President Obama is even jurist Obama

foto afp

De Amerikaanse president Barack Obama zal de werkwijze van de National Security Agency (NSA) na grote maatschappelijke druk wijzigen. Het zijn de grootste aanpassingen die Obama heeft voorgesteld sinds klokkenluider Edward Snowden halverwege 2013 met zijn eerste onthullingen over de NSA naar buiten kwam. Maar Obama wilde ook gisteren niet verder gaan dan cosmetische aanpassingen: de NSA moet ook in de toekomst op grote schaal gegevens van burgers kunnen verzamelen, zei hij.

De president erkende in een toespraak dat de NSA hervormd moet worden om tegemoet te komen aan zorgen van burgers in binnen- en buitenland. Tegelijkertijd verdedigde hij de dienst als een onmisbaar instituut in het bestrijden van terrorisme. Het in bulk verzamelen van telefoongegevens, zogeheten metadata, is volgens hem essentieel om Amerika’s veiligheid te waarborgen. Ook spionage van buitenlandse leiders kan soms nodig zijn, aldus de president, en andere landen spioneren ook. „Wij worden aan andere normen gehouden, omdat wij hebben gevochten voor persoonlijke privacy en menselijke waardigheid.”

Metadata bij ‘derde partijen’

Metadata moeten volgens Obama in de toekomst niet bij de NSA worden opgeslagen, maar bij een derde partij. Dit was de belangrijkste aanbeveling van een commissie die in december in opdracht van het Witte Huis de NSA doorlichtte. Hun rapport was vernietigend: de NSA schond „fundamentele waarden” van burgers, zoals het recht op privacy, zonder dat de dienst kan aantonen ook maar één aanslag te hebben verhinderd. De commissie stelde voor dat metadata voortaan door telefoonbedrijven worden verzameld. Obama wil nu alleen toezeggen dat hij wil zoeken naar geschikte derde partijen.

Hij sprak de commissie op een belangrijk punt tegen: het belang van het verzamelen van metadata. Obama nuanceerde dat. Volgens hem kan de NSA maar weinig informatie van droge telefoongegevens aflezen: niet de inhoud van gesprekken, niet de namen van personen die gebeld zijn, alleen de duur en het tijdstip van het gesprek. De commissie noemde dat in december nog een sprookje. Juist metadata geven „een schat aan details” prijs, staat in hun rapport: „Familiebetrekkingen, politiek, professionele, religieuze en seksuele voorkeuren. Telefoontjes aan de psychiater, de plastisch chirurg, de abortuskliniek, het aids-behandelcentrum, de stripclub, de advocaat, het hotel waar kamers per uur te huur zijn, de vakbondsvergadering, de moskee, de synagoge, de kerk, de homobar, enzovoort.”

De afgelopen maanden kwamen onthullingen naar buiten over het afluisteren van buitenlandse leiders, onder wie de Duitse Bondskanselier Angela Merkel. Die onthullingen hebben vooral internationaal tot grote ophef geleid. Obama zei gisteren dat spionage van buitenlandse leiders niet altijd meer is toegestaan. „Als de nationale veiligheid er niet duidelijk bij gediend is, zullen we de communicatie van bevriende staatshoofden en regeringsleiders niet volgen.” Wel zei Obama erbij dat spionage van wereldleiders soms nodig is en dat andere landen zich daar ook schuldig aan maken. „Wij gaan ons niet verontschuldigen omdat wij effectiever zijn.”

Over veel andere onthullingen van Snowden was Obama stil. Nergens verwees hij bijvoorbeeld naar PRISM, het programma dat de samenwerking tussen de NSA en tech-bedrijven uit Silicon Valley aanduidt. Via PRISM heeft de NSA de mogelijkheid de gegevens van bedrijven als Microsoft, Google en Skype te gebruiken voor het verzamelen van inlichtingen.

De eerste reacties zijn positief

Toch zijn veel maatschappelijke en politieke reacties over Obama’s speech positief. Senator Ron Wyden, een van de scherpste critici van de NSA op het Capitool, zei dat Obama de weg vrijmaakt voor „substantiële hervormingen”. De website The Huffington Post plaatste een foto van Edward Snowden op de startpagina, met daarboven de kop: ‘In het gelijk gesteld’.

Obama hield zijn speech over de toekomst van de geheime inlichtingendienst gisteren op het ministerie van Justitie – opvallend genoeg de eerste toespraak die de jurist Obama op dit departement hield. In zijn vorige functies, als wetenschapper op Harvard en als senator, was Obama heel kritisch over de manier waarop de Amerikaanse inlichtingendiensten omgingen met de privacy van burgers. In 2005 zei hij in de Senaat dat de Patriot Act, de wet die de basis vormt voor grootschalige binnenlandse spionage, „de grondrechten van burgers en de idealen van de Verenigde Staten serieus op het spel zet”. Twee jaar later verweet hij toenmalig president George W. Bush „een valse keuze” te bieden tussen privacy en veiligheid.

Als president neemt Obama een heel andere positie in. Niet alleen zijn de bevoegdheden van de NSA uitgebreid, door groeiende technische mogelijkheden kán de dienst ook meer dan onder Bush. Obama parafraseerde vorig najaar Bush toen hij zei: „Je kunt geen 100 procent privacy hebben en 100 procent veiligheid.” Obama leek gisteren een evenwicht te zoeken tussen zijn instinct van jurist en dat van president.