Voordat de pluim kwam, trilde en scheurde Grímsvötn

Foto Bergrún Arna Óladóttir

Dit is de aswolk van de Grímsvötn, de IJslandse vulkaan die in mei 2011 uitbarstte. De fotograaf staat op de ijskap van de gletsjer Vatnajökull. Ze kijkt toe hoe de vulkaan, die verborgen ligt onder deze ijskap, zijn as en gesteente door het ijs heen boort.

Door zijn as 20 kilometer hoog de lucht in te spuwen, ontregelde de Grímsvötn dagenlang het West-Europese luchtverkeer. Ongeveer 900 vluchten moesten worden geannuleerd. De Eyjafjallajökull, een andere vulkaan in IJsland, zorgde een jaar eerder voor nog veel grotere verstoringen.

Dergelijke chaos kunnen we voorkomen, schrijft een internationale groep onderzoekers in Nature Geoscience (12 januari).

De trillingen van de grond die vooraf gaan aan de uitbarsting voorspellen namelijk de hoogte van de aspluim. Voordat de vulkaan uitbarst, borrelt het magma al in de ondergrondse ‘magmakamer’. Deze oefent druk uit op het aardoppervlak. De onderzoekers ontdekten dat een uur voordat de vulkaan uitbarst, deze druk opeens veel lager wordt. Hierdoor ontstaan kenmerkende trillingen en scheuren in het aardoppervlak.

De onderzoekers hebben deze trillingen gemeten met gps-data, vanaf hun gps-station dat in 2011 op 6 kilometer afstand van de uitbarsting stond. Hun metingen voorspelden de hoogte van de pluim en hoe deze zich over de tijd zou gaan ontwikkelen.

Zo kunnen we het gedrag van vulkanen steeds beter voorspellen, schrijft hoofdonderzoeker Sigrún Hreinsdóttir, hoogleraar Geofysica aan de Universiteit van IJsland. Dat van de Grímsvötn in het bijzonder: het is een van de meest actieve vulkanen van het land. Hij barstte voor 2011 ook al uit in 2004, 1998 en 1996. De volgende keer kunnen we de luchtvaart dus iets eerder, maar vooral ook gerichter waarschuwen, zegt Hreinsdóttir.