Keizerin achter zijden scherm

Keizerin-regentes CixiBeeld uit besproken boek

Een sadistische nymfomane. Een concubine, en dan nog niet eens van de eerste rang, die alleen door een speling van de natuur – zij baarde een keizerszoon – én veel list en bedrog op de Chinese keizerstroon was beland. Ruim een eeuw al wordt keizerin-regentes Cixi ( 1836-1908) beschreven als een meedogenloze, zeer conservatieve tiran, een half-geletterde matriarch, wier bijna vijftig jaar lange bewind werd gekenmerkt door chaos, oorlogen, coups, opstanden en de ondergang van de Qing-dynastie.

Dit karikaturale beeld is dringend aan herziening toe, stelt de Chinees-Britse historica Jung Chang (61). Haar derde boek Empress Dowager Cixi, the concubine who launched modern China moet gelezen worden als een poging om feiten en fictie over deze sleutelfiguur in de Chinese geschiedenis van elkaar te scheiden. Volgens Jung Chang, beroemd geworden met Wilde Zwanen en met Mao, het onbekende verhaal dat zij schreef met haar echtgenoot Jon Halliday, zijn niet de communistische leiders Mao Zedong en Deng Xiaoping de grondleggers van het hedendaagse, moderne China, maar keizerin-regentes Cixi.

Een boude stelling die onder sinologen en historici voor veel ophef heeft gezorgd en waarschijnlijk ook de reden is waarom dit boek voorlopig niet in China zal verschijnen. Volgens de Communistische Partij van China liggen de zaken tamelijk simpel: dat China nu Japan en Duitsland heeft gepasseerd op de economische ranglijsten is te danken aan Mao Zedong, de grondlegger van de Volksrepubliek, en diens opvolger Deng Xiaoping. Voor nuances is in deze lezing nauwelijks ruimte, zeker niet als zij uit de pen komen van een historica die Mao heeft afgeschilderd als een meedogenloze dictator. In de epiloog komt Chang superlatieven te kort voor Cixi – die trouwens ook menig tegenstander elimineerde. En ze maakt geen geheim van haar bewondering voor de vrouw die het van concubine tot keizerin bracht.

Anti-Mao boek?

Het was Cixi die, na lang aarzelen, het gesloten China openstelde voor de westerse stoommachine, spoorwegen en elektriciteit. Zij was van plan om de positie van vrouwen te verbeteren en zij zou zelfs de invoering van kiesrecht hebben overwogen. Kortom, Cixi was een revolutionaire keizerin, aldus Chang.

Chang kan haar stelling dat de modernisering van China al in de 19de eeuw onder Cixi begon, uitvoerig documenteren. Zij kreeg als eerste niet-Chinese historica toegang tot de historische archieven in Beijing. En dat alleen al maakt haar boek waardevol voor lezers die geïnteresseerd zijn in de opkomst van China als supermacht.

De vraag is of Chang de rol van Cixi niet overbelicht. Als het gaat om Cixi’s plannen voor kiesrecht op dorpsniveau en gelijkberechtiging van vrouwen is haar bewijslast dun. Misschien voelde ze daar inderdaad veel voor, maar zij hield geen dagboek bij en, behalve officiële documenten, zijn er geen schriftelijke getuigenissen van.

Cixi was en bleef bovendien als keizerin-moeder of keizerin-regentes ondergeschikt aan de keizer en zijn entourage van prinsen, ministers en ambtenaren. Dat zij letterlijk vanachter een zijden scherm bij de troon indirect veel invloed uitoefende maakt Chang overtuigend duidelijk.

Niettemin was haar macht een afgeleide, want in de politieke, confuciaanse cultuur van die tijd was er geen plaats voor vrouwen. Cixi ‘regeerde’ in feite via haar zoon keizer Tongzhi en haar neef keizer Guangzu, beiden kinderen toen zij de troon bestegen en tieners toen zij stierven. Guangzu zou door Cixi zijn vergiftigd.

Of Changs boek een hagiografie, een gecamoufleerd anti-Mao-boek of een biografie is zal verder onderzoek in keizerlijke en andere Chinese archieven moeten uitwijzen. Feit is dat de Chinees-Britse historica op haar best is als zij beschrijft hoe een 16-jarig meisje uit een voorname, zij het aan lager wal geraakte familie wordt uitverkoren om een keizerlijke concubine te worden. Een grotere eer was nauwelijks denkbaar, hoewel de vrouwen wisten dat zij de rest van hun leven werden opgesloten in een aparte vleugel in De Verboden Stad.

Haar entree tot de harem van de Qing-keizer vormde het begin van een leven vol intriges, complotten en verijdelde aanslagen. Cixi was ook ambitieus en wist toen zij een keizerszoon baarde dat zij kans had te ontsnappen uit de afgesloten wereld van concubines en eunuchen. Hoe sluw zij te werk ging, allianties sloot met de wettige echtgenote van de keizer en hoe zij haar tegenstanders in de Raad van Wijzen uitschakelde, is voer voor een thriller.

Chang is op dreef als zij het dagelijks leven in De Verboden Stad rond de eeuwwisseling beschrijft. Je hoort bij de poort, waar nu het portret van Mao hangt, de hoge stemmen van jonge eunuchen die het ‘nieuws’ verspreiden dat de keizerin wakker is geworden. De keizerlijke stoelgang, vaak gestimuleerd door het drinken van sterke thee en het roken van twee pijpjes pittige tabak, wordt in detail beschreven. Het daaropvolgende ontbijt bestond uit menselijke melk uit de borsten van een speciaal aangestelde verpleegster. Chang weet ook te melden dat de keizerin modebewust was, dat zij ondanks alle intriges uitstekend sliep, soms snurkte, en dat zij zeer was gesteld op een bepaalde eunuch.

Colombia-kartels

Cixi mocht nooit zonder toestemming van de keizer De Verboden Stad verlaten. De enige kans om aan het saaie, dagelijkse leven te ontsnappen boden de tochten naar haar geliefde Zomerpaleis, een ontoereikende naam voor het gigantische complex van paleizen, pagoden, paviljoens, bibliotheken, musea en tuinen ten westen van Beijing. Het is een grote schande dat de Britten als wraak voor het ombrengen van westerse diplomaten tijdens de Bokseropstand (1899-1901), dit historische complex ter grootte van de binnenstad van Parijs of Londen in brand hebben gestoken. De opium verkopende Britten gedroegen zich destijds in China onder het mom van handeldrijven en christelijke zieltjes winnen als de Colombia-kartels van de 21ste eeuw.

Ondanks de opiumhandel, de oorlogen om China te dwingen deze drugs te accepteren en de vernietiging van het Zomerpaleis zocht Cixi toenadering tot het Westen, schrijft Jung Chang. Haar motief lag besloten in eigenbelang. Zij wilde met buitenlandse fenomenen, zoals een marine, China groot en sterk maken: zo sterk dat het Land van het Midden buitenlandse machten voor altijd zou kunnen weerstaan. Zij verloor haar macht en stierf voordat dit doel werd bereikt.

Kort na haar dood in 1908 implodeerde de onder haar regime verzwakte Qing-dynastie (1644-1911); er volgde een halve eeuw chaos. Cixi’s breed gedeelde verlangen naar een groot en sterk China is tot op de dag van vandaag actueel en vormt de diepste drijfveer van de nieuwe ‘keizer’, president Xi Jingping.