Nieuwe wet Jeugdzorg: privacy tot aan de deur

Jeugdzorg is zo’n onderwerp waar je niets van nodig hebt. Tenzij je kind anorexia heeft, drugsverslaafd uit stelen gaat of op drie scholen niet te handhaven is. Of wanneer de publieke verontwaardiging oplaait na de vondst van een afschuwelijk aan zijn einde gekomen kind.

Na een paar van zulke openbare exercities in schuld en schaamte sloeg de Tweede Kamer in 2010 aan het denken over een nieuw stelsel voor jeugdzorg. Daar kwam uit dat er te veel langs elkaar heen wordt gewerkt op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau.

Toen werd de route uitgezet die nu is neergeslagen met de nieuwe Jeugdwet. Die werd half oktober aangenomen door de Tweede Kamer. De Eerste Kamer mikt op behandeling over drie weken, afhankelijk van het antwoord van de regering op vragen waar voorlopig geen afdoende antwoord op kwam.

Het kabinet heeft haast. Vragen staat vrij; de Eerste Kamer heeft er deze week weer een flink aantal gesteld. Maar tegenstemmen is niet de bedoeling. Het nieuwe stelsel, dat 1 januari 2015 moet ingaan, wordt veel effectiever, voorspelt het kabinet. Daardoor bezuinigt het miljarden. Gelukkig gaan die twee vaak samen. Althans bij het opstellen van begrotingen.

De nieuwe mantra is ‘integrale jeugdzorg’. Met de gemeente als het niveau waarop alles ‘dicht bij huis’ gebeurt: preventie, voorsorteren van hulpvragen, snel reageren als situaties uit de hand lopen. ‘Eén gezin, één plan, één regisseur’. Artsen krijgen de ruimte, maar van hen wordt verwacht mee te werken aan demedicalisering en het goedkoop houden van behandelingen, onder meer door familie en vrienden vroegtijdig in te schakelen.

In de Tweede Kamer was een meerderheid van het begin af aan ervan overtuigd dat het zo moet. Het complexe wetsontwerp kwam met brede steun door de Kamer. Alleen PVV, SP en Partij voor de Dieren ontbraken. Die vonden de invoering veel te snel gaan en bleven met fundamentele vragen zitten. De andere oppositiepartijen zagen de bezwaren ook wel, maar zij stelden zich tevreden met wat concessies. Ontbreken bij optimistische hervormingen is altijd lastig.

De Eerste Kamer, waar volgens de huidige politieke rekenkunde een tweederdemeerderheid voor het wetsontwerp bestaat, liet zich niet opjutten en schreef in december een hoorzitting uit. De fracties kwamen daarop met een waslijst aan vragen over hoe gemeentes al die vraagstukken rond jongeren moeten organiseren. Van zwaar psychiatrisch lijden tot lastig en uiteindelijk crimineel gedrag, het komt allemaal op het stadhuis af.

Wie de stukken leest bekruipt het gevoel in het laboratorium te staan van een dynamische maar onder invloed van geestdrift staande uitvinder. Alles moet anders, en wel snel. Nee, we kunnen niet bewijzen dat het werkt, maar het moet wel op deze manier. Kinder- en jeugdpsychiatrie? O ja, die blijft ook belangrijk. Taalkundig zit de vaart er ook in. Flarden uit de zorgmarktbrochure (‘zorg inkopen’), herinneringen aan het club- en jeugdshuiswerk (‘geregistreerde jeugdprofessionals’) en een dosis hedendaagse ‘eigen kracht’-lyriek. Nederland verbouwt graag.

Staatssecretaris Van Rijn is de duivelskunstenaar van dit kabinet. Niemand kan hem verwijten dat hij nalaat naar ‘het veld’ te luisteren bij het uitvoeren van het regeerakkoord. Voor ieder probleem een oplossing. Maar bezuinigen is niet hetzelfde als ingewikkelde zorg voor mensen in de knel verzorgen.

Deze week oogstte Van Rijn een tegenslagje toen bleek dat tweederde van de gemeentes niet wil meewerken aan de manier waarop hij zorgtaken uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wil decentraliseren.

Bij de jeugdzorg tekent zich nog niet zo’n gemeentelijk front af, maar het moet blijken of de Eerste Kamer zich even makkelijk laat overtuigen als de Tweede. Ook daar heerst, net als bij de Raad van State, zorg over de snelheid waarmee de ingrijpende operatie moet worden doorgevoerd. En waarom niet eerst een proefproject in één regio? Kan niet, zegt het kabinet, met een wettelijk recht kan je niet experimenteren. Samen over op het nieuwe stelsel.

De Algemene Rekenkamer waarschuwde voor oncontroleerbaarheid van de financiële stromen die voortaan via de gemeentes gaan lopen. Zij krijgen bijna een verdubbeling van hun budget, maar ook veel burgers op de stoep die vroeger recht hadden op zorg en verstrekkingen en nu hoogstens een aanspraak. De daaruit resulterende rechtsongelijkheid tussen inwoners van verschillende gemeentes is iets waar de Eerste Kamer van oudsher aandacht voor heeft.

Het zwaarste vraagpunt rond de nieuwe opzet is misschien de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De Senaat vraagt er stevig op door. Het kabinet heeft procedurele antwoorden gegeven, maar wekt niet de indruk zich zorgen te maken over de vrijwel gegarandeerde schending van het medisch beroepsgeheim als straks een gemeentelijk of wijkjeugdzorgteam gaat schiften wie welk soort zorg een jongere of zijn gezin nodig heeft, en de regie voert.

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft nadat de Tweede Kamer de Jeugdwet had aangenomen nogmaals gewaarschuwd dat het ‘recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven’ uit het Europees verdrag voor de rechten van de mens dreigt te worden geschonden.

Deze wet richt zich fanaat op z'n doel maar doet niet aan privacy. Straks zit zitten de politie en de wijkambtenaar in het dossier van uw lastige puber, dat dan gelukkig ook aan het landelijke patiëntendossier is gekoppeld. Handig voor als hij later solliciteert bij een zorgverzekeraar.