Methusalem bestaat, maar niet in het lab

In het laboratorium lijkt de strijd tegen veroudering al lang beslecht. Zet een fruitvlieg op een hongerdieet en hij leeft langer. Geef een muis een ontstekingsremmer en hij zal zijn soortgenoten overleven. Schakel bij de rondworm bepaalde genen uit en het diertje gaat twee keer langer mee. Wetenschappers hebben de levens van hun proefdieren al op talloze manieren weten te rekken.

Knap. De sleutel tot een lang en gezond leven ligt echter niet in het lab, maar in de natuur, denkt Steven Austad, hoogleraar biologie aan de University of Alabama in Birmingham en expert in veroudering.

„Evolutie is slimmer dan wij zijn”, zegt Austad aan de telefoon. Hij bedoelt dat de kunstmatige levensverlenging uit het lab in het niet valt bij de ouderdom die sommige wilde dieren kunnen bereiken. In 2006 stierf een stokoude Galapagosreuzenschildpad die nog door Charles Darwin verzameld zou zijn. In de Atlantische Oceaan zwemmen walvissen met harpoenpunten uit de negentiende eeuw verankerd in hun blubber. En op het strand van Ameland liggen schelpen van meer dan 150 jaar oud.

Wie gezond oud wil worden, kan meer van deze ‘ark van Methusalem’ leren, vindt Austad, dan van kortlevende soorten als muizen en rondwormen.

Dertig jaar geleden isoleerden onderzoekers de eerste langlevende mutanten van het rondwormpje (Caenorhabditis elegans). Sindsdien is keer op keer gebleken hoe simpel het is om veroudering bij de rondworm uit te stellen. „Er zijn inmiddels driehonderd genen gevonden die je kunt uitschakelen om de levensspanne van een rondworm te verlengen”, zegt hij. Lachend: „Ach, ze leven zelfs al langer als je ze een beetje vreemd aanstaart.”

Tot bruikbare therapieën die veroudering bij de mens vertragen heeft al het wormenwerk nog niet geleid. Dat verbaast Austad niet. De mens leeft al buitengewoon lang voor een zoogdier van onze grootte, legt hij uit. „Waarschijnlijk hebben wij de simpelste genetische routes om langer te leven al lang geleden in onze evolutie bewandeld.”

„Dat is wat kort door de bocht”, vindt Riekelt Houtkooper, onderzoeker aan het AMC in Amsterdam. „Het veld is nog jong, en voor je getest kan hebben of mensen langer leven door een therapie ben je honderd jaar verder.” Maar Austad heeft een punt, vindt ook Houtkooper. „Een worm is geen muis, en een muis geen mens.”

Houtkooper doet zelf wel verouderingsonderzoek met rondwormen en muizen. En hij heeft een goede reden om met rondwormen te werken: „Het zijn simpele organismen die we in het lab kunnen manipuleren. Op die manier kunnen we causale verbanden aantonen tussen een ingreep en een langer leven.” Bij langlevende soorten is dat onmogelijk.

Een vergelijking van verouderingspatronen tussen lang- en kortlevende is mogelijk, maar zekerheid over de oorzaak van trage veroudering ontstaat dan niet. Het blijven correlaties.

„Dat alles met een experiment moet worden aangetoond vind ik een een beperkte blik”, reageert Austad. „Als we hetzelfde verouderingspatroon zouden vinden bij primaten, vleermuizen en knaagdieren is dat toch een sterke indicatie dat we doordringen tot de kern van het verouderingsproces?”

Vergelijkingen tussen langlevers en kortlevers hebben bijvoorbeeld al laten zien dat soorten die lang leven, vaak opvallend foutloos hun tienduizenden typen eiwitten produceren. In levers van de langlevende naakte molrat hopen zich minder beschadigde eiwitten op dan in muizenlevers (PNAS, februari 2009). En ook bij schelpdieren is aangetoond: de eiwitten van de extreem langlevende noordkromp zijn veel stabieler dan die van andere schelpensoorten (Age, november 2013) .

Austad verwacht zelfs dat sommige langlevers uiteindelijk kans lopen een veelgebruikt proefdier te worden. De naakte molrat ziet hij als grootste kanshebber. Dit knaagdier wordt nu al in verschillende laboratoria gehouden, kan in groten getale gehouden worden, is klein genoeg om mee te werken en bovendien is zijn DNA-volgorde al bepaald.

Muis of molrat, Houtkooper én Austad zijn het er over eens dat inzichten uit het dierenrijk uiteindelijk zullen helpen om het leven van mensen te rekken. Austad: „Ik weet zeker dat we het verouderingsproces kunnen vertragen en op een gezonde manier ouder kunnen worden.” Net zoals de noordkromp, de naakte molrat en de grote baardvleermuis.