Nederland moet leren leven zonder zijn eigen aardgas

Niets garandeert dat zich in Groningen morgen, volgende maand of volgend jaar niet opnieuw een aardbeving voordoet, die aan huizen en andere gebouwen forse schade kan toebrengen. Deze onzekerheid is niet het gevolg van het besluit dat het kabinet vrijdag nam. Het is het resultaat van jarenlange onderschatting en aanvankelijke ontkenning van de problematiek. Van het gegeven dat de aardgaswinning in deze provincie de oorzaak is van de vele aardbevingen die er waren en zijn.

Daarover bestaat „geen enkele twijfel” meer, zoals minister Kamp (Economische Zaken, VVD) vrijdag zei. De minister was naar het ‘hol van de leeuw’ gegaan, de gemeente Loppersum, dikwijls het episch centrum van zowel de aardbevingen als het ongenoegen van de Groningers. Hem wachtte een warm onthaal van demonstranten, maar als vaker kon van deze minister worden vastgesteld dat hij moedig genoeg is om zulke confrontaties niet uit de weg te gaan.

Dat er zich ook de komende jaren aardbevingen zullen voordoen, van 4,1 op de schaal van Richter of misschien nog zwaarder, komt eenvoudig doordat het nu temporiseren van de aardgaswinning pas later effect heeft op het al dan niet ontstaan van aardbevingen.

Het kabinet heeft, sinds duidelijk werd dat de aardbevingen in Groningen een onaanvaardbaar risico vormen, moeten laveren tussen drie met elkaar strijdende uitgangspunten. De veiligheid van de bewoners, de noodzaak van energielevering aan alle Nederlanders (en aan het omliggende buitenland) en de substantiële opbrengsten die de verkoop van aardgas de Rijksbegroting oplevert.

De dilemma’s die hieruit voortvloeien, waren voor Kamp een reden om niet al een jaar geleden het advies op te volgen van het Staatstoezicht op de Mijnen om direct de gaswinning vanuit het Groninger veld, het grootste van Europa, zoveel mogelijk te temporiseren.

De minister heeft nu gekozen om in het grootste risicogebied, Loppersum, de gasproductie met 80 procent te reduceren en dat elders in de provincie mondjesmaat te doen. Het kabinet hoopt zo alle Nederlanders, Duitsers, Belgen en Fransen die op aardgas koken en er hun woning mee verwarmen, energiezekerheid te kunnen blijven geven. De gevolgen voor de Rijksbegroting bedragen, uitgesmeerd over de komende drie jaar, door de vermindering van de aardgasbaten in totaal 2,3 miljard euro. Daar komen nog de miljoenen bij voor het ‘troostpakket’ waarmee de minister vrijdag naar Groningen kwam. Met daarin de – altijd al verplichte – schadevergoedingen (ook van waardevermindering van huizen), de preventieve maatregelen en de economische impulsen voor de provincie. Het kabinet zal dus naar nieuwe bezuinigingen (liever geen lastenverzwaringen) moeten zoeken. Boven de vele miljarden die het al van plan was.

Nederland betaalt zo een dubbele tol. De Rijksbegroting is voor een deel gebaseerd op aardgasbaten, waarvan al jaren bekend is dat ze op den duur (drastisch) minder zullen worden. Economische investeringen, maar ook het onderwijs en de sociale zekerheid zijn jarenlang mede gefinancierd dankzij de Groningse delfstof. Maar het was allang bekend dat de gaswinning vanaf 2020 hoe dan ook omlaag moet gaan (door uitputting en om technische redenen). Benodigd is dus een financieel meerjarenbeleid dat het grotendeels zonder aardgasbaten moet stellen.

Een andere omissie is dat in de energievoorziening voor Nederland nauwelijks alternatieven voor het aardgas voorhanden zijn. Als het laagcalorisch gas uit Groningen wegvalt en Nederland op (te importeren) hoogcalorisch gas overgaat vergt dat ruim 5 miljard euro om apparatuur te vervangen. Om maar wat te noemen. De ontwikkeling op het gebied van duurzame energie is in Nederland het niveau van marginaal nog niet ontstegen. Slechts 4 procent van de opgewekte energie is duurzaam, de rest, grotendeels dat aardgas dus, heeft dat predicaat niet.

Minister Kamp toonde veel empathie voor de Groningers, volgens hem „rustige en redelijke mensen” die bezorgd zijn „over hun veiligheid en over wat er gaat gebeuren met hun woning en hun woonomgeving”. Zo schreef hij dat vrijdag aan de Tweede Kamer. Misschien heeft hij een begin gemaakt met het herstel van hun vertrouwen. Of slechts een beginnetje. Maar het kabinet wacht een klus die zeker zo lastig is: Nederland klaar te maken voor een toekomst zonder de aardgasbel die het land zoveel welvaart heeft gebracht.