Dat ook weer niet. Maar ik kan ze altijd naar school brengen en weer ophalen.”

‘Ik was mijn kleren al op reis’

Sander: „Ik ben niet zo van de regelmaat, Linda juist heel erg. Zij wil het liefst een gezamenlijk ontbijt, maar ik ben een avondmens.”

Linda: „Dat snap ik ook goed. Als hij ’s avonds eenmaal bezig is met zijn website, of hij heeft contact met de westkust van de VS, dan gaat hij door tot het af is. Ik voel me ook het meest verantwoordelijk voor het huishouden, dat zal wel een vrouwending zijn.”

Sander: „Maar als ik thuis ben, doe ik ook alles. En ik was mijn kleren al op reis, zodat alles zo de kast in kan.”

Linda: „Als ik alleen ben, hebben we voor drie dagen oppas. De schoolvakanties houd ik vrij, dat is het voordeel van in het onderwijs werken. Sander heeft door zeilwedstrijden in de zomer een wat atypisch ritme, dus onze familievakantie plannen we in het voorjaar of het najaar. In de zomer zijn de kinderen ook een weekje op zeilkamp, of naar oma.”

Sander: „Ze vragen wel eens waarom we niet met het vliegtuig op vakantie gaan. Dat komt meer doordat kinderen op hun school in het Statenkwartier altijd met het vliegtuig gaan.”

Linda: „Dat doen we ooit nog wel, maar niet nu. We hebben een familiehuis in de Achterhoek, dat is heel fijn. En afgelopen voorjaar we naar Frankrijk gereden. Met een zwembad en zon is het al snel goed.”