Niet bang voor groot

Met zijn levenspartner Lars Nikolajsen ging Jan te Lintelo in 1994 een weekend naar New York. Een jaarlijks uitje, even proeven wat er in de wereld gebeurt. Bij warenhuis Bloomingdale’s verbaasde de meubelfabrikant zich over een enorm bankstel, met zachte kussens en een afneembare hoes. Zo’n gigasofa had Te Lintelo nog nooit gezien.

Terug in Nederland ontwierp hij een bank die een halve meter breder was dan de grootste bank die op dat moment in Nederland te koop was, een moderne uitvoering van de bank in New York. Een uitbundig meubel, dat spotte met het minimalistische design dat begin jaren negentig in zwang was. Met een lach: „De Easy living was een niet-calvinistische bank, een meubel waarop je met kinderen en geliefden kunt léven. En komen er vlekken op? De hoes eraf, hup de wasmachine in.”

Lang voordat trendwatchers ‘well-being’ begonnen te duiden, had Te Lintelo die ontwikkeling al te pakken. De eerste zaterdag dat de Easy living in zijn showroom stond, verkocht hij meteen drie exemplaren. Het nonchalante, zachte zitten was een instant-hit. De bank kreeg veel aandacht in woontijdschriften en het regende bestellingen. Dat jaar verdrievoudigde de omzet van Linteloo naar 4,2 miljoen gulden.

Comfortabele, extra large meubels met een hoge feelgoodfactor – Linteloo boekte er veel succes mee. Het bedrijf heeft inmiddels veertien werknemers, een omzet van 12 miljoen euro en het exporteert naar 48 landen, van de Verenigde Arabische Emiraten tot aan Nieuw-Zeeland.

De opzet van Linteloo is overzichtelijk. Vanuit showrooms in Zeist, Keulen en Milaan bedient het bedrijf de 250 dealers die het wereldwijd heeft, Linteloo heeft geen eigen winkels. Voorraad is er niet en productie wordt uitbesteed, vooral in Italië. Jan te Lintelo is verantwoordelijk voor de productontwikkeling en levenspartner Lars, eerder in de banksector actief, doet de financiën. De afgelopen achttien jaar maakte Linteloo altijd winst.

Niet gek voor een gesjeesde hbs’er die vanaf zijn zeventiende vier jaar als verpleger werkte. Te Lintelo: „Die tijd is goed geweest voor mijn mensenkennis. In de verpleging leer je schakelen: in de ene kamer ligt iemand die behoefte heeft aan een vrolijk praatje, even later houd je de hand vast van iemand die ligt dood te gaan.”

Te Lintelo (60) houdt van verwennen. „Je kunt alleen maar vermenigvuldigen als je ook kunt delen”, zegt hij. Het middelpunt van zijn showroom in Zeist is een professionele keuken. Daar kookt hij soms zelf voor dealers. Als tijdens het gesprek twee bezoekers binnenwaaien vraagt hij: „Mag ik u een kop koffie aanbieden? Nee? Een puntje appeltaart misschien? Een glas wijn? Een boterham?”

Zak geld

Van een vreemde heeft Te Lintelo zijn gevoel voor meubels niet: zijn ouders hadden een interieurzaak in Haaksbergen. Na een psychologische test (uitkomst: ‘Ga iets creatievers doen dan de verpleging’) en de militaire dienst volgde hij een opleiding voor de meubelindustrie en de woninginrichting. Daarna werkte hij veertien jaar lang bij Nederlandse meubelbedrijven. Tot hij het op zijn 39ste tijd vond voor zichzelf te beginnen: „Ik dacht: als ik het nu niet doe, gebeurt het nooit meer.” Hij nam ontslag als commercieel directeur bij meubelmerk Gelderland, verkocht zijn huis en huurde een studio in Amersfoort.

Na een moeilijk eerste jaar („Ik was heel idealistisch en wilde vooral nieuwe designers een kans geven”) ontmoette hij Lars en begon – met de hoezenbank – de groei van zijn bedrijf. „Je moet durven en steeds laten zien dat je verder bent dan de concurrentie.”

Vorig jaar wilde een buitenlands bedrijf Linteloo overnemen. Over dat bod hoefde Te Lintelo niet lang na te denken. „Wat moet ik met een zak geld? Op mijn tachtigste hoop ik nog steeds meubels te maken zonder mijn onafhankelijkheid te verliezen.”