Sfeerbeeld uit de provincie: daar wonen ook mensen!

Hebben ook busstations en blinde muren recht op privacy? De krant hanteert als stelregel dat bij gevoelige onderwerpen geen foto’s van willekeurige personen geplaatst mogen worden, om hen niet te blameren. Een woedende lezer stuurde de krant per kerende post een foto van zijn eigen huis En dan nog is het opletten. Nrc.next corrigeerde vorige

Hebben ook busstations en blinde muren recht op privacy? De krant hanteert als stelregel dat bij gevoelige onderwerpen geen foto’s van willekeurige personen geplaatst mogen worden, om hen niet te blameren.

Een woedende lezer stuurde de krant per kerende post een foto van zijn eigen huis

En dan nog is het opletten. Nrc.next corrigeerde vorige week een foto bij een stuk over de ‘zuipbuis’ voor Zeeuwse jongeren (Na twee wodka is de gêne snel verdwenen, 8 januari). In het stuk werd de 16-jarige Kayleigh geciteerd („Als ik begonnen ben met drinken dan blijf ik gaan.’’). Op een foto bij het stuk bleek nóg een Kayleigh te staan, een naamgenoot van 15. Om hun privacy te beschermen, waren de namen bij de foto’s weggelaten – maar de 15-jarige werd in haar dorp herkend, en erop aangesproken.

Pijnlijk misverstand – maar in elk geval snel rechtgezet, de volgende dag. Het moet een van de meest curieuze correcties uit de krant zijn: de 15-jarige Kayleigh was „niet degene die in het artikel zegt dat ze ‘blijft gaan als ze eenmaal is begonnen met drinken’.”

Maar hoe zit het met gebouwen, of het nu kerken of discotheken zijn?

Twee lezers uit Beek en Donk en Nijmegen – de laatste met aanzienlijke politieke ervaring – maakten bezwaar tegen de foto’s van religieuze gebouwen bij een artikel over kindermisbruik in het Noord-Brabantse Cuijk (Honderden meisjes slachtoffer van zedenzaak, 9 oktober 2013). Het ging om een foto van „de monumentale kerk van Cuyk” en een tweede van „een religieus standbeeld” met op de achtergrond „een kloostergebouw”. Geen mens te bekennen verder; het was een druilerige dag in Cuijk.

De briefschrijvers zagen er een anti-religieuze sneer in, waarvan het seculier-liberale NRC Handelsblad wel vaker wordt verdacht. Want „de opvallende presentatie” van de foto’s verwees volgens hen naar het misbruik in de katholieke kerk. Terwijl uit niets was gebleken dat de zaak in Cuijk iets met de kerk te maken had.

Een „blamerende verwijzing” dus.

Nu was van dat eerste bij de fotoredactie van de krant zeker geen sprake. Het probleem was: er moesten foto’s komen bij het verhaal, maar waarvan? Willekeurige mensen fotograferen bij een artikel over kindermisbruik kan niet, volgens de regels van de krant. Gekozen werd dan maar voor sfeerbeelden uit Cuijk, waar per expresse een fotograaf heen werd gestuurd om, binnen een half uur, foto’s te maken voor de krant van die dag.

Hij leverde een handvol foto’s van gebouwen – en deze haalden de krant. Maar ja, het waren wel beide foto’s van religieuze objecten. Een foto van een winkelgebouw bleef op de redactie achter.

Anti-klerikalisme was niet in het spel, verzekert de fotoredactie, maar de briefschrijvers hebben wel een punt: de zaak in Cuijk had niets met de kerk te maken. En twéé van die foto’s kun je dan zien als een sfeerbeeld – maar ook als een suggestie, of statement, van de krant.

Achteraf is de redactie er ook niet tevreden over: er was te weinig tijd om een gevarieerde reeks foto’s te maken. Dit doen we niet nog eens, zegt de fotoredactie.

Maar haast is niet het enige obstakel.

Een mooi, persoonlijk getint verhaal van Sandra Heerma van Voss over eenzaamheid werd vorig jaar geïllustreerd met sfeerfoto’s uit Winschoten. Wachtende mensen op een busstation. Dode muren. Troosteloosheid troef (Eenzaam, geen last van de ander, 3 oktober 2013).

Onderschrift: „Een doordeweekse dag in Winschoten.”

Waarom Winschoten? In het stuk werd de plaats niet vermeld. Wel genoemd werden Rotterdam, India en Facebook.

Een woedende lezer uit Winschoten („Kun je een stad dieper in de stront trappen?”) stuurde per kerende post een foto van zijn eigen fraaie pand naar de krant, met de uitdagende mededeling: „Mijn huis ligt tegenover de gefotografeerde achterwand van het busstation. Kom daar maar eens foto’s maken!”

Hij wilde maar zeggen: ook Winschoten heeft mooie huizen.

Maar hij had vooral moeite met de suggestie die van de foto’s uitging in combinatie met het artikel en het onderschrift. Want wat hadden de foto’s uit zijn stad met eenzaamheid te maken? „De mensen die op de bus zitten te wachten gaan naar huis, wellicht naar een lieve partner of een warm gezin.” Ja, de ‘dode’ muren op de foto’s zagen er tamelijk mistroostig uit, maar „dat is een plek waar je als Winschoter niets te zoeken hebt.” Hij wist ook nog te melden dat die muur gaat verdwijnen „bij de aanstaande prachtrenovatie” van de stad. Zijn hartenkreet: „NRC, misbruik steden niet!”

Burgertrots bestaat nog – gelukkig.

Het dilemma voor de krant is duidelijk. Een grote reportage, of een verhaal over een thema, heeft een illustratie nodig, maar hoe fotografeer je eenzaamheid? Dan kom je al snel in ‘symbolische’ foto’s terecht – en dan natuurlijk wel weer het liefst op de plaats waar het verhaal zich afspeelt. In dit geval was dat dus helemaal niet per se Winschoten. De foto’s zaten in het aanbod, en werden geschikt geacht voor het verhaal.

Ik kreeg zelf eens protesten uit Spijkenisse, een gemeente waar ik in mijn rubriek terloops naar had verwezen als een plaats waar.. nou ja, als een soort Winschoten. Een schuldbewust bezoek aan de plaats, met rondleiding door netjes gerenoveerde buurten, was het gevolg.

Bovendien, zou de krant zulke sfeerbeelden bij een ellendig voorval of een troosteloos thema ook plaatsen uit – ik noem maar een stad – Amsterdam? Ik kan me in de zaak-Robert M. geen foto’s herinneren van een druilerig Museumplein of van de Czaar Peterstraat (pardon, voor wie daar woont). Kennelijk is het nog steeds zo dat het vastleggen van ‘sfeer’ belangrijker wordt naarmate de Randstad in de achteruitkijkspiegel verdwijnt.

Moraal: pas op met terloopse ‘symbolische’ verwijzingen naar echte plaatsen, niet alleen in woord maar ook in beeld. Wie in een stad of dorp woont, identificeert zich ermee – en voelt zich dus aangesproken als zijn woonplaats ineens in beeld wordt gebracht als een metafoor voor existentiële ellende.

Een plaats doet ertoe, voor wie er woont. Niet voor niets luidt een oud journalistiek adagium: all news is local.

Reacties: ombudsman@nrc.nl