Ik had alerter moeten zijn

Oud-commissaris Borghouts: „De sfeer in het college was vreselijk. Men gunde elkaar niets, elkaar uit laten spreken was er niet bij. Het was een vechtcollege”. Foto Merlijn Doomernik

Tweebenig, inzetbaar op meerdere plekken en dol op stevige duels. De carrière van voormalig commissaris van de koningin Harry Borghouts had heel anders kunnen lopen. Op jonge leeftijd was hij een begenadigd voetballer bij de Rotterdamse amateurclub Aeolus. „Er is eens een scout van Feyenoord naar me komen kijken.” Maar Borghouts, zoon van verzetsstrijder, voormalig staatssecretaris en oud-landmachtofficier Jan Borghouts, koos voor de marine. „Dat gaat niet samen met een voetbalcarrière.”

Borghouts (70), donker pak, lichtgroene das, wit overhemd en bijpassend pochet, glundert als hij vertelt over zijn jonge jaren op de wereldzeeën. Hoe anders is dat als het gaat over zijn tijd als commissaris in Noord-Holland. Een periode waarin de provincie 78 miljoen moest terughalen bij de IJslandse bank Landsbanki en, zo bleek recentelijk, twee gedeputeerden betrokken waren bij corruptiezaken. Een van hen, VVD’er Ton Hooijmaijers, werd onlangs veroordeeld tot drie jaar cel.

In een La Place-restaurant, nabij het provinciehuis in Haarlem, weegt Borghouts zijn woorden als hij terugblikt op het roerige einde van zijn loopbaan. Emoties drukt hij uit in understatements. Zijn vertrek onder publieke druk als commissaris in 2009? „Vervelend.” Het feit dat het partijcongres van GroenLinks hem in 2011 niet als afgevaardigde in de Eerste Kamer wilde? „Echt jammer.” Dat was het? Hij glimlacht even. „Dat heb ik van mijn vader. Die was ook niet al te open.”

Henricus Cornelius Johannes Lodewijk Borghouts verlaat, ondanks „uitmuntende beoordelingen”, op zijn 31ste de marine. In de drie jaar die volgen zorgt hij voor zijn dochtertje terwijl zijn vrouw kostwinner is. Borghouts, die zich dan al heeft aangesloten bij de Politieke Partij Radicalen (PPR), schuwt het politieke handwerk niet. In een afgetrapte spijkerbroek, T-shirt „en uiteraard met een baard” bezoekt hij winkeliers in zijn woonplaats Heemstede die spuitbussen met schadelijk drijfgassen verkopen. Hij wijst ze op alternatieven. „Ze reageerden opvallend welwillend.”

Na afronding van zijn rechtenstudie begint hij aan een carrière in publieke dienst. Die verloopt voorspoedig. Begin 2002 is hij de hoogste ambtenaar van het ministerie van Justitie als de functie van commissaris van de koningin in Noord-Holland vacant komt. Borghouts solliciteert, verslaat PvdA-coryfee Tineke Netelenbos en wordt de eerste GroenLinks-commissaris ooit.

Wat was uw eerste indruk?

„De sfeer in het college was vreselijk. Men gunde elkaar niets. Elkaar uit laten spreken was er niet bij. Het was een vechtcollege. Ik dacht: dit moet niet te lang duren want dan ben ik weg. Gelukkig kwamen de verkiezingen van 2003 eraan.”

Wat had u zichzelf voorgenomen bij uw benoeming?

„Om me als door de kroon benoemde commissaris niet in te laten met politiek. Dat liet ik over aan de gekozen politici. Ik las uiteraard alle stukken en stelde vragen, maar ik was procesbewaker. Achteraf heb ik dat te ver doorgevoerd. Ik ben te bescheiden geweest in mijn politieke opvattingen, had nadrukkelijker vragen moeten stellen.”

Aan het gevaar van fraude en integriteitsschendingen op het provinciehuis denkt in die periode amper iemand, vertelt Borghouts. Opmerkelijk, omdat de in 2001 onthulde bouwfraude zich hoofdzakelijk in Noord-Holland afspeelde. Het is Borghouts die als topambtenaar de bewijsstukken van klokkenluider Ad Bos in ontvangst heeft genomen. Deze krant beschrijft in die jaren veelvuldig hoe de bouw- en vastgoedwereld met succes bestuurders omkoopt. Toch valt in het overdrachtsgesprek dat Borghouts met zijn voorganger Jos van Kemenade voert het woord integriteit niet. Borghouts: „Toen ik aantrad werd een begin gemaakt met integriteitsbeleid. Ik heb alle medewerkers een ambtseed laten afleggen, waarna ik met hen over dilemma’s in het werk discussieerde. Wat had ik meer kunnen doen? Ik kon moeilijk op een zeepkist gaan staan en roepen: meld u!”

U heeft al die jaren nooit een signaal van misstanden op het provinciehuis gehad?

„Nee. Sterker, de vertrouwenspersoon van de provincie meldde drie jaar op rij dat er nul meldingen waren binnengekomen. Ik zei: dat is onmogelijk in een organisatie van bijna 1.500 mensen. Achteraf denk ik dat ambtenaren zich niet veilig voelden en vreesden voor hun positie als ze hun mond open zouden doen.”

De sfeer in het college in de periode 2003-2007 is onvergelijkbaar met wat hij aantrof na zijn benoeming, zegt Borghouts. „Er werd goed samengewerkt.” In 2005 schuift Ton Hooijmaijers door vanuit de provinciale staten naar het provinciebestuur, waar hij een vertrekkend partijgenoot opvolgt. Borghouts: „Ik kende Hooijmaijers niet. Hij was me niet opgevallen als statenlid.”

Dat verandert snel als ze samen wekelijks aan de collegetafel zitten. „Dat ging niet zachtzinnig. Ton werd snel boos als hij werd tegengesproken. Terugblaffen hielp niet. Na een paar maanden verzon ik een list als een discussie escaleerde: ik nam Ton en zijn opponent mee naar mijn werkkamer. Dan hoefde hij niet ten overstaan van de anderen iets toe te geven op zijn standpunt. Dat ervoer Hooijmaijers als een nederlaag. En daar kon hij niet tegen.”

In 2007 wint de VVD onder leiding van Hooijmaijers de verkiezingen voor de provinciale staten. „Vanaf dat moment voelde Ton zich de onderkoning van Noord-Holland.”

Hooijmaijers voert het hoogste woord en laat zich niet tegenspreken. „Ik zag dat hij nauwe contacten onderhield met vastgoedpartijen. Daar waarschuwde ik hem voor. Het had weinig impact.”

Wat was Hooijmaijers’ reactie?

„Dat er ook in de bollensector dubieuze praktijken zijn. Dat was een weinig fijnzinnige sneer naar collega Jaap Bond, die als gedeputeerde verantwoordelijk was voor die sector. Zo werkt Tons verdedigingsmechanisme: iemand verdacht maken door hem impliciet te beschuldigen.”

U zegt geen signalen van fraude door Hooijmaijers te hebben gehad, maar in 2009 bespraken jullie in het college een door hem als lunch gedeclareerde helikoptervlucht in Cannes.

„Tja, achteraf kun je zeggen: dat past in het beeld.”

Dat klinkt niet als adequaat reageren op een teken van megalomanie.

„Ton was een bijzonder persoon en had het idee dat hij veel mocht om iets voor elkaar te boksen. Terugkijkend vind ik dat ik alerter had moeten zijn.”

De gedeputeerden traden af na de Landsbanki-affaire, u bleef.

„Het was, achteraf gezien, goed geweest als ik was afgetreden. Ik heb er spijt van dat ik toen niet meteen dat democratische gebaar heb gemaakt. Ik was verantwoordelijk.”

Uiteindelijk leidde het gedoe over de declaraties van Hooijmaijers tot uw vertrek.

„Dat is ook zo’n beeld: dé declaraties. Het ging, in totaal, om 3.000 euro of zo die ik heb goedgekeurd waar hij geen bonnen voor had.”

Het was klein bier?

„In ieder geval heb ik die declaraties te routinematig afgehandeld.”

De commissie die onderzoek deed naar de bestuurscultuur op het provinciehuis concludeert dat u „onmachtig” was: „Hooijmaijers voelde zich machtiger en bleek machtiger.”

„Ik heb het gelezen.”

Deelt u de conclusie?

„Nee, maar mijn waarschuwingen hadden weinig effect. Dat klopt.”

Volgens de commissie omdat u zelf bevriend was met de Noord-Hollandse projectontwikkelaar Jo Roelof Zeeman.

„Een schandelijke insinuatie, om mij op die manier op één lijn te zetten met Hooijmaijers. In die tijd was mijn contact met Zeeman strikt zakelijk. Bovendien deed hij op één project na geen zaken met de provincie terwijl Hooijmaijers tientallen nauwe relaties onderhield met vastgoedmensen, over wie op het moment van publicatie van het rapport al ernstige verdenkingen van fraude bestonden. Het is een meer dan belachelijke vergelijking.”

U danste „een pirouette in het donker” met Hooijmaijers, aldus het onderzoek.

„Een volstrekt beledigende uitspraak.”

Waarom concluderen ze dat dan toch?

„Dat was kennelijk nodig om het beeld te creëren dat ik niet op heb zitten letten.”

Na een hap van zijn boterkoek en een slok thee vertelt Borghouts over wat Zeeman voor de provincie deed. „Ik heb namelijk een beroep op hém gedaan.” Na een verzoek van Borghouts helpt Zeeman de renovatie van verwaarloosde begraafplaatsen in de gemeente Graft-De Rijp en Purmerend te verwezenlijken. „Daar betrok hij allerlei ondernemers bij en toen was het geregeld. Zeeman is echt een heel bijzondere man. De begraafplaatsen liggen er nu schitterend bij, iedereen blij.”

Waarom deed Zeeman dat kosteloos?

„Omdat ik hem aansprak op zijn West-Friese gevoel, zijn ziel.”

Deze Zeeman staat dan al jaren bekend als iemand die Noord-Hollandse politici fêteert.

„Dat hoorde ik pas in 2007, 2008.”

Maar in 2009 verblijft u desondanks, als commissaris van de koningin, op zijn verblijf in Zuid-Afrika.

„Omdat de geschiedenis waar u aan refereert voor mij niets veranderde. Ik heb nooit zaken gedaan met hem. Loyaliteit en vertrouwen zijn twee begrippen op basis waarvan ik functioneer. Die heeft Zeeman bij mij nooit beschaamd.”

U kende geen twijfel over uw bezoek aan hem in Zuid-Afrika?

„Ik zag er geen kwaad in. We zijn er op doorreis een aantal dagen langsgegaan. En je moet het in de tijd plaatsen. De afbakening van het ambt is nu veel erger.”

Borghouts is even stil. „Of volwassener, hoe je het wilt noemen.”

Uw vrouw zag ook geen kwaad in het bezoek aan Zeeman in Afrika?

„Nee, en zij is mijn ‘mede-geweten’. We hebben er vooraf wel samen over gesproken. Ik heb haar verzekerd dat er van belangenverstrengeling geen sprake was.”

Begrijpt u de verbazing over uw vriendschap met Zeeman?

„Als je de feiten niet kent, begrijp ik dat mensen verbaasd zijn.”

Borghouts herinnert zich nog goed hoe toenmalig burgemeester Job Cohen – die Hooijmaijers nog kende uit de Amsterdamse politiek – hem in 2005 kort na zijn installatie tot gedeputeerde belde voor slechts één korte mededeling. „Met een cynisch lachje zei hij: ‘Gefeliciteerd met Ton Hooijmaijers.’ De boodschap was duidelijk: succes ermee.” Tientallen keren heeft Harry Borghouts de film teruggedraaid, maar verder dan verbazing over Hooijmaijers’ inzet als gedeputeerde („Hij was enorm gedreven om overal te bouwen”) komt hij niet. In mei 2011, een jaar na de inval, nodigt hij Hooijmaijers uit voor een lunch. „Ik heb hem het hemd van het lijf gevraagd, maar hij ontkende alles.”

Bent u boos op Hooijmaijers?

„Heel erg. Witwassen, corruptie en valsheid in geschrifte; het zijn echt ernstige vergrijpen waar hij voor is veroordeeld.”

Een veroordeling die ook op u afstraalt.

„Dat kan ik niet ontkennen.”

Hebt u nog contact met Hooijmaijers gehad na zijn veroordeling?

„Nee, dat wil ik ook niet meer. Het is klaar.”

Onlangs werd bekend dat ook wijlen Albert Moens, als gedeputeerde in uw college, spil is in een corruptieaffaire.

„Dat was helemaal schrikken.”

Omdat het een partijgenoot was?

„Ja, dat maakte het nog emotioneler. Ik had het van Moens absoluut niet verwacht.”

En het was dus niet alleen een VVD-probleem, zoals u na de veroordeling van Hooijmaijers stelde.

„Daar trekt u een juiste conclusie.”

U bent door twee collega’s belazerd.

„Dat is een feit.”

Punt.

„Natuurlijk is het pijnlijk, maar mijn grondhouding is er niet door veranderd.”

Hoe kijkt u terug op uw tijd als commissaris van de koningin?

„Met veel plezier. Zo ben ik er trots op dat het aantal vrouwelijke burgemeesters in de provincie enorm is toegenomen. Daar heb ik een actieve bijdrage aan geleverd door ze aan te moedigen bij alle sollicitatiegesprekken die ik heb mogen voeren.”

Maar uw periode eindigde bitter.

„Om een voetbalmetafoor te gebruiken: ik heb tot in blessuretijd een fantastische wedstrijd gespeeld, maar wat blijft hangen is de onrust in de blessuretijd.”

Voelt dat als onrecht?

„Dat is bepaald niet leuk.”

Heeft u na uw vertrek nog iets van de koningin gehoord?

„Ze heeft me met mijn vrouw ontvangen voor een lunch. Dat was zeer aangenaam.”

Wat doet u nu?

„Ik heb net schaatsles gehad, ik lees veel, kan aardig koken en heb wat bijbanen.”

Bent u nog een gewild commissaris?

„Ik heb nog louter bijbanen waar ik geld mee moet brengen.”

Pardon?

Lachend: „Nevenfuncties waarbij ik geacht word mijn eigen treinkaartje te betalen. Geen punt, want ik voel en ben nog altijd maatschappelijk betrokken. Dat zal nooit veranderen.”