Wat Michelle Martin heeft gedaan, is helaas menselijk

Kristien Hemmerechts: „De verschrikkelijkste passages om te schrijven waren die als ze gaat nadenken hoe ze het zou moeten doen als ze de kinderen in de kelder wel eten zou brengen”.

Het gesprek met Kristien Hemmerechts zou bij haar thuis in Antwerpen zijn, afgelopen donderdag, maar op dat moment was de ophef over haar nieuwste boek, De vrouw die de honden eten gaf, al zo groot dat ze naar Nederland kwam omdat het NOS Journaal haar in de uitzending wilde hebben, en De Wereld Draait Door, en Nieuwsuur, en Met Het Oog Op Morgen.

Dus zitten we donderdagmiddag in de bar van het Hilton Hotel in Amsterdam, bij de open haard, die op gas brandt, al liggen er wel echte houtblokken naast. We drinken thee en cappuccino.

De vrouw die honden eten gaf is geschreven als een innerlijke monoloog van Odette, die in alles lijkt op Michelle Martin, de vrouw van Marc Dutroux. Die ontvoerde jarenlang jonge meisjes om ze te verkrachten en te filmen. Hij sloot ze op in de kelder van zijn huis en vier van hen vonden de dood, van wie twee omdat Michelle Martin hun geen eten gaf toen Dutroux in de gevangenis was beland.

Martin werd in 2004, na een voorarrest van acht jaar, veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf. Sinds juli 2012 is ze voorwaardelijk vrij. Ze woont bij de Arme Klaren in Malonne, maar ze zoekt een ander onderkomen, want het klooster gaat dicht. De religieuze gemeenschap in Italië die haar zou opvangen, heeft haar op het laatste moment toch geweigerd. Er was te veel verzet.

Het boek heeft in België een nationaal trauma weer tot leven gebracht en er wordt nu in kranten en op televisie heftig over gediscussieerd. Paul Marchal, de vader van een van de vermoorde meisjes, vindt het onaanvaardbaar wat Hemmerechts gedaan heeft. Mensen die het met hem eens zijn laten dat merken op internet.

Bent u niet bang dat u gevaar loopt?

„Op een bepaald moment was ik daar wel beducht voor, maar het blijft bij vervelende mails. En er zijn ook veel steunmails, het is ongeveer fifty-fifty. Paul Marchal verwijt me dat ik Michelle Martin verdedig, wat niet zo is. Ik laat alleen zien wat er in haar hoofd omgegaan zou kunnen zijn. Hij verwijt me dat ik haar menselijk maak, wat misschien wel zo is, en dan zegt hij dat er niets menselijks aan haar is, ze is een psychopaat, klaar. Dat begrijp ik heel goed, dat hij dat zegt, hij heeft iets verschrikkelijks meegemaakt. Maar wat Dutroux en Martin hebben gedaan, en hoe ze met elkaar omgingen, dat is helaas wel menselijk.”

Uw boek begint niet toevallig met een citaat van Hannah Arendt: ‘The sad truth is that most evil is done by people who never make up their minds to be good or evil’ – De trieste waarheid is dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die er nooit over hebben nagedacht of ze goed of slecht zijn.

„Ja, ja, ik kende haar theorie over de banaliteit van het kwaad, en vorig jaar zag ik de film die over haar gemaakt is. Daarin werd precies verwoord wat ik bedoel. Hannah Arendt zag Adolf Eichmann [De Duitse SS’er die in de Tweede Wereldoorlog een van de hoofdverantwoordelijken was voor de massamoord op de Joden – red.] daar in die glazen kooi zitten toen hij terechtstond in Jeruzalem en ze dacht: daar zit een gewoon mannetje en het kwaad dat hij heeft aangericht komt voort uit een gewoon brein. Nog even naar de winkel voor melk en eieren en dan door naar het kamp om honderd Joden te vergassen, en niet vergeten om de auto op te halen. Het kwaad staat niet op zichzelf. Het zit in ons allemaal.

„In het boek van Sabine Dardenne [een van de twee meisjes die gevangenhouding door Dutroux overleefde] lees je hoe slecht georganiseerd Dutroux te werk ging. Hij deed maar wat. Er zat geen masterplan achter.

„Eerst vond ik het banaal om in mijn boek aan Hannah Arendt te refereren, tot ik op dit citaat stuitte, in The Life of the Mind, en toen dacht ik: dit is zo toepasselijk, dit ga ik gebruiken. In een gesprek met Paul Marchal maakte ik een vergelijking met nazikampbeulen en hij zei: Martin is erger dan de nazikampbeulen. Hij heeft die visie voor zichzelf ontwikkeld en dat mag, maar dat wil niet zeggen dat het hele land of de hele wereld die visie moet delen.”

Waarom wilde u over Michelle Martin schrijven?

„In de zomer kreeg ik de opdracht om een tekst van 12.000 woorden te schrijven. Ik zat te broeden op een onderwerp en er was toen in de media heel veel aandacht voor de vrijlating van Martin . Ze was de meest gehate vrouw van België. Ze had de honden van Dutroux wel eten gegeven, maar die twee meisjes in de kelder niet. Ik dacht: wat zal er nu omgaan in die vrouw? Zij ziet en hoort die dingen die over haar gezegd worden ook. Ik ben gaan googelen en lezen en toen stuitte ik op iets dat me eerder ontgaan was: dat ze op het moment dat An en Eefje en ook Julie en Melissa ontvoerd werden zwanger was. Het maakte haar voor mij nog onbegrijpelijker, maar ook menselijker.

„Dutroux werd gearresteerd toen haar dochtertje acht dagen oud was. Ik stelde me dat heel fysiek voor: je verliest nog bloed, je borsten geven melk, je hebt een zoontje van twee en eentje van elf, en dan wordt je man weggehaald. En dat splitst jou de verantwoordelijkheid voor twee ontvoerde kinderen in de maag. Die zomer heb ik de eerste versie geschreven. De reacties waren goed en ik dacht: er is nog zoveel meer over haar te vertellen. Daarna ben ik alles gaan lezen wat er over haar te vinden was. Ik heb me helemaal volgezogen met haar en toen heb ik dit boek geschreven.”

Heeft u overwogen om er non-fictie van te maken?

„Het was geen haalbare kaart. Ik had haar wel willen interviewen, maar haar advocaat zei dat ze geen interviews mocht geven. Er is een journaliste, Nicole Malinconi, die haar op eigen verzoek een aantal keren gesproken heeft, in de gevangenis, en die zei dat ze altijd hetzelfde verhaal vertelde.

„Voor mij was het de rechtvaardiging om het te gaan doen zoals ik het gedaan heb. Het gaf me de vrijheid om bijvoorbeeld haar seksuele fantasieën te verbeelden. Geen mens zou daar in een interview ooit eerlijk over zijn.”

Lees verder op pagina 14

Vervolg van pagina 13

Tussen de regels door laat u zien dat de relatie van Dutroux en Martin extreem was, maar niet uitzonderlijk.

„Relaties kunnen heel destructief zijn. Ik heb dat zelf ook wel eens gevoeld. Maar ik trek snel aan de alarmbel. Dit wil ik niet, ik ga weg. Schrijvers worden vaak in vertrouwen genomen en daardoor heb ik zoveel gehoord over hoe mensen met elkaar omgaan, ook binnen gezinnen, soms zo vreselijk. Het wordt liever verborgen gehouden.”

Michelle Martin werd als kind tot op het bot vernederd door haar moeder...

„... en blijft als ze volwassen is die vernedering zoeken, vooral in seks. En ze projecteert haar eigen vernedering op de meisjes die Dutroux gevangen hield. Ze verdienden straf. Het is psychologie van de koude grond, maar het is denk ik niet onwaar.”

Hoe voelde u zich tijdens het schrijven?

„Het vergde veel van me. Van mijn man en mij, we zijn wel getrouwd, maar we wonen niet samen. Ik was op een gegeven moment zo gespannen dat ik het niet verdroeg als hij in huis was. Het idee dat hij mijn kamer binnen zou komen om te vragen hoe laat we zouden eten. Ik ging naar hem toe en zei: ga weg. Hij was boos. Hij zei later: dat moet je geen tweede keer doen. Dat begreep ik wel, maar ik dacht ook: als ik een kampioenschap tennis zou moeten spelen, zou iedereen zoiets aanvaarden. Dat is het rare van het werk van de schrijver. Mensen verwachten dat je al je andere bezigheden normaal blijft doen. Het schrijven ging op zichzelf goed. Sommige scènes vloeiden er vanzelf uit. Die euforische seksscènes, met die lippenstift – die kwamen helemaal vanzelf.”

Hoe lang heeft u erover gedaan?

„Ruim een jaar, vermoed ik. Maar ik ben ook docent aan de universiteit, dus ik heb vooral in de zomer geschreven. Het gaat bij mij altijd vrij geïmproviseerd. Ik loop lang na te denken, ik maak notities en dan opeens... wham, boefff. Ik las de brieven die ze aan haar moeder heeft geschreven en dan dacht ik weer: die jeugd was zo verschrikkelijk. Het auto-ongeluk van haar vader – hij was dood – toen ze zes was en dat zij daar dan de schuld van krijgt, vreselijk. De jeugd van Dutroux was ook verschrikkelijk. Je denkt aan nature en nurture... Mensen zeggen graag: dit is een heel slechte man, dit is een heel slechte vrouw. Maar als ze in een andere omgeving waren opgegroeid, was het anders gegaan. Je ziet ook dat Dutroux na elke gevangenisstraf nog erger werd.”

Martin lijkt het slachtoffer van Dutroux, maar u laat haar daar in uw boek wel aan twijfelen.

„Ik laat haar zeggen dat zij in hem het verlangen oproept om haar te vernederen. Heel tegenstrijdig, maar wat mensen bindt is vaak een onontwarbare kluwen van tegenstrijdigheden.”

U laat Martin ook veel nadenken over Geneviève Lhermitte, de Belgische die haar vijf kinderen vermoordde.

„Het gebeurt met een zekere regelmaat, dat ouders hun kinderen vermoorden, en ik las in The Guardian dat de politie in het geval van vermoorde kinderen altijd eerst naar de ouders kijkt. We zijn bang voor pedofielen, maar het grootste gevaar is thuis. De vader of de moeder. Vooral als het de moeder is die moordt, zegt men: ze was depressief. Men kan er begrip voor opbrengen. Martin was ook depressief. Dat bevreemdt me. Waarom is er voor de een wel begrip en voor de ander helemaal niet? Bij een moeder die moordt, zegt men: er was een kracht in het spel die sterker was dan haarzelf. Dat was bij Martin misschien ook wel zo. Maar voor haar wordt dat excuus niet gemaakt.”

U bent zelf moeder van twee jong overleden kinderen. Heeft dat u bij het schrijven beïnvloed?

„Dat weet ik niet goed. Men kan me in elk geval niet verwijten dat ik niet weet hoe het is om je kind te verliezen. Maar ik weet niet hoe het is om je kind te verliezen aan een verkrachter die haar maandenlang opsluit voordat ze doodgaat. Ik heb een fascinatie voor moedermoordenaressen. Ik heb daar eerder al over geschreven, in De dood heeft mij een aanzoek gedaan. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat je je eigen kinderen doodt? Als je hen wilt vermoorden, geef ze dan weg aan mensen die graag een kind willen en het niet kunnen krijgen. Of die een kind verloren hebben. Bij het schrijven van dit boek voelde ik zo hard het lot van die twee kinderen in de kelder dat ik woest werd op Martin... Godverdomme, hoe heb je dat kunnen doen? Hoe heb je ze geen eten kunnen geven? Maar ik voelde ook hoe groot het voor haar was. Ze moest naar het huis van Dutroux rijden, met de kinderen, en daar waren de honden.

De toegang tot de kelder was afgesloten met een kast – wat als ze die niet van z’n plaats kreeg? Het was voor haar gemakkelijker om weg te kijken, om te doen alsof de meisjes daar niet waren. Wegkijken is voor iedereen soms gemakkelijker.”

Heeft u meer begrip voor Martin gekregen?

„Begrijpen vind ik een problematisch werkwoord. Ik zie wat er gebeurd is, hoe het in z’n werk is gegaan, hoe ik dénk dat het in z’n werk is gegaan, maar ik ben er beducht voor om te zeggen dat ik het daarmee begrijp en kan aanvaarden. Als ik haar vroeger zou hebben ontmoet en ze had me verteld over wat er gebeurde, had ik gezegd: ga naar de politie. Dat heeft ze niet gedaan. Waarom niet? Ze zat er zo diep in, ze had zo’n angst voor hem... De verschrikkelijkste passages om te schrijven waren die als ze gaat nadenken hoe ze het zou moeten doen als ze de kinderen in de kelder wel eten zou brengen. Wat als ze haar zouden aanvallen? Wat als ze ontsnapten? Moest ze iets afzonderlijks voor hen koken of aten ze hetzelfde als zijzelf en de kinderen? Moest ze bij hen blijven wachten tot hun bord leeg was? Moest ze hen wassen? Die dingen zo opschrijven, dat was zo op de rand van wat aanvaardbaar is. Je gaat nadenken over de grens en of je die misschien over bent gegaan. Ik voelde me op die momenten medeplichtig. Ik voelde me fysiek medeplichtig.”