Indonesiërs willen Jokowi

Gouverneur Joko Widodo van Jakarta bezoekt een sloppenwijk die is getroffen door een brand. Foto Reuters

Na het vrijdaggebed haast Joko Widodo zich van de moskee door de regen naar zijn Toyota-busje. Hij ploft op de achterbank en wrijft een klodder ontsmettingsgel op zijn handen. De gouverneur van miljoenenmetropool Jakarta en de populairste politicus van Indonesië sluit zijn ogen en slaakt een diepe zucht. De 52-jarige Widodo is moslim, maar als politicus seculier. „De moskee is een ontmoetingsplek waar iedereen praat”, zegt Widodo, beter bekend onder zijn bijnaam Jokowi. Van zijn handen maakt hij kwetterende snaveltjes. „Bla bla bla. Mensen klagen, ze uiten hun wensen en vertellen mij hun problemen. Het is vermoeiend, maar ik heb er veel aan. Zo weet ik wat er in de stad speelt.”

In de Indonesische politiek is Jokowi een fenomeen. Zijn stijl is uniek. Jokowi is bescheiden, wars van rijkdom en bovenal niet corrupt. Achter in zijn auto hangen simpele witte hemden en zwarte broeken ingepakt in plastic van de stomerij. Hij is afgetraind en mist het buikje dat de meeste Indonesische zakenmannen en politici hebben door alle grote diners en feesten. Jokowi fietst iedere vrijdag van en naar kantoor, waar hij bezweet aankomt.

Het heeft er alles van weg dat Jokowi op het juiste moment ten tonele is verschenen. Dit jaar kiezen de 250 miljoen inwoners van Indonesië een nieuwe president. Volgens de jongste peilingen zou Jokowi met gemak de presidentsverkiezingen winnen. Zijn zorgvuldig gecultiveerde imago maakt dat jonge en arme Indonesiërs hem op handen dragen. Zij zien in hem een alternatief.

Jokowi woont niet op een landgoed buiten de stad met volbloedpaarden in een renstal, zoals zijn politieke concurrent en presidentskandidaat Prabowo Subianto. Ook heeft hij in tegenstelling tot Prabowo geen duister militair verleden. Jokowi heeft geen miljoenen vergaard met grondstofbedrijven die roofbouw plegen op de regenwouden, landbouwgronden en viswateren elders in de archipel zoals Aburizal Bakrie, zakenman en kandidaat namens de Golkar-partij. En Jokowi is geen onderdeel van een politieke dynastie die al jaren aan de touwtjes trekt, zoals oud-president Megawati Soekarnoputri.

Zelf gaat Jokowi de vergelijkingen uit de weg. „Ik laat iedereen maar praten. Politiek bedrijven is doodsimpel. Je moet oprecht zijn, naar mensen toe gaan, luisteren en vervolgens handelen. Waarom dat voor Indonesische politici zo moeilijk is, moet je niet aan mij vragen. Liever richt ik mij op Jakarta, want we hebben problemen genoeg.” Als een boodschappenlijstje dreunt Jokowi ze op: eindeloze files, regelmatige overstromingen, gebrek aan parken, te veel winkelcentra, nauwelijks openbaar vervoer, te veel armoede en corrupte en weinig gemotiveerde ambtenaren. „Denk je dat ik dan nog tijd over heb om aan het presidentschap te denken?”, zegt hij.

Ruim een jaar is Jokowi aan de macht. Nog steeds is het wegennet een aaneenschakeling van verkeersopstoppingen en staan de straten blank na een zware regenbui. Maar er wordt vooruitgang geboekt en het is duidelijk dat Jokowi niet bang is om de strijd aan te gaan met machthebbers. Hij verdreef de maffia uit een grote overdekte markt die door criminele organisaties werd gerund. In 2012 negeerde hij de waarschuwingen van invloedrijke werkgeversorganisaties door het minimumloon in Jakarta met 40 procent te verhogen.

Demonstraties

Vorig jaar ging hij niet in op de eisen van de vakbonden die opnieuw een enorme loonsverhoging eisten, ook al legden zij enkele keren de stad lam met grote demonstraties. Hij weigerde toe te geven aan de eis van radicale islamitische bewegingen om een christelijk wijkhoofd uit functie te zetten. Hij ruziede ook met president Susilo Bambang Yudhoyono die de verkoop van zuinige elektrische auto’s wilde stimuleren. „Nog meer auto’s? Hoe zuinig ook, is een heel slecht idee. Ik weet zeker dat binnen vijf tot zeven jaar, als de metro af is, mensen massaal in Jakarta het openbaar vervoer pakken.”

De dienstauto rijdt langs een verhoogde snelweg in aanbouw. „Over een jaar is dit af. Ik denk dat ik nog geen 20 procent van mijn doelen heb bereikt. Veel problemen zijn lastig op te lossen”. zegt de gouverneur. Waar dat aan ligt? „Te veel mensen hebben te veel belangen. Projectontwikkelaars hebben ruimte gekregen om te veel winkelcentra te bouwen. Tegelijkertijd zijn er nog 360 sloppenwijken in de stad. Ik heb besloten dat er appartementencomplexen gebouwd moeten worden.”

In plaats van plukjes mensen uit verschillende wijken in een woontoren te plaatsen, wil Jokowi een buurt in één keer opnieuw huisvesten. „Zo kunnen we de oude wijk slopen en daar een park, en beslist geen winkelcentrum, bouwen”, zegt hij. Om mensen over te halen, liet Jokowi eerst een voorbeeldproject bouwen, zodat bewoners precies konden zien waar ze terechtkwamen. „Dat slaat aan, want het maakt duidelijk dat onze intenties oprecht zijn. In je besluit moet je je louter laten leiden door het algemeen belang.”

Voor een Javaan als Jokowi is dat zware kritiek op zijn voorgangers en het Indonesische politieke establishment. Onder president Susilo Bambang Yudhoyono heeft Indonesië negen politiek relatief rustige jaren achter de rug. Maar corruptie tiert. Er gaat geen week voorbij of er wordt een gouverneur, burgemeester of toezichthouder in de boeien geslagen. Graaiend en plunderend wordt de Indonesische zakelijke elite rijk met mijnbouw, palmolie en houtkap. Lokale politici zijn in grote delen van het land weinig meer dan pionnen die om te kopen zijn om de juiste vergunning te verstrekken voor fabrieksterreinen en ijzersmelters. Juist omdat Jokowi tegen dit systeem strijdt, is hij zo populair. Maar de grote vraag is of hij in staat is zichzelf verkozen te krijgen.

Zijn niet-aflatende publieke optredens in Jakarta kunnen gezien worden als één grote verkiezingscampagne. Maar Jokowi heeft steun nodig om president te worden. Hij is niet in staat om net als miljonairs Bakrie en Prabowo een politieke partij naar zijn hand te zetten. Als Jokowi president wil worden, moet Megawati Soekarnoputri, partijvoorzitter van de Partij van de Democratische Strijd, hem benoemen. Maar Megawati is stil. Sommige experts beweren dat ze zelf nog een keer verkiesbaar wil zijn. Anderen menen dat de deal rond is, maar dat het besluit niet bekendgemaakt wordt om Jokowi in de luwte te houden.

Weer andere analisten melden zeker te weten dat Jokowi moet bewijzen dat hij niet alleen met succes burgemeester van provinciestad Solo en gouverneur van megastad Jakarta kan zijn, maar ook een echte staatsman is. Interviews in het Engels geven en de tolk verbannen naar een volgauto zou een manier kunnen zijn om aan te tonen dat Jokowi ook op een internationaal toneel kan acteren. „Als je wil weten wat Megawati denkt moet je het toch echt aan Bu Mega zelf vragen. Ik weet het echt niet”, zegt Jokowi.

Als het busje aankomt bij een ziekenhuis, de volgende pleisterplaats, tikt Jokowi zijn chauffeur op de schouder. Hij draait de stereo vol open. „I took the city about one a.m, loaded, loaded / I’m all geared up to score again”, knalt metalband Judas Priest. Jokowi weet wat komen gaat.

Vergezeld door alleen zijn assistent stapt hij de wachtkamer binnen. Onmiddellijk ontstaat in de hal waar een honderdtal mensen rustig zat wachten, een pandemonium. Een vrouw vliegt Jokowi om de nek, de röntgenfoto’s van haar longen nog in de hand. Een oudere man tilt het rek met zijn infuuszak hoog de lucht in probeert zich naar voren te wurmen.

De banken van de wachtkamer worden omver gegooid. Een zwetende ziekenhuismanager wordt door Jokowi straal genegeerd. Eerst wil de gouverneur weten of de patiënten snel geholpen worden. Dat blijkt het geval. Alleen de vitaminepillen zijn te duur, zegt een vrouw. Jokowi antwoordt dat die helaas niet in het verzekeringspakket zitten. Na tien minuten wordt er zo hard geduwd en getrokken dat het Jokowi veiliger lijkt om te vertrekken. Het is duidelijk: Indonesiërs willen Jokowi.