Lekker mussen vinken

De eksters vind ik stom. En de duiven al helemaal. Een duif landt met veel bombarie op het vogelvoederhuisje, en moet dan met veel moeite vanaf dat dakje in het vogelhuisje komen, want daar ligt het voer. Dat is een acrobatische toer die hij meestal niet kan afmaken, omdat ik de duif wegjaag. Maar dat lukt me niet altijd. En dan zit die stomme dikke duif uiteindelijk in dat voor hem veel te kleine voederhuisje, en dan vreet hij meteen al het voer op.

Wegwezen, kutduif!

Maar verder is het heel leuk, vogels voeren in je tuin. Echt, serieus. Noem me bejaard (ik kan niet genoeg benadrukken dat ik dat niet ben – ik ben 36), maar het is gewoon gezellig. Die koolmeesjes en pimpelmeesjes in je tuin, vinkjes, mussen, groenlingen, merels, een roodborstje. Het klinkt vast oubollig – nou ja, dat is dan maar zo.

Hoe je dat voor elkaar krijgt, die vogels? Zorg voor vogelvoer (te koop in de dierenwinkel, soms ook in de supermarkt) in je tuin, op je terras of balkon. Wacht vervolgens. Dat kan enkele dagen zijn, of een paar weekjes. Heb geduld. Blijf wachten. En dan opeens: „ER ZIT EEN KOOLMEESJE IN HET VOEDERHUISJE!!!!” How exciting.

En dan is het geregeld. Want vogeltjes zijn net als schapen: is er een bij je voer, dan volgt de rest vanzelf.

Ik woon in Utrecht, in een woonwijk met een terras. Dat terras is niet groot, iets van 25 m2, met betonnen plantenbakken als afscheiding. Die zitten vol met hortensia’s (ik herhaal het nog maar even voor de zekerheid: ik ben niet bejaard), vlinderstruiken – dat werk. Allemaal met takken waarop de vogels rond kunnen hippen.

Op ons terras staat een voederhuisje, op zo’n paaltje, en aan het raam hangt, met zuignapjes, een voedersilo: dan kun je als je binnen zit de vogels aan je raam zien eten.

We kijken uit op een open veldje, dus de vogels hebben een vrije aanvliegroute. Je ziet ze soms al van twintig meter aankomen. Vooral de mezen zijn geweldig, die komen in duikvluchten op het terras af. En ze zitten dan plots voor het raam, bij de voedersilo.

Je leert de vogels en hun eigenschappen kennen als je een tijdje voert. Aan de voedersilo zitten eigenlijk alleen de meesjes, de kool- en de pimpel-. De vinkjes willen er ook wel eens eten, maar op de een of andere manier hebben ze problemen met hun landingsgestel: ze vliegen naar het buisje met voer, en dan als ze op het sta-plankje moeten terechtkomen, gaat het mis. Ze fladderen dommig met hun vleugeltjes en na een paar seconden kiezen ze toch maar voor de tuintafel om op te landen. Vinken scharrelen eigenlijk ook liever op de grond, net als merels. Die vogels zie je dus niet snel aan je vetbolletje hangen.

Ook als het regent

Dit weekend ga ik tellen. Niet twee dagen lang, natuurlijk. Je kiest een half uurtje waarin je bijhoudt hoeveel exemplaren je van welke vogelsoorten je in je tuin ziet. Vorig jaar waren we met z’n 85 duizenden bezig. Allemaal kijken, turen, tellen, turven.

Het telweekend van vorig jaar was fantastisch, op 19 en 20 januari lag er sneeuw. Vogels in je tuin of terras met sneeuw is heerlijk, want dan zie je ’s ochtends allemaal kriskras vogelsporen in de sneeuw. Dit jaar is het weer niet zo idyllisch, helaas. Maar ook als het regent komen de vogels wel.

En wat is dan de score na een half uur tellen? Ik heb het lijstje van vorig jaar nog even bekeken. Mwoah, het klinkt niet verpletterend. Vijf vinken en vijf houtduiven (die kutduiven dus), drie koolmezen, drie heggenmussen, drie merels, één ekster en – yes! – één roodborst. Het roodborstje blijft gewoon een mooi vogeltje.

In die 30 minuten kwamen natuurlijk meer dan 21 vogels op het terras voorbij. Maar de spelregels zijn strikt: je geeft per vogelsoort het hoogste aantal door dat binnen dat half uur tegelijkertijd in de tuin zit. Er is kans op statistiekvervuiling: als één mus in een half uur twaalf keer in je tuin komt, dan moet je niet doorgeven: ik heb twaalf mussen gehad. Ik heb vorig jaar zeker tien mezen geturfd, maar ze kwamen steeds in groepjes van twee of drie, dat dreef de score niet op. Tegenwoordig zitten ze weleens met z’n vijven tegelijk op het terras, dus ik heb goede hoop op een hogere score.

Iedereen voert z’n resultaten in op tuinvogeltelling.nl en zo is ook te zien welke vogels er in jouw buurt zijn gespot.

Het is geen wedstrijd, dat weet ik ook wel. Ik doe mee aan een soort wetenschappelijk onderzoek: zodat we weten hoe het met de vogelstand in Nederland is. Maar desondanks: ik hoop niet dat de duif wint in mijn tuin.