Zielig!

Beste, nee, lieve mensen met griep of een zware verkoudheid. Ziektegenoten. Het is officieel. Wij zijn zielig. De mensen moeten heel aardig tegen ons zijn. En het is goed dat we thuisblijven en niet proberen om naar ons werk te gaan of iets anders te ondernemen. Echt. Ik heb de wetenschappelijke literatuur over verkoudheid erop nageplozen. Ben zelfs teruggegaan tot een gevalsbeschrijving uit 1944, waarin een arts vertelt dat hij maar even een sigaretje ging zitten roken in de slaapkamer van een verkouden driejarig meisje dat krijste en dingen naar hem gooide, totdat ze kalmeerde en hij haar kon onderzoeken. Dat waren nog eens tijden.

Maar goed, om met dat thuisblijven te beginnen: dat is niet alleen goed omdat je anderen dan niet aansteekt met je ziekte, het is ook goed omdat je qua reactievermogen een gevaar bent, schreef een Britse medicus vorig jaar in Psychoneuroendocrinology. Een gevaar op de weg, bijvoorbeeld. De Brit haalt verkeersstatistieken uit de jaren vijftig aan, waaruit zou blijken dat in jaren waarin er meer griep heerste er ook meer verkeersongelukken plaatsvonden. En in recent onderzoek pakten verkouden proefpersonen in rijvaardigheidssimulators vaker een virtueel stoepje mee dan gezonde. Verkouden chauffeurs kleefden ook dichter op de bumper vóór hen.

En ongetwijfeld raakt een verkouden voetganger makkelijker onder een auto dan een gezonde. Want verkouden mensen en mensen met griep reageren in het algemeen trager. In sommige onderzoeken was dat verschil zelfs nog meetbaar een week nadat snot en koorts waren verdwenen. Verkoudheid en griep maken een mens bovendien moe, want je slaapt korter en slechter door al dat snot. Daardoor voel je je psychisch ook slecht. En, helemaal vreselijk: door alcohol blijken verkouden en grieperige mensen zich gemiddeld nóg beroerder te gaan voelen.

Dus moet het niet-zieke deel van de mensheid extra lief voor ons zijn. Want dat helpt, wilde een team Amerikaanse artsen een paar jaar geleden heel graag concluderen in hun artikel in Patient Education and Counseling (2011). Jammer genoeg kwam het niet uit hun onderzoek. En ze hadden nog zó hun best gedaan om een deel van hun verkouden patiënten koel en zakelijk te bejegenen en een deel warm en empathisch. Ze hadden er zelfs een medisch-antropologische acteercoach voor ingehuurd. Maar de warm-benaderde patiënten waren gemiddeld na zes en een halve dag weer beter en de koel-benaderde patiënten na zeven dagen, en dat verschil was niet significant.

Dus keken de artsen vervolgens naar het verschil tussen de patiënten die zeiden dat hun arts echt perfect was, qua belangstelling, luisteren en behulpzaamheid, en de patiënten die hun arts toch wat minder dan perfect vonden. En kijk, dat verschil was wél significant: de patiënten die hun arts perfect vonden waren ruim een hele dag eerder beter dan patiënten die hun arts niet perfect vonden.

Dit is geweldig nieuws voor ons, verkoudenen en grieperigen. Het betekent niet alleen dat mensen erbij gebaat zijn om zich goed tegen ons te gedragen, omdat we dan zijn sneller beter zijn – het betekent ook dat dat ‘goed’ pas goed genoeg is als het in ónze ogen perfect is. Onze mening is bepalend. En the sky is the limit, wat mij betreft. Ook krijsen en met dingen gooien zijn nadrukkelijk toegestaan.