Iets te veel een labrador bij KPMG

Bestuursvoorzitter Jurgen van Breukelen van KMPG moet het accountantskantoor uit de crisis leiden. Foto Peter Boer

De topman van KPMG, accountantskantoor in crisis, is één met zijn bedrijf. Neem zijn bruiloft. Jurgen van Breukelen was vijf jaar KPMG’er en nog geen partner. Zijn jaarclub Kogelrond zong een lied. Niet hun vriendschap, niet zijn bruid Helena, maar zijn werkgever stond centraal. De mannen – hun haar verborgen onder een badmuts als verwijzing naar Van Breukelens haaruitval – zongen een satire over KPMG. De vier letters van de bedrijfsnaam kregen een andere betekenis. Kale. Pikken. Met. Geld.

Vrolijk en gezellig. Dat was 1999. Inmiddels is Van Breukelen opgeklommen tot bestuursvoorzitter van een van de grootste accountantskantoren – en is zíjn KPMG in een diepe crisis beland.

Sinds zijn aantreden, ruim een jaar geleden, buitelt het bedrijf van de ene affaire in de andere. Een berisping voor de falende accountantscontrole van de in problemen geraakte woningcorporatie Vestia. Een boete van 900.000 euro van toezichthouder AFM, vanwege gebrekkige kwaliteitsbewaking. Discussie rond de controle door KPMG van twee andere probleembedrijven: Imtech en SNS Reaal.

Met het nieuwste schandaal kreeg de reputatie van het kantoor de hardste klap. KPMG verhulde fraude door bouwbedrijf Ballast Nedam van 2000 tot en met 2003, zo werd twee weken geleden bekend. Het Openbaar Ministerie verwijt het kantoor „witwassen en valsheid in geschrifte”. KPMG schikte de zaak voor 7 miljoen euro. Daarmee werd strafvervolging voorkomen.

Allemaal affaires uit het verleden, benadrukt KPMG graag bij elke gelegenheid. En de top is „geschokt” door de feiten die „in de afgelopen periode” over de Ballast Nedam-zaak naar voren kwamen, zei Van Breukelen in een toelichting. Subtekst: we werden totaal verrast. Betrokkenen zeggen echter in verschillende media dat de top al tien jaar op de hoogte was.

Hoe het ook zij, Van Breukelen is de man die KPMG uit deze crisis moet leiden. Niet iets waarop hij zich had verheugd. De 45-jarige Van Breukelen is een man van de inhoud, zeggen mensen uit zijn omgeving. Een „slimme analyticus”, van bescheiden komaf. Maar „geen geboren leider”.

Lastig, in een bedrijf als KPMG, waar de baas sowieso al niet gewoon de baas is maar waar 180 partners het voor het zeggen hebben. Allemaal eigenwijze individuen, die bovendien allemaal grote financiële belangen hebben.

Een „totale ramp” om leiding aan te geven, zegt Wouter Bos gekscherend, voormalig partner van KPMG en oud-minister van Financiën. Zo’n complexe organisatie leiden, laat staan veranderen, is een taaie klus. Die ligt dus in handen van Van Breukelen, die door Bos getypeerd wordt als „integer en bijzonder intelligent”. Maar simpelweg iets afdwingen, zoals een gewone baas soms doet, past ook niet bij de persoon Van Breukelen, zeggen mensen die hem kennen. Hij zoekt liever naar draagvlak, naar verbinding. Een „labrador”, zegt een oud-KPMG’er die anoniem wil blijven: loyaal, maar aaibaar en ongevaarlijk.

Van Breukelen werd niet aangesteld als crisismanager. Hij zou zich bezighouden met de inhoud: de teruglopende omzet en winstgevendheid stuiten, voorkomen dat de nieuwe verplichte roulatie van accountants door beursbedrijven KPMG geen klanten kost en de twee verschillende takken van het bedrijf – accountancy en advies – nader tot elkaar brengen.

Het is zonde dat hij daar voorlopig geen tijd voor heeft, zegt zijn voormalige mentor Joop de Rooij, die tot 2005 KPMG-partner was. „Want dat is nu juist waar hij goed in is.”

Poldersporten

Mensen die met Van Breukelen werken of werkten, typeren hem als een serieuze man. Ja, dat betekent – volgens critici – een tikje saai. Braaf. Maar ook: een harde werker die het begeleiden van stagiairs niet als corvee ziet. Die klanten binnenhaalt op zijn kennis, in plaats op bravoure zoals sommige andere partners doen.

Als hij dat nodig vindt, komt Van Breukelen voor KPMG op. Tijdens een prijsuitreiking voor fusie- en overnameprofessionals in 2008, bijvoorbeeld. De naam van zijn collega Jeroen Weimer ontbrak tussen de genomineerden voor een van de prijzen. Foutje van de organisatie. Van Breukelen sprong op, beklom het podium en greep de microfoon.

‘Ik wil graag bezwaar aantekenen tegen de procedure die wordt gevolgd’, zei Van Breukelen, herinnert Weimer zich. Een zakelijke boodschap. Geen franje. Maar Weimer won de prijs.

Het typeert Van Breukelen, zegt Weimer, hoofd van de afdeling corporate finance. „Trots zijn op KPMG.”

De crisis waarin het bedrijf verkeert, valt hem zwaar, zeggen mensen die hem kennen. Maar terwijl de storm woedt, is Van Breukelen ook vader van drie kinderen, van 14, 11 en 10 jaar oud. Hij is een „betrokken vader”, zegt zijn vrouw Helena van Breukelen. „In de weekenden is hij vrijwel altijd thuis” – al eist KPMG nu ook aandacht op. Maar: „Bij de kinderpartijtjes is hij er altijd bij. Dan zet hij een speurtocht uit, of organiseert poldersporten in een weiland.”

Geen gebrek aan ambitie

Van Breukelen geeft leiding aan een bedrijf dat vooral bekendstaat als accountantskantoor, maar is zelf geen accountant. Hij studeerde bedrijfseconomie in Rotterdam en was lid van het Rotterdamsch Studenten Corps. Hij was „niet de hardste schreeuwer”, zegt jaarclubgenoot Robert Linck. Van Breukelen viel op door zijn intelligentie. In zijn studentenhuis maakten ze van het cryptogram in de zaterdagkrant vaak een wedstrijdje. „Jurgen won bijna altijd – daarin was hij wel competitief.” Al vroeg tijdens zijn studie zette hij de eerste stappen bij KPMG. Hij liep stage op de afdeling corporate finance, die bedrijven adviseert bij fusies en overnames. Hij koos niet voor een van de grote zakenbanken, die doorgaans de grootste transacties begeleiden. „KPMG is als accountantskantoor niet het toppunt van coolheid”, zegt Linck. „Als je wilt laten zien dat je de beste bent, ga je stage lopen bij een investment bank. Dat interesseerde hem niet.”

Als fusie- en overnameadviseur was Van Breukelen „geen showman”, zegt advocaat Jan Louis Burggraaf van Allen & Overy, met wie hij geregeld samenwerkte. „Hij is bescheiden. Niet luidruchtig, zoals je in die wereld vaak ziet. Maar die bescheidenheid moet je niet verwarren met een gebrek aan ambitie.”

Want ambitie heeft hij wel. Die toonde hij als stagiair direct aan Joop de Rooij, toen manager bij de afdeling waar hij stage liep. Hij wilde meer uitdaging. „Ik zag vrijwel meteen een partner in hem.” Later volgde Van Breukelen zijn mentor De Rooij op als voorzitter van de afdeling corporate finance. De Rooij was betrokken bij die benoeming – illustratief voor het belang van goede banden met belangrijke partners.

Minder bescheiden

Nu moet Van Breukelen het zelf doen – geen bovengeplaatsten die hem kunnen helpen. Maar aan zijn crisisstrategie valt nog wel wat te verbeteren, zeggen mensen die hem kennen. In de media mag Van Breukelen wel wat minder bescheiden zijn, vindt Weimer. De crisistactiek van KPMG is zwijgen over wat er nu precies is gebeurd – een interviewverzoek wees Van Breukelen af. Weimer zegt: „Ik vind dat Jurgen fermer tegenwicht mag bieden”. Ook advocaat Burggraaf gelooft dat Van Breukelen zich duidelijker moet profileren. „Dat vindt hij misschien niet leuk, maar het is wel nodig.”

Behalve damage control is de taak van Van Breukelen veranderingen doorvoeren in de taaie organisatie die KPMG is. Daar is draagvlak voor nodig, maar ook daadkracht. „Jurgen let misschien iets te veel op het draagvlak”, zegt Bos. „Hij onderschat de bereidheid tot verandering die er nu is. Never waste a good crisis.”