Mijn liefdespartner werd mijn werk

Anneke Hilhorst met haar laatste fotoboekHier ben ik. „Van kinderen kun je makkelijker zien hoe ze zich voelen. Hun gedrag is nog niet helemaal aangepast.”

Hotel Spaander aan de havendijk in Volendam. Tafellakens van rode boerenzakdoekstof, serveersters in klederdracht, Dutch kroketten en pancakes op het menu. Anneke Hilhorst (64) bladert door haar fotoboek. Hier ben ik heet het. Foto’s van ruim veertig kinderen, tussen de drie en de vijftien jaar oud. Naast elke foto een portret dat de kinderen van zichzelf tekenden of schilderden. De dubbelportretten zijn vanaf vandaag ook te zien in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.

Anneke Hilhorst verschuift haar stoel naar achter en opzij. Schuchter. „Dus je wilt...”, begint ze. „Ik moet nu eigenlijk een portret van mezelf maken.” Ze vraagt het niet, het is een opdracht aan zichzelf. „Een zelfportret vertellen.” Op slag verandert ze van houding en telt op duim en vingers tot drie. „We gaan het hebben over mijn fotowerk, dan een beetje over mij, en iets minder over Ed.”

Ed is fotograaf Ed van der Elsken, een van Nederlands bekendste fotografen. Ze was achttien jaar met hem samen. Ze stapte op haar drieëntwintigste bij hem in de auto, al liftend met een vriendje van Groningen naar Amsterdam. Hij was zevenenveertig. „Hij zei: ‘Je moet eens bij me langskomen. Als je die jongen maar thuis laat.’” De volgende dag ging ze. Een jaar later trok ze bij hem in. Hij was, na zijn scheiding, in zijn vakantiehuis in Edam gaan wonen.

„Ken je foto’s van hem uit die tijd?” Ze bedoelt zijn zelfportretten. Hippie-achtige verschijning, wilde bos krullen, soms een baard, woeste blik en halskettingen. Ze knikt. „Hij had iets leeftijdloos en onaangepast. Alsof hij niet zo goed wist hoe het hoorde.” Zij was meteen verliefd. En hij vond haar ...? „Een lekkere, jonge meid natuurlijk.” Ze kreeg een zoon met hem, ze noemden hem Johnny Cowboy. Hij was elf toen zijn vader overleed in 1990. „Dat was wel even ... speciaal. We namen ons voor elke dag samen iets leuks te doen. Het bijzondere van kinderen is dat alles voor hen iets tijdelijks lijkt te hebben. Ook narigheid en verdriet.” Anneke Hilhorst is altijd in het dijkhuis blijven wonen. „Het is eenvoudig en krakkemikkig, en ligt heel afgelegen. Maar het huis past bij me, zo midden in de natuur.”

„De afgelopen 23 jaar is Ed van liefdespartner veranderd in de man aan wiens werk ik werk.” Ze beheert zijn nalatenschap. De negatieven en dia’s zijn opgeslagen in het Nederlands Fotomuseum, als iemand iets ervan wil hergebruiken, kan dat alleen met haar toestemming. Ze doet het samen met haar tweede man, Han Hogeland, die ze „twee jaar en drie maanden na Eds dood” ontmoette bij de melkboer in Edam. Na al die jaren met haar is hij ook „een kenner geworden van Eds werk”. Hij bekommert zich om de films, zij om de dia’s en de foto’s. Zo hielp ze bij de Franse uitgave van Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain des Prés, het fotoboek uit 1956 waarmee Ed van der Elsken internationaal doorbrak. „Er was wel een Duitse, Engelse en een Japanse vertaling. Maar gek genoeg geen Franse. En Ed had het oorspronkelijk nog wel in het Frans geschreven.” In juni dit jaar komt er een nieuwe druk van Amsterdam!. „De oorspronkelijke litho’s van het boek zijn kwijt. Alle foto’s moeten opnieuw gescand en digitaal bewerkt. Ineens zie je allerlei details die op de eerdere afdrukken onzichtbaar waren.” Ed van der Elsken heeft de opkomst van de digitale fotografie niet meer meegemaakt. „Maar hij had het vast schitterend gevonden.”

Zelf is Anneke Hilhorst ook fotograaf. Haar allereerste boek, Dagboek van een beginneling, ging over de komst van Johnny Cowboy. Haar enige kind, Eds derde. Daarna publiceerde ze een hele tijd niks. „Het viel me te zwaar om én moeder te zijn én Ed te assisteren bij zijn werk én zelf te fotograferen.” Na twintig jaar verscheen Nesten, fotoreportages over het gezinsleven. Daarna Er is er een jarig, over kinderfeestjes in Nederland. Schijnbaar onbelangrijke, alledaagse taferelen, zegt ze. „Maar over vijftig jaar hebben foto’s van een kinderpartijtje een sociaal-historische betekenis.”

Voor Hier ben ik wilde ze even geen „fly on the wall” zijn, geen documentairefoto’s maken, maar portretten. Ze koos wel weer kinderen als onderwerp. En kindertekeningen. „Kinderen verkennen de wereld nog”, zegt Anneke Hilhorst. „Ze zijn bewegelijk, je kunt makkelijker zien hoe ze zich voelen. Hun gedrag is nog niet helemaal aangepast.” En dat vindt ze prettig? Ze haalt haar schouders op. „Kinderen zijn gewoon niet zo ingeregeld als wij.” En dat is goed? „Ik heb niks tegen volwassenen hoor, zo is het ook weer niet.”

Zij was een jongensachtig meisje, zegt ze. En nog beleeft ze „weinig lol aan damesdingen”. Ze is het achtste kind uit een gezin van negen. Haar vader was coupeur, later werd hij bedrijfsleider in een fabriek voor maatkleding. „Het voordeel als je het zoveelste kind bent, is dat ouders er inmiddels voldoende vertrouwen in hebben dat het wel goed komt met je. Ik had de veiligheid en geborgenheid van het grote nest, maar ook de vrijheid om mijn gang te gaan.” Ze viel van haar – katholieke – geloof op haar dertiende. „Ik was diep gelovig, ik kan me behoorlijk goed aan iets overgeven. Me overleveren. Heel serieus en ernstig. Tot de pastoor me geen antwoord meer kon geven op mijn vragen. Toen was ik acuut genezen.” Haar oudste zus ging naar de kweekschool. „Zij haalde mijn moeder over me naar een Montessorischool te doen.” Daar kon ze – ze zegt het weer – haar gang gaan. „Als je wou, en je zat in een flow, kon je de hele week rekenen.”

Verlegenheid

In alle gefotografeerde kinderen herkent ze iets van zichzelf, zegt ze. „De flair, de overmoed, het ongemak en de verlegenheid.” „Het zijn blanke kinderen en bruine, kinderen uit de stad of van de boerderij, kleuters en pubers, kunstige tekenaars en krassers. Ze kreeg hun namen via via, of ze pikte ze eruit bij tekencursussen. Eerst liet ze hen zichzelf tekenen. Hoe (alleen hun gezicht of helemaal) of waarmee (met verf, potlood of krijt) mochten ze zelf weten. Ze deden er een uur over, soms twee, terwijl zij wachtte. En dan maakte ze foto’s. „Eerst probeerde ik hun zelfportret na te maken. Maar dat was niet interessant. De foto moest juist een ander facet laten zien, hun tekening aanvullen.” Hans Aarsman, de fotocolumnist van de Volkskrant, deed de beeldredactie voor haar boek (dat deed hij ook voor eerdere boeken), schrijfster Joke van Leeuwen schreef bij elk kind een korte tekst. Naast de foto van een gehoofddoekt meisje: ‘Ik ben beweeglijk als felle vegen. Ik ben verlegen als een potloodlijntje.’

De Volendamse serveerster brengt de lunch. Zij bruine boterhammen belegd met paling, ik met dik roomboter en kroketten. Heel rustig en bedaard eet ze haar bord tot en met het laatste schijfje augurk leeg. Tussendoor legt ze steeds haar mes en vork even neer. Dan vertelt ze over de tante van een vriendinnetje, die ook kinderfotograaf was en hoe interessant ze dat als meisje vond. En dat ze toen ze op haar zeventiende een camera kreeg, daarmee haar kleine zusje ging fotograferen. „Ik erfde de spiegelreflexcamera van mijn oudste broer.” Hij overleed in 1967 bij de brand in het Brusselse warenhuis A l’Innovation, waarbij 323 mensen omkwamen. „Waarom juist ik hem kreeg, dat weet ik niet. Er waren nog zeven gegadigden thuis. Die camera gaf me een raar gevoel van vreugde en verdriet.”

Na de mms deed ze even kunstacademie, richting tekenen. Ze stopte en ging naar de sociale academie. Ze werd docent audiovisuele vorming op basisscholen. „Met kinderen minispeelfilms maken op super 8. Fotograferen met kinderen is heel interessant. En heel irritant met volwassenen. Die zijn alleen maar bezig met de apparatuur.” Lensje zus, diafragma zo. „Ergens tussen mijn liefde voor kunst, kinderen en sociale belangstelling is mijn fotografie geboren.”

Bye

Mooi mazzel dan dat ze een lift kreeg van Ed van der Elsken. Ze glimlacht. Ze is hem van meet af aan gaan helpen bij zijn werk. „Hij was bezig met een film toen ik hem net kende. En zij verwisselde de filmbanden in zo’n grote, donkere zak. Op de tast. Dat vertrouwde hij me gewoon toe.” Ze hielp hem in de doka, bij de samenstelling van zijn boeken. Zijn laatste film Bye deden ze ook samen, een zelfportret van Ed van der Elsken, gemaakt over zijn naderende einde (hij had prostaatkanker). „Hij vroeg me of ik een fotoboek wilde maken over zijn laatste fase en sterfbed. Maar dat kon ik niet.”

En wat vond hij van haar fotografie? „Ed steunde me daarin. Hij vond dat ik er vooral mee door moest gaan.” Ze heeft nooit de ambitie gehad om er veel geld mee te verdienen. „Het is belangrijk voor mij, maar ik hoef er niet beroemd mee te worden. Ik word nooit zo goed als Ed.” Ze slaat haar boek open. Bladert naar Nouaman, een jongetje van 9 dat een voetbal tegen zijn gezicht gedrukt houdt. ‘Ik kan veel niet, maar bijna alles’ schreef Joke van Leeuwen bij zijn foto. „Dat slaat precies op mij.”