Verliezers

Wanneer veranderde de Sotsji-soap in een Hollandse klucht? Vrijwel meteen nadat bekend werd dat Nederland zichzelf volgende maand bij de omstreden Winterspelen door én de koning én de koningin én de minister-president én een minister zal laten vertegenwoordigen, was duidelijk dat het om een ernstige politieke misrekening ging.

De spin vloog alle kanten op: de VVD probeerde het met de notie dat sport niets met politiek te maken heeft, de zware delegatie zou enkel juichen voor Sven en Irene, „niet voor Vladimir”. De PvdA probeerde precies het omgekeerde: sport had juist wel met politiek te maken; door het sportieve feest van Poetin op te luisteren met het allerhoogste wat we te bieden hebben, blijven we „in gesprek” en houden we „de dialoog” gaande.

Niemand die het geloofde. Nadat Neelie Kroes op de bank bij Wakker Nederland beide ballonnetjes fijntjes had doorgeprikt, brak er politieke paniek uit. De PvdA vond weer eens haar geweten terug; kamerlid Servaes wiste zijn reactie met nietszeggende instemming en begon ethische eisen te stellen. Diederik Samsom, die eerder op Twitter de beslissing van zijn kabinet hartstochtelijk had verdedigd, liet ineens weten dat hij het zelf anders had gedaan.

Van de ferme toon waarmee Mark Rutte het kabinetsbesluit had afgekondigd, bleef niets over. Eerst moest hij ontkennen dat er een deal met Russen was gesloten om de gegijzelde Greenpeace-activisten los te krijgen – toegeven zou betekenen dat hij de koning als pion heeft gebruikt. Vervolgens moest Rutte de Kamer beloven dat hij zijn officiële delegatie zou omturnen tot actiegroep – tussen het juichen voor Sven en Irene zou hij, beloofde hij, zo veel mogelijk Russische homoactivisten spreken. En als de regels het toelieten, ook dat beloofde hij, zou hij een paar homo’s meenemen waaraan je het kon zien, zodat de Russen alsnog een lesje werd geleerd. Alles wat eerst juist boven de politiek zou staan, werd alsnog heel erg politiek. Wat bedoeld was als een ferm regeringsbesluit, eindigde in een ondoorzichtige brei van halfslachtige voornemens en onwillig engagement.

Alleen om de schade binnenlands te beperken, natuurlijk. De gedachte dat ons land nog een betekenisvol gebaar richting Rusland zou kunnen maken, was al veel eerder vervlogen. Vanaf het moment dat Nederland zich tijdens het onzalige vriendschapsjaar door Rusland in de houdgreep liet nemen, is ieder politiek statement over het schrikbewind van Poetin effectief onmogelijk gemaakt. Tijdens de afsluitende feestelijkheden begin november waren de rijen, mede door een expliciete oproep van Akzo Nobel en Philips, stevig gesloten. De koning proostte, de ministers zwegen, het Concertgebouworkest speelde. Daarna volgde de waarschuwing van Bernard Wientjes dat Nederland een toontje lager moest zingen als het ging om mensenrechten, het bedrijfsleven dreigde er de dupe van te worden. Een nieuwe toon was gezet.

Het bleek een pijnlijk verkeerde inschatting. Men ging uit van de gedachte dat Nederland internationaal uit de pas liep, omdat ons land altijd zedenmeester wil spelen - naast de koopman altijd die vreselijke dominee. Maar het omgekeerde bleek waar: talloze andere landen en politieke figuren bleken in het geval van het feest van Poetin heel goed in staat een gebaar te maken, impliciet of expliciet. Met die overdreven gedienstige afvaardiging naar Sotsji liep Nederland pas echt uit de pas.

Au.

Nu zijn er alleen verliezers. Het kabinet kleunde mis. De koning, die toch al niet bekendstaat vanwege zijn loepzuiver politiek instinct, lijdt imagoschade – lastig als je een functie hebt waarbij het om imago gaat. Ook de sporters zijn in een moeilijk pakket gebracht. En de Russische homo-organisaties worden nu plichtmatig tot een gesprek genodigd, enkel om het Nederlandse geweten te sussen.

De belangenorganisatie van Nederlandse homo’s, het COC, heeft eindelijk door dat ze het hele vriendschapsjaar en in de aanloop naar Sotsji door zowel de politiek als het bedrijfsleven als schaamlap is gebruikt. Iedereen, tot aan Heineken aan toe, heeft de afgelopen tijd braaf de organisatie geconsulteerd – zonder enig gevolg.

Men is nu maar een petitie begonnen, die flink wordt ondertekend, maar geen effect zal hebben, in ieder geval niet op de benarde positie van Russische minderheden.

Want dat is het pijnlijkste aan dit debacle – wat een rustig en zelfbewust diplomatiek gebaar had kunnen zijn, met een beperkte, maar heldere boodschap, is verworden tot een lachwekkende binnenlandse aangelegenheid. Beter kan Poetin het zich niet wensen: het is Nederland dat aanzien verliest.