Onafhankelijke regio niet zondermeer in EU

Een Spaanse regeringsfunctionaris vertelde laatst dat Spaanse regio’s zoals Galicië, die afgelopen jaren hun eigen culturele en handelskantoortjes in Brussel hadden opgezet omdat ze niet meer onder de Spaanse ambassade wilden vallen, één voor één weer bij de ambassade aankloppen. De recessie heeft hard toegeslagen. Veel regio’s hebben geen geld meer voor aparte huisvesting. Dus trekken ze weer bij de ambassade in.

Niet alle Spaanse regio’s doen dit. Catalonië gaat tegen de trend in. Net als Schotland wil Catalonië dit jaar een referendum houden over onafhankelijkheid. Hoeveel Catalanen dit precies willen, is niet helemaal duidelijk. Wel is duidelijk dat de kloof tussen de voorstanders van verregaande zelfstandigheid of onafhankelijkheid van Spanje en de regering in Madrid snel groeit. De Catalaanse tv weigerde laatst de kersttoespraak van de Spaanse koning uit te zenden. De Spaanse premier bezwoer dat het referendum nooit zou plaatsvinden. Maar de Catalaanse premier, Arturo Mas, informeerde laatst alle EU-regeringsleiders per brief over de datum van het referendum (9 november) en vroeg hun steun voor dit „vreedzame, democratische, transparante en Europese proces’’.

Europees? Hier stuiten we op een interessant dilemma. Velen lijken er vanuit te gaan dat Catalonië en andere regio’s die eens onafhankelijk willen worden, automatisch lid kunnen worden van de Europese Unie. Maar officieel kan een nieuwe staat alleen het lidmaatschap van een internationale organisatie overnemen als de oude staat ophoudt te bestaan en dus geen lid meer is, of als er sprake is van vrijwillige overdracht. Maar Spanje zal zijn EU-lidmaatschap niet aan Catalonië overdragen. Dus moet Catalonië zich volgens het Europees verdrag, net als Turkije of Servië, kandidaat stellen voor het lidmaatschap. De regio moet aan alle criteria voldoen en goedkeuring krijgen van alle bestaande leden. Dat laatste is niet eenvoudig. De kans dat Spanje nee zegt, is groot. Ook België en het Verenigd Koninkrijk staan, wegens precedentwerking voor Vlaanderen en Schotland, niet te trappelen.

Zo kunnen de ‘breakaway regions’ in een bizarre situatie terechtkomen. Nu maken ze al decennialang deel uit van de EU, met alle bijbehorende rechten en plichten – Schengen, milieuregels, landbouwsubsidie. Wie kan zich Catalonië straks voorstellen met de peso? Of Vlaanderen met controles voor EU-buitengrenzen? Kan Europa dat maken?

Natuurlijk niet, zeggen veel Europese functionarissen. Maar zij kunnen dit moeilijk hardop zeggen. Ze mogen zich niet bemoeien met interne aangelegenheden in lidstaten. Elk woord hierover maakt wel iemand furieus. Daarom doet Brussel er vooral het zwijgen toe. Maar met die gecalculeerde stilte lijkt de EU haar eigen regio’s precies die waarden te ontzeggen waar ze voor staat: vrijheid, democratie, gelijkheid, rechtsstaat. Waarom kon ze die destijds wel in Kroatië of Zuid-Soedan prediken, en niet in eigen gelederen?

Dit zijn prachtige dilemma’s voor Europese fijnproevers. Tientallen juristen buigen zich al over de beste ‘oplossing’. Eén van hen, de Fransman Yves Gounin, kwam laatst in het blad Politique Étrangère tot de conclusie dat „de redelijkste oplossing zou zijn om tegelijkertijd over onafhankelijkheid én EU-toetreding te onderhandelen’’. Zo wordt toetreding niet automatisch, maar hoef je een regio evenmin als complete outsider te behandelen. Geen elegante methode, geeft hij toe – maar zo heb je wel minder kans op conflict en radicalisering. En dat is wél waar Europa altijd goed in is geweest.